Låpsley :: Long Way Home

Begonnen als het muzikale liefje van James Blake is de 19-jarige Låpsley met een paar EP’s en singles op de golven van de hype naar een breder geluid gesurft. Een waar niet pakweg FKA twigs, maar Jessie Ware en zelfs Adele aan de horizon glooien. En neen, dat hoeft geen slechte zaak te zijn. Tenminste, nog niet.

De link met Adele is gemakkelijk gelegd: beiden zijn labelgenoten bij XL, waar naast Adele nog een paar andere kippen met (weliswaar minder blinkende) gouden eieren zitten. Als daar zijn: The xx, The Horrors en Vampire Weekend. Goudsmid van dienst is de Schotse producer Rodaidh McDonald, die met alle voornoemde bands heeft gewerkt in de home studio van XL. Een label met een plan dus, en Låpsley past er met haar debuut naadloos in. In interviews hamert ze op haar zelfstandigheid en de weg die ze helemaal alleen heeft afgelegd. Maar de evolutie van haar minimalistischere eerste EP’s Monday en Understudy naar heldere melodieën en grote refreinen is wel heel opvallend. Dank u, McDonald dus.

Het maakt van Long Way Home een typische debuutplaat, in die zin dat er nog geen keuzes gemaakt worden (oud versus nieuw), maar dat het wel nu al duidelijk is in welke richting het zal gaan. Luister naar recentere nummers als de singles “Hurt Me” en “Love Is Blind”, en opener “Heartless”: dijken van songs waarin de soultronica van haar eerste EP’s wordt uitgehuwelijkt aan refreinen die er staan. Het werkt ook dankzij haar sterke, maar toch onopvallende stem die zulke songs draagt, maar geen niveau hoger kan tillen. Daarvoor is de kil-weemoedige sfeer nodig die haar onderscheidt. Maar luister ook naar “Operator”, dat met zijn bedeesde stap richting disco compleet uit de toon valt en het ergste doet vermoeden voor wat volgt. Het is een tang op een varken, een weemoedig meisje dat liever in haar kamer zit dan op een feestje, maar tegen wil en dank op een fel verlichte fuif is beland. Als dit de richting wordt, is ze na plaat twee vergeten.

Nee, dan liever de songs die in het verlengde liggen van single “Falling Short”, dat een jaar geleden even meegolfde op de buzz rond haar vermelding in die vermaledijde BBC Sound of 2015. Zoals “Station”, waarin ze door elektronische spielerei vocaal in duet gaat met haar vervormde stem. Of het delicate “Painter”, dat door geluiden uit een muziekdoosje iets naïefs toevoegt aan deze trage slow van smacht met smart. Mooi. Net als “Leap” trouwens, dat het meer van weemoedige en vervreemdende sfeeropbouw moet hebben dan van melodie. Dat zien we op die tweede plaat niet snel meer terugkomen. Ook “Tell Me The Truth” harkt meer terug naar die eerste songs die ze op haar slaapkamer in elkaar knutselde, maar is door toedoen van McDonald gebeeldhouwd naar een nummer waar ze een zaal mee kan vullen. Het is de rode draad door het album, die in het sterke “Cliff” kristalliseert, met verrassend genoeg een uitstekende song als resultaat.

Zo is Long Way Home vooral een plaat van een zoekend 19-jarig meisje. Zoekend in de liefde, want op haar debuut liggen de aders open: een lange-afstandsrelatie die niet zo goed uitpakte, de liefde die bij elk mogelijk antwoord tien extra vragen stelt, het gekwetst worden dat ergens ook een zoet gevoel is waarin het op masochistische wijze heerlijk wentelen is. In Long Way Home koppelt Låpsley die vragen aan een muzikale zoektocht, waarin het op z’n best heerlijk ronddwalen is door de warm-afstandelijke, weemoedige sfeer. Zo doet dit debuut heus wel denken aan Adeles debuut 19: beide dames geen perfecte popprinsjes, en daar terecht weigerend een complex aan over te houden, beiden muzikaal op zoek in een evenwichtsoefening tussen authenticiteit en een groter publiek. Iets willen vertellen is één ding, dat kunnen vertellen aan zoveel mogelijk mensen een ander.

Ook nu levert die zoektocht een boeiende weerslag op. Låpsley heeft met Long Way Home een sterk debuut, maar een waarvan de valkuilen even opzichtig zijn als de sterktes. Låpsley worstelt met het hebben van een eigen smoel – al heeft ze die meer dan klasgenootje Banks een paar jaar geleden, die op haar debuut dat evenwicht helemaal niet vond. Op haar best vindt Låpsley die wanneer haar soultronica het huwelijk met een sterk refrein consumeert. Maar wanneer de geforceerde pop van “Operator” een proeve is van wat komen gaat, zijn we haar over drie jaar vergeten. Voorlopig valt te hopen dat dat niet het geval is.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 + 3 =