Vinny Peculiar :: While You Still Can

De nieuwe Vinny Peculiar is er een met de ‘v’ van vinnig, venijnig en vilein. Op het uitmuntende While You Still Can haalt de aimabele Brit de verzuring en de verruwing in de maatschappij over de hekel, en daarvoor gebruikt hij muziekjes van alle tijden.

Je zou denken dat een mens het met het klimmen der jaren wel eens wat rustiger aan wil doen, maar dat gaat voor Vinny Peculiar zeker niet op. Sinds Alan Wilkes goed vijf jaar geleden met verzamelaar The Root Mull Affect op de radar van enola verscheen, is dit al de vierde nieuwe langspeler – de dertiende in zijn twee decennia overspannende carrière. “Do something useful while you still can”, was het devies van zijn vader, en dat neemt hij duidelijk ter harte. Meteen weet u ook waar de titel vandaan komt.

Zoals steeds levert hij ook nu geen halfbakken haastwerk af, maar een keurig geproducet, gevarieerd album. In een rechtvaardige wereld zouden zijn liedjes ongetwijfeld véél meer airplay krijgen dan nu het geval is. Ze zijn goed gemaakt en Peculiar beheerst voldoende uiteenlopende, toegankelijke stijlen om een breed publiek aan te spreken, maar een grote doorbraak is jammer genoeg nooit voor hem weggelegd geweest.

Zes jaar geleden was hij er het dichtst bij. Toen scoorden hij en Paul Arthurs (ofte Bonehead van Oasis) als Parlour Flames een bescheiden hit met “Manchester Rain”. While You Still Can moest de opvolger worden van hun titelloze debuut, maar Bonehead was niet vrij en zo werd het toch weer een ‘gewone’ Peculiar-plaat. Geen nood, echter. De ritmesectie van Parlour Flames deed wél mee, al waren het uiteindelijk vooral Wilkes zelf en Dave Draper en David Marsden – twee producers met wie hij eerder samenwerkte – die de plaat in zijn definitieve plooi legden.

Aan inspiratie ontbrak het hem ook deze keer niet. Blikte hij op zijn vorige langspelers vooral terug – op het leven zoals het was in een archaïsche Engelse village, op zijn jaren als verpleegkundige in de geestelijke gezondheidszorg of op zijn jonge jaren in zijn geboorteplaats Bromsgrove – dan richt Wilkes zijn nietsontziende blik deze keer op de verruwing en verrechtsing van de maatschappij, en op de ijdelheid van de politici die het land moeten besturen maar vooral bezig zijn met hun personencultus op de sociale media.

Die ergernis levert een album op dat bij momenten – muzikaal, tekstueel of allebei – dan ook vinniger, venijniger en vileiner klinkt dan we van hem gewoon zijn. Al blijft het gelukkig een hele plaat lang vintage Vinny, de songstructuren zijn wel meer rechttoe rechtaan dan anders. Het is de boodschap die telt, en die brengt hij liefst zo direct mogelijk. En het hoeft ook niet allemaal alleen maar mooi te zijn, zegt hij zelf, want dat zijn de vertoningen die politici en celebrities tegenwoordig opvoeren ook niet.

Met de nodige overacting kruipt hij in pianoballad “Vote For Me” in de huid van een smekende, smachtende kandidaat, die dingt naar de gunst van de kiezer. Mooi is het inderdaad niet echt, maar het werkt; je hoort het kwijl bijna uit de speakers druipen. Aan Peculiar zelf is zo’n smeekbede trouwens niet besteed. Politiek, zo luidt het in de gelijknamige riffrocker, dat is “Pop Music For Ugly People”. Het is wellicht ook geen toeval dat er in de bijhorende clips nogal wat lelijke creaturen opduiken met May- en Johnson-kapsels.

Dat While You Still Can aanvankelijk was bedoeld als een groepsplaat, is vooral te horen in de nummers waarin de gitaren op de voorgrond treden. “Culture Vulture” wordt voortgedreven door een Led Zeppelin-riff op een Rage Against The Machine-groove, “Man Out Of Time” is een aanstekelijke country/glamrocker en “Art And Poverty” is een repetitieve, bezwerende lap postpunk. Het mooiste snarenwerk komt echter van “Let Them Thake Drugs” (met Pink Floyd-esque outro om de plaat af te sluiten) en vooral van “Question Time”, een nummer dat zowaar klinkt als een Tom Petty-song met Johnny Marr op gitaar.

Elders krijgen de gitaren een minder opvallende rol toebedeeld, zoals in “Diane Abbot Takes A Selfie” en “Scarecrows”, twee songs waarin new wave en dansbare pop elkaar de hand reiken. In “Ministry Of Fate” zijn ze zefs helemaal afwezig. Dit synthpopnummer ademt een onmiskenbare jarentachtigsfeer uit, en is – opvallend voor een guitarist pur sang als Peculiar – een van de beste songs van de plaat.

Terwijl de Britten lijdzaam toekijken hoe politici en andere ‘publieke figuren’ van de ene vaudeville in de andere strompelen, zijn er dus gelukkig ook nog mensen die zich niet laten meeslepen door de waan van de dag en voldoende afstand en perspectief bewaren om die protserige protagonisten een spiegel voor te houden. Vinny Peculiar is er een van.

Welke koers onze westerburen in de nabije toekomst ook zullen varen, is nog steeds niet helemaal duidelijk. Dat Vinny Peculiar nog lang niet is uitgezongen, dat lijdt geen twijfel en wordt ten overvloede bewezen met het geweldige While You Still Can.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in