We Are Open 2020

Trix, Antwerpen

Zaterdag

Zaterdag gitaardag! Na een lichtjes underwhelming elektronicadag is het aan de gitaren om de meubelen te redden. En de grote kanonnen worden al vroeg in het strijdperk geworpen.

Te vroeg blijkbaar, want als Arabnormal, het nieuwe project van ex-Hickey Underworldfrontman Younes Faltakh, het grote podium betreedt, staat de zaal zelfs niet halfvol. En da’s jammer, want Arabnormal staat als een huis: de nummers zitten knap in elkaar en de uitvoering is solide, met dank aan de uitstekende liveband die Faltakh rond zich heeft verzameld. Het gzelschap botst, vlamt, wringt en ramt zich een weg door de set, maar krijgt het publiek niet op zijn hand. Jammer, want dit verdient toch een feestje.

Voor een feestje moest je nu niet bepaald bij Bolt Ruin zijn. Het noise-eenmansproject van Brecht Linden baadt in inktzwarte duisternis, zowel muzikaal als visueel. Enkel ondersteund door trage, duistere visuals en zeer schaars licht giet Bolt Ruin zijn troosteloze soundscapes uit over de kleine Trix-bar. De stroboscopen ondersteunen de beats die zo uit de kelder van Burial kunnen gehaald zijn. Indrukwekkende set, maar vrolijk word je er niet van. Niet dat dat de bedoeling was.

Bij John Ghost daarentegen niets dan vrolijkheid. Het Gentse sextet rond gitarist/componist Jo De Geest bracht vorig jaar het uitstekende Airships Are Organisms uit, dat deze set uiteraard domineert. Muzikaal doet John Ghost sterk denken aan Jaga Jazzist ten tijde van de fantastische plaat What We Must: hun meest akoestische en introspectieve plaat. Zo horen we hier ook slim uitgekiende notensequenties, warme klanken (die Fender Rhodes!) en sterk dynamisch spel. Als Bolt Ruin een ijskoude douche was, dan is John Ghost een troostende warmwaterkruik. Dat hadden we nodig. Merci, gasten.

Na die power up was het duidelijk weer tijd om er een lap op geven, want mensen, deed u dat daar even tijdens de verschroeiende set van Crackups. De Kempense noisepunkers deden er alles aan om u aan het moshen te brengen en u gehoorzaamde gedwee. Maar overschot van gelijk hoor: de schurende, tegendraadse punktrein van Crackups raasde met een rotvaart door het Trix-café. Dit was een broodnodige energiestoot die duidelijk meer dan welkom was. Behalve voor die kerel die zijn midlifecrisis nog eens wou uitdagen door middel van een stagedive. De midlifecrisis won.

Na al dat gemosh was het weer even chill-tijd. En kijk, daar was Compro Oro met zijn exotische jazz om daarvoor te zorgen. Vibrafonist Wim Segers draait dit weekend een driedubbele shift – we zagen hem ook al aan het werk bij PAARD. en John Ghost – en sluit zijn werkweekend af met zijn eigen band. De liefde voor latin en ethiojazz is duidelijk groot en de composities baden dan ook in een warme, relaxte sfeer. Ook hier zit er veel branie en spelplezier, al voelen we de aandacht van het publiek soms wat verslappen tijdens de lange improvisatie in “Mogadishu”. Gelukkig maakt een straf “Miami New Wave” dat aan het einde van de set helemaal goed en wordt er toch nog een dansje geplaceerd daar in de bovenste zaal van Trix.

Benieuwd naar PEUK? U was duidelijk niet alleen. Een afgeladen vol café stond het Limburgs trio op te wachten. De debuutplaat is al meer dan een jaar oud en de groep stond deze zomer ook al op Pukkelpop, dus de hypetrein is toch al even gepasseerd. Fijn dus dat de liefde tussen band en publiek blijft duren. Logisch ook: Peuk heeft duidelijk àlle Sonic Youth-platen, Bleach van Nirvana en een paar venijnige PJ Harvey-nummers in een blender gemikt en die mix intraveneus toegediend. Want dit ruikt wel héél erg naar de alternatieve jaren negentig. Niet dat dat erg is: Peuk pulseert van de brute energie (die oerschreeuw van zangeres/gitariste Nele Janssen!), maar heeft meer dan genoeg benul van melodie om niet te verzanden in hersenloos gepummel. Met de tweede moshpit van de avond werd er voor het podium dan weer wel gepummeld. Wat wil je ook, met zo’n vettige lap grunge die je voor de kiezen krijgt. Straf spul hoor. Wij zijn nog aan het nakwijlen.

De grote zaal binnenwandelen en Mauro een microfoonstatief aan gort zien meppen: yup, dit is Gruppo Di Pawlowski. Het was even geleden dat Mauro’s tegendraadse noisebalorkest nog eens bij elkaar kwam, dus het was een verrassing ze hier te zien afsluiten. Maar erg is dat niet: Gruppo Di Pawlowski is, net als zijn frontman, een ongeleid projectiel, opgebouwd uit eigenzinnigheid, absurdisme en rauwe energie. De band raast als een duivel in een wijwatervat en slaat daarbij blijkbaar het publiek met verstomming (dat, of iedereen was al goed bezopen). Mauro raakte zichtbaar gefrustreerd tijdens “Experiments In Haste”: die “Get off the ground!” was duidelijk naar de zaal gericht. Het werkte als een rode lap op een stier voor de heren, die “LC Over Lithuania” en het geniale “Back From The Woods” als withete lava door Trix spuwden. Want aan speelplezier en urgentie had Gruppo nog niks ingeboet. Ze kunnen het nog! Laat die nieuwe plaat maar snel komen.

Het heeft als We Are Open-veteraan altijd iets speciaals om jaar na jaar twee avonden ondergedompeld te worden in je eigen muziekscène. Elke keer zijn er ontdekkingen, verrassingen, maar uiteraard ook teleurstellingen en momenten van onverschilligheid. Het Belgische muzieklandschap is dan ook zo divers dat je onmogelijk alles leuk zal vinden. Maar het is wel duidelijk dat er hier voor iedereen iets te rapen valt en voor een land van een zakdoek groot is dat toch niet onverdienstelijk. Geef die muzikanten dus maar een dikke speekmedaille en kom volgend jaar gewoon terug. Afspraak aan de toog. U trakteert.

1
2

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 + 4 =