The Molochs :: America’s Velvet Glory

Wat doe je als je eerste album geruisloos in de plooien van de muziekgeschiedenis verdwenen is? Een tweede album uitbrengen dat niet kan genegeerd worden, tiens.

Met America’s Velvet Glory is de band rond gitarist/organist Lucas Fitzsimons dus niet aan zijn proefstuk toe. Opgroeiend in afwisselend Los Angeles en zijn geboorteplaats Buenos Aires, speelde Fitzsimons jarenlang in talloze lokale bands, waarbij hij langzaam zijn eigen stem en muzikale weg vond. Na een trip door Indië in 2012 richtte hij dan uiteindelijk The Molochs op — de naam is een verwijzing naar Howl van Allen Ginsberg — met jeugdvriend Ryan Foster. Het resultaat was het toepasselijk getitelde Forgetter Blues, een album dat even snel van de radar verdween als het gekomen was. Bijna vier jaar later komen The Molochs — met ondertussen ook drummer Cameron Gartung aan boord — weer boven water met een tweede worp. Eén die stilistisch misschien wel in het verlengde ligt van hun debuut, maar dan met betere songs.

De invloeden die in de perstekst aangehaald worden — Modern Lovers, The Velvet Underground, Syd Barrett en anderen — hoor je duidelijk in de muziek van The Molochs. Maar, ondanks een duidelijke sixties-fixatie van Fitzsimons, is America’s Velvet Glory toch geen doordeweekse genreoefening geworden. Daarvoor zijn de songs simpelweg te sterk en wordt er gemusiceerd met zoveel goesting dat de vonken er langs alle kanten van afspatten. Dit zijn de jaren zestig die afgestoft en binnenstebuiten gekeerd worden door een bende hongerige jonge wolven. Met als resultaat een album dat er staat.

Met 11 songs op iets meer dan 33 minuten is het America’s Velvet Glory duidelijk een gebald album geworden. Solo’s zijn kort maar krachtig en de nummers worden gebracht met een gejaagdheid alsof de bandleden net sloten cafeïne naar binnen gewerkt hebben. Het album start meteen met een sterk tweeluik (“Ten Thousand”, “No Control”) die gekenmerkt worden door sprankelende gitaarpartijen, onweerstaanbare melodieën en een sfeer die nauw aansluit bij het werk van de vroege R.E.M. “Charlie’s Lips” daarentegen is pure psychedelische sixties pop en het van subtiele weerhaakjes voorziene “The One I Love” roept dan weer herinneringen op aan The Beatles van Rubber Soul.

Het prijsbeest van het album is waarschijnlijk de vooruitgeschoven single “No More Crying”. Voorzien van een bluesy harmonica is het een garagerocker die niet had misstaan op de legendarische Nuggets-compilatie. Ook “You And Me” is lekker gammele garagerock die nog maar eens aantoont dat Fitzsimons verdomd goed weet hoe een beklijvende melodie te bedenken. Het lijzige, slepende “That’s The Trouble With You” doet met zijn over elkaar wringende laagjes denken aan “Tomorrow Never Knows” van The Beatles, maar weet toch aan de goede kant van de soms dunne scheidingslijn tussen inspiratie en imiteren te blijven. Op “New York” krijgen we een bevangen sfeer en zorgen de tempowisselingen voor een verontrustend gevoel.

Met een geluid dat zo uitdrukkelijk naar de jaren zestig neigt was America’s Velvet Glory makkelijk het soort album geworden dat niet verder kwam dan een soort nostalgieact. Maar The Molochs weten uit al die invloeden de essentie te distilleren en hun nummers een geheel eigen smoel mee te geven. Reken daar dan nog een rits memorabele melodieën bij en je krijgt een straf album. Een naam om rekening mee te houden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 2 =