Michael Chapman :: 50

Krasse oude knar neemt samen met jonge bewonderaars een plaat op, deel zoveel.

Michael Chapman mag dan bij het grotere publiek niet even bekend zijn als leeftijdsgenoten zoals Richard Thompson of John Martyn, dat neemt niet weg dat hij ondertussen een éminence grise is geworden binnen de Britse folkwereld. Zijn reputatie vestigde hij vooral met zijn eerste albums die hij rond de overgang naar de jaren zeventig uitbracht op het legendarische platenlabel Harvest. Beluister albums als Rainmaker (1969), Window (1970) en vooral Fully Qualified Survivor (1970) en je kan niet anders dan vaststellen dat het stuk voor stuk folkklassiekers zijn die ook na bijna een halve eeuw nog altijd geen spatje verouderd klinken. Ook daarna bleef hij met de regelmaat van de klok albums uitbrengen – de teller staat ondertussen al op meer dan veertig — al verdween hij langzaamaan steeds meer op de achtergrond.

Toch is Chapman niet alleen een begenadigd songsmid, ook als gitarist is hij niet bepaald ongetalenteerd. Al komt dat laatste niet altijd helemaal tot uiting op ‘s mans albums waar de focus meer op de songs zelf liggen. Maar samen met andere gitaargrootmeesters uit de folkscene zoals John Fahey is hij een inspiratiebron voor een jongere generatie gitaristen die boeiende instrumentale dingen doen met de hedendaagse rootsmuziek zoals wijlen Jack Rose, William Tyler en Steve Gunn. Maar ook artiesten zo divers als Lucinda Williams en Thurston Moore — die hem “de Kandinsky van de akoestische gitaar” noemde — behoren tot zijn bewonderaars.

De titel van het album, 50, is een verwijzing naar het aantal jaren dat voorbijgegaan is sinds Chapman als jonge kerel de folkscene van Londen en Cornwall onveilig maakte. Het werd opgenomen met een nieuwe generatie muzikanten zoals Nathan Bowles (Pelt), Jimmy SeiTang (Rhyton) en — tevens producer — Steve Gunn, die naast zijn eigen solowerk vooral bekend is als lid van de band van Kurt Vile. Op 50 wordt er vooral teruggeblikt, want naast enkele nieuwe songs bestaat het album grotendeels uit herwerkt ouder materiaal. De invloed van producer Steve Gunn is overigens duidelijk hoorbaar, want het album sluit qua sound even dicht aan bij zijn recent solowerk als bij Chapmans folkalbums van weleer.

Openingsnummer “Spanish Incident (Ramón And Durango)” klinkt als een roadtrip door de grensstreek tussen Mexico en de VS waarbij de banjo van Bowles voor een subtiel zuiders sfeertje zorgt. Op “Sometimes You Just Drive” — een van de nieuwe nummers — klinkt de stem van Chapman hees en gebroken. Het resultaat is een heerlijk mysterieuze folksong. Op “Memphis In Winter” schetst hij een dystopisch beeld van de Verenigde Staten, dat onverwacht brandend actueel blijkt te zijn. “The Mallard” handelt dan weer over verloren liefde, afscheid en gemis. 50 is een album dat wonderwel past bij de winter. Kaal en onherbergzaam, maar ook herleid tot de essentie.

Het dichtst aansluiten bij zijn folkroots doet Chapman in het nieuwe “Money Trouble”, de meest uitbundige song van het album. Als gitarist krijgt hij vrij spel op “Rosh Pina”, de enige instrumental op het album, waar de gitaren ruim de tijd krijgen om weids, maar tegelijk toch beheerst, de vrije ruimte op te zoeken. Ook dat is een kenmerk van het album, waar bijna alle songs de tijd krijgen om over de vijfminutengrens te gaan. Michael Chapman noemt het zijn “Amerikaanse album”: geen Britse folkminiatuurtjes, maar een veruitwendiging van de uitgestrekte Amerikaanse landschappen.

Het niveau van zijn eerder vernoemd werk uit zijn beginjaren haalt Chapman hier dan wel niet, maar toch is 50 een uitstekend album geworden. Eentje dat toont dat hij nog altijd best zijn mannetje weet te staan, maar ons er evengoed aan herinnert dat we stilaan spaarzaam moeten beginnen worden op de generatie muzikanten uit de jaren ‘60 en er best nog optimaal van kunnen genieten zolang ze nog nieuw werk uitbrengen. Zeker als het van het niveau van 50 is.

Michael Chapman speelt op 11 april in Les Ateliers Claus (Brussel) en op 12 april in de Vooruit (Gent). Ook Steve Gunn staat die avonden op het podium. Beiden spelen ze een soloconcert.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 + 5 =