Andy Moor & Zea

6 februari 2020 Café Central

Het mooie aan het universum van The Ex is ook dat er nog zoveel gebeurt naast het moederschip. Drie van de vier leden houden er een druk release- en concertschema op na met allerhande projecten, wat hen zowat tegelijk ook deze regionen uit stuurde. Amper vier dagen nadat Terrie Ex met Mudskipper een kleine bom tot ontploffing bracht in Het Bos, arriveren Andy Moor en Arnold De Boer in Brussel voor solo-performances.

De gitaartandem van The Ex zoekt intussen al een paar decennia de vrije improvisatie op, wat bij Andy Moor in 2007 al tot een soloalbum (Marker) leidde. Voorlopig bleef het daar bij, maar intussen bleef hij, naast een heleboel al dan niet vaste projecten, ook soloconcerten spelen. In het woelige Brusselse Café Central speelde Moor met eigen fotomateriaal op de achtergrond. De set was een opvallend fysieke bezigheid, met de gitaar die krachtig heen en weer geslingerd en door elkaar geschud werd, maar ook bewerkt met een onalledaags allegaartje objecten. Mooist van al was daarbij de voortdurende transformatie van vorm en geluid, waardoor je geboeid bleef toekijken. Je herkende dit geluid meteen van bij The Ex of de samenwerking met Anne-James Chaton, en hoewel hier de structuren achterwege bleven, voelde je de onderliggende spanning wel voortdurend naar het oppervlak komen.

Moor ging soms bruut tekeer. Hij stak een metalen lat tussen de snaren en creëerde oorverdovend gebrom door er heftig op los te meppen en sleuren. Wat later begon hij snaren én gitaarbody heftig af te ranselen met een borstel. Een moment met een cassettespeler waarbij rebetika werd afgespeeld tegen de snaren voerde ons even terug naar de samenwerking met Kyriakides. Moors set was vrij en abstract, maar hij hield dat knap in evenwicht met energie, focus en een bonte kleurenwaaier – van klein gefrunnik tot weerbarstige dissonantie. Het beeldmateriaal (veelal grijze, sobere beelden vol kriskrassende lijnen, maar zonder menselijke aanwezigheid) was al net zo geslaagd.

Na een kleine kwarteeuw in de weer te zijn als Zea, waarvan een groot deel solo, hoef je Arnold De Boer ook niet te vertellen hoe hij een set in z’n eentje moet klaarspelen. Met niet meer dan een gitaar, wat effecten en een drumcomputer joeg hij er een dozijn songs door die fungeerden als een dwarsdoorsnede van zijn recente(re) werk: een opeenstapeling van noisy indiepop en folkstructuren, met Afrikaanse tinten en nukkige ingrepen. Toch blijft Zea in essentie een troubadour die een wereld schept waarin het persoonlijke en het geëngageerde voortdurend samengaan. “Hâld dy de harsens” uit het Friese meesterwerkje Moarn Gean I Dea (2017) vormde zo een opvallend contrast met het met stuiterende beats en heftige salvo’s volgestouwde “I Build My Own Town” (uit The Swimming City, 2014).

Na het introspectieve “Glês Wâdzje” speelde hij enkele nummers uit zijn nog te verschijnen samenwerking met Oscar-Jan Hoogland (Summing, uit binnen enkele weken): “You’re Dead” dobberde naargeestig (“You’ll never get a second chance/Plan all your moves in advance”) op een repetitieve ondergrond, “We Lost Our Phone” was één en al agitatie in een op hol geslagen maatschappij en “I Never Threw A Stone” neigde even naar trage, koortsige blues. Ook aanwezig: het begeesterde ecologische manifest van “Agency”, “All Words Have Been Here First” (eentje uit een reeks taalsongs) en als afsluiter “It’s Quiet”, dat met z’n ‘pre-modern silence’ een haast apocalyptische leegte uitademde. Net als Moor hield De Boer het compact, maar ook bij hem kreeg je een set die uitblonk in diversiteit en energie, met een grootstedelijke cadans waarin ook plaats gereserveerd werd voor absurditeiten en zelfbeschouwing op verborgen rustplaatsen.

Zea stelt zijn nieuwe album op 7 maart voor in Theater Torpedo (Amsterdam). Andy Moor is in april terug met het kwartet Lean Left (met Terrie Ex, Ken Vandermark en Paal Nilssen-Love). Ze spelen op 16 april in Het Bos en op 18 april bij KAAP in Brugge.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × drie =