Keane

20 januari 2020 Ancienne Belgique, Brussel

Stelling 1: slechts 1 op 3 nummers van Keane is het onthouden waard. Stelling 2: Keane weet dat. Stelling 3: combineer 1 met 2 en je krijgt in zijn beste momenten een memorabel concert met een greatest hitssetlist die puur popplezier voorspelt. Finale stelling: Keane moet hier nog wat beter in worden, maar is flink op weg.

Keane; voor sommigen een groep die niet genoeg gehaat kan worden. Waarom toch? Omdat ze onschadelijk zijn? Niemand heeft ooit beweerd dat alle muziek de vinger in de wonde  moet duwen. Laat dat aan de IDLES’en en Shames van deze wereld. Keane heeft andere bestaansredenen en die zijn net zo goed legitiem. De Britten kwamen meer dan vijftien jaar geleden bovendrijven met pianopop die uitblonk in ingenieuze melodieën – debuut Hopes And Fears was er eentje met minstens vier klasssieke singles. Dat was ook flink wat.

Het vervolg was helaas minder gracieus. Plaat na plaat leverde minder op, de roem dreef frontman Tom Chaplin naar een hardnekkige snuifgewoonte en de relaties in de band – ook maar gewoon Engelse jongetjes die nooit met elkaar hebben leren praten – gingen langzamerhand kapot. In 2013, met vier albums en een verzamelaar op hun conto, was het op. Een split? Neen hoor. Een groep als deze heeft goeie marketeers in dienst en kent de term “indefinite hiatus”. Vertaling: “We zien wel, maar vraag het niet te vaak.”

Het vroeg een scheiding (die van songschrijver-toetsenist Tim Rice-Oxley) om de jongens van weleer opnieuw te verzoenen. Man geworden werd de wederzijdse nood dan toch uitgesproken en dat moet een deugddoend moment zijn geweest. Dat hoor je aan comebackalbum Cause And Effect dat afgelopen zomer verscheen. Je ziet het aan Chaplin die in de AB – een kleine zaal voor Keanes doen – staat te glunderen op een manier dat je het gelooft: dit had hij van doen. “We hebben met half elf een heel erg strikt einduur meegekregen, maar we gaan proberen zoveel nummers te spelen als we kunnen”, belooft hij al na één song. Met 25 nummers op twee uur krijgen we dat waar voor ons geld.

“We moesten dit niet doen om de rekeningen te kunnen betalen.” Chaplin hamerde het er in september in en we zijn geneigd hem te geloven. Het beste van Cause And Effect hoort vanavond bij de hoogtepunten van de set, wordt enkel overklast door dat onverslijtbare debuutmateriaal. “Stupid Things” bijvoorbeeld: een bekentenis over wat wel eens flink scheefpoepgedrag zou kunnen zijn geweest, maar vooral een nummer waarop Rice-Oxley een melodie schreef waarvoor Bjorn en Benny een moord zouden hebben gepleegd om ze door Agneta en Annifrid te horen zingen. Chaplin doet het op zijn eentje en brengt het er aardig van af. “Love Too Much” is een ander: een poepsimpele piano, de flink vermagerde frontman die daar lekker boven galmt en het refrein attaqueert met een gusto van heb ik je daar. Armen open; dat moést.

Wat u dan weer moest doen, deed u: meebrullen. Keane geeft nog altijd het soort popconcert zoals het hoorde voor het woord door R&B-trienen als Britney, Katy en Miley – alles dat eindigt op –y is te wantrouwen – verdacht werd gemaakt. Dat wil zeggen: een perfect gebracht – hoor die piano huppelen dan wel treuren, die bas en drums de boel stutten zoals hun functiebeschrijving vraagt! – spervuur aan hits die met veel levensvreugde kunnen worden meegebruld en die een publiek doen buitenstromen met een glimlach om de lippen. Wil dat zeggen dat er ook wat onhandig op kreten uit het publiek moet worden gereageerd, vijftien keer “thank you” geglimlacht? Dat hoort er bij.

Natuurlijk is het dat materiaal van Hopes And Fears, toen late twintigers – net gaan samenwonen, kindje op komst – bij bosjes voor die zoetsappige pianoklanken vielen, dat nu door late veertigers luid wordt meegezongen alsof een terugkeer naar toen er van afhangt. Al in “Bend And Break”, het tweede nummer van de set, vraag je je af of Chaplin daar eigenlijk wel nodig is aan de microfoon. “The Last Time” krijgt zo’n euforische brulronde dat het een kermismolen wordt. En zelfs het ingetogen “Bedshaped” is duidelijk een trip down memory lane. Naar een eerste heartbreak waarschijnlijk, gemorste tranen in een lichtroos kussen.

Daartussen zit het werk van die drie albums nadien geweven. “Silenced By The Night” zit nog in dat goeie derde, vooral dankzij een alweer puik beltende Chaplin. Dat gaat echter minder op voor het nochtans met een goeie Achtung Babysynth gezegende “Is It Any Wonder?” – Rice-Oxley zit ondertussen al lang niet meer neer achter zijn keyboards – of het stapvoetse “Strange Room”. Dat laatste moest er echter in; de toetsenist wil zijn stommiteiten van de laatste jaren niet onder de mat vegen. ‘t is wél Chaplin die het mag zingen, dat “Officer, I know what it looks like: a rich kid with a good life.” Zo kunnen wij het ook, onze bekentenissen vrijgeven.

“Perfect Symmetry” volgt veel te hard de blauwdruk van ongeveer elk vroeg Keanenummer dat het alweer vergeten is voor het gedaan is. Een grappig fan-intermezzo volgt als iemand uit het publiek om een drumstick vraagt. “Kon je niet op een slechter moment gedaan hebben; onze drummer is net even naar het toilet.” Want ja, daar wordt “Try Again” even ingetogen gebracht. Chaplin gooit toch maar een stok: “Pas op je ogen, ik heb dit nog nooit gedaan.”

Maar dat er dus wel een dipje in de set zit dat blijft duren. Twee uur is veel, en Keane heeft veel geweldige popsongs, maar niet zóveel. Het vraagt nog even een dreinerig “A Bad Dream”, en saai mid-carreerwerk als “Nothing In My Way” en “You Are Young” voor we aan het vuurwerk toe zijn. Dat “Love Too Much”. Dat “Bedshaped”, waarin Chaplin goedkeurend toekijkt hoe het publiek zijn werk doet – u heeft nochtans betaald hoor. En dan de explosie die “The Way I Feel” is: alweer een recente single, alweer één die laat horen dat de groep nog niet uitverteld is. “Somewhere Only Know”, ondertussen zo’n tijdloos nummer dat zelfs de Nederlandse tv er onlangs een reportage over maakte, is slechts de kers op de taart.

Een bisronde met onder andere “Crystal Ball” heeft daar weinig aan toe te voegen. De bloemekee is geschoten, dit zijn niet meer dan wat zuinige naknallen. Want ja, een iets gebaldere set had deugd gedaan, maar net zo goed was het goed te zien dat hier een gelouterde groep stond; eentje die oprecht kan genieten van wat er gebeurt en er zin in heeft. Willen we volgende zomer nog een rondje op deze molen? Tuurlijk!

Keane? What’s not to like?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 − dertien =