Weyes Blood :: Front Row Seat To Earth

Natalie Mering is van vele markten thuis: naast gelegenheidsmuzikante bij Jackie-O Motherfucker en collaboratrice van Ariel Pink heeft de Amerikaanse met Weyes Blood ook haar eigen ding. Voor een vijfde album al ging ze de ruimte in, keek eens achterom, en bracht Front Row Seat To Earth terug mee voor ons.

Er zit dus duidelijk een flinke spacy kant aan Front Row Seat To Earth. De piano in opener “Diary” klinkt bijvoorbeeld alsof Mering die bespeelt terwijl ze tegen een achtergrond van een overweldigende sterrenhemel door het onmetelijke niets suist. Met haar sopraanstem erbij is het plaatje compleet: ogen dicht en zacht trippen in hogere sferen, drie kwartier lang. Daarbij vervalt Front Row Seat To Earth nergens in het soort nodeloos rare psychedelica die de plaat oneer zou aandoen. Mering, deels diva deels zwerfkat (check die hoes ook: Mering in glanzend lichtblauw pak, nonchalant gevlijd in het zand in een verder desolaat landschap), heeft alles onder controle.

Haar charme klinkt, hoewel nog volop aanwezig, minder rommelig dan typerend was voor eerdere pogingen. In de plaats daarvan krijgen we strakker afgewerkte songs met duidelijker visie. Geen laagje ruis of experimenteel klankgedoe meer, wel meer geniepige elektronica doorheen de klassieke instrumentatie (harp!) om bruggen te slaan tussen verleden, heden en toekomst. Zo krijgen we folk zoals populair was op de radio in de jaren zestig en zeventig, met een moderne wrong in. Die esthetiek, die Weyes Blood verwant maakt aan pakweg Jacco Gardner, vereist een spreidstand waarin Mering wonderwel slaagt. “Folkmuziek van de nabije toekomst”, vindt Mering zelf: ze zal er niet ver naast zitten.

Op “Diary” smeekt Mering nog om vergiffenis, en nummer twee, “Used To Be”, legt de vinger nog op de wonde die een onvoltooid verleden tijd kan nalaten, maar verder zien we dat verleden mooi voltooid worden. Over progressie en structuur is dus goed nagedacht, met voorbij het eerste kwartier heel wat songs (single “Seven Words”, “Be Free”) die de drang naar onzekere vrijheid belichamen. “It’s starting to burn and I wanna go”, gaat dat op die eerste. Meermaals valt het woord “free”, zoals op “Away Above”: “I don’t feel bad for you/And that’s what makes us free”.

Maar wanneer Mering de prominente thema’s van verlies en vrijheid probeert te koppelen aan een optimistische toekomstvisie, lijkt dat soms wrang. “It’s not the past that scares me/Now what a great future this is going to be”, zingt Mering op “Generation Why”. Is dat laatste dan sarcasme? Vreemd, het klinkt er alvast niet naar. En instrumentale afsluiter “Front Row Seat”, met een pianoriedel die niet meer dan dobbert in een soepje van film-, theater- en operafragmenten, maakt de spacy cirkel dan misschien wel rond, maar iets waardevols bijbrengen aan de plaat doet het ook niet echt.

Front Row Seat To Earth had serieuze brokken kunnen maken in hitparades vijftig jaar terug, maar gaat nu verloren in een gekend overaanbod. Liefhebbers van vergane glorie die een open geest kunnen houden, zullen hier wel even zoet mee zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf + twaalf =