Sarah Jarosz :: Undercurrent

Een diploma in de specialisatie “Contemporary Improvisation” aan het New England Conservatory of Music. Het is niet meteen iets wat je met Amerikaanse rootsmuziek, die het toch eerder moet hebben van de muzikale overlevering, gevoel en diepmenselijke verhalen, zou associëren. Toch bewijst Sarah Jarosz dat het kan.

Opgegroeid in een klein stadje in Texas op een steenworp van Austin, de muzikale hoofdstad van de Lone Star State, toonde Jarosz al van jongs af een grote aanleg voor allerlei snaarinstrumenten als mandoline, banjo en gitaar. Terwijl ze nog op de middelbare school zat, wist ze haar platenlabel Sugar Hill Records er van te overtuigen om haar debuutalbum uit te brengen. Was die eerste plaat nog volop gedrenkt in de bluegrass-traditie, dan maakte ze met haar vorige plaat, het uit 2013 stammende Build Me Up From Bones, een reuzenstap vooruit naar een eigen geluid, met een Grammynominatie als beloning. Haar nieuwe album Undercurrent komt er na haar verhuis naar New York (niet meteen het epicentrumt van de hedendaagse rootsmuziek) en is op meerdere vlakken een nieuwe start voor de nog steeds maar 25-jarige, alsook een logisch voortbouwen op wat eerder kwam.

Net zoals op Build Me Up From Bones houdt ook dit album zich op in het grensgebied tussen folk en country. Maar waar die voorganger grotendeels gekenmerkt werd door een uitgebreid en warm groepsgeluid krijgen we hier een veel ingetogener sound, waarbij Jarosz een aantal nummers op haar eentje brengt. Nog een nieuwigheid voor Jarosz is dat Undercurrent het eerste album is waarop ze alle nummers of zelf geschreven of meegeschreven heeft met andere rootsmuzikanten als Parker Millsap of Joey Ryan van The Milk Carton Kids.

Opener “Early Morning Light” zet meteen de toon. Solo gebracht, met een zachtjes tokkelende gitaar gecombineerd met de zachte, warme stemkleur van Jarosz. Dit is muziek van een verstilde verfijning, van uitgepuurde klasse. Want het niveau dat door dit nummer gezet worden, zal zo goed als een heel album aangehouden worden. Ook “Take Another Turn” of “ Everything To Hide” zijn van die akoestische pareltjes waarop Jarosz het op haar eentje doet. Daar tegenover staan een aantal songs waarop er wel weer een wat voller geluid te horen is. “House Of Mercy”, met zijn steeds weerkerende riedeltje, is zo’n liedje dat zo toegankelijk en vlot meeneuriebaar klinkt dat het voorbestemd lijkt te zijn voor de playlist van de betere radiozenders.

Gekenmerkt door z’n slepende pedal steel weet Jarosz ook in “Back Of My Mind” een sfeer te scheppen die tegelijk mysterieus en melancholisch is. Een vernieuwer is Jarosz niet, maar dat hoeft ook niet als je schijnbaar achteloos klassesongs als “Lost dog”, waarin ze op allegorische wijze parallellen trekt tussen het onschuldige gedrag van een hond en de achterdocht en geheimen van een relatie die op haar laatste benen loopt. Op “Still Life” krijgt ze gezelschap van Aoife O’Donovan en Sara Watkins met wie zo vorig jaar de hort op ging als het trio I’m With Her. Voortgedreven door een klagende viool voelt het nummer tegelijk onbehaaglijk en troostend.

Een zeldzame keer is een nummer op Undercurrent niet meer, maar ook niet minder, dan goed te noemen, met name op het aan Suzanne Vega schatplichtige “Green Lights”. Maar dat is niet meer dan detailkritiek. Met Undercurrent levert Sarah Jarosz voorlopig een van de betere rootsplaten van het jaar af. Een die met “Jacqueline” — de titel is een verwijzing naar de vroegere First Lady — zowat de beste Joni Mitchell song in een heel lange tijd, afgesloten wordt. En die “Comptempary Improvisation”? Daar is op plaat voorlopig nog niet veel van te merken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf + twee =