Låpsley :: ”Het is ongezond als ze je alleen maar vertellen wat je wil horen”

Haar commercieel klinkend debuutalbum kiest de weg van de minste weerstand, maar Låpsley beweert van uitdagingen te houden. Als ze tegelijk haar liefde voor eenvoud trouw kan blijven, zal ze in de toekomst zeker nog potten breken.

(pn) schreef het eerder ook al: de Noord-Engelse Holly Lapsley Fletcher manifesteerde zich aanvankelijk vooral met minimalistische soultronica à la James Blake, maar lijkt op haar debuutplaat Long Way Home uitdrukkelijk met mainstreampop te flirten. Dat is deels de verdienste/schuld (schrappen wat niet past) van XL-producer Rodaidh McDonald, die Fletcher’s intimistische songs omvormde in meezingers met de nodige mass appeal. Hoewel (commercieel) succes voor elke muzikant in bepaalde mate een drijfveer is, heeft Låpsley de ambitie om in de toekomst niet meer met dergelijke hitmakers samen te werken, maar de productie op haar eentje te verzorgen.

Låpsley:“Toen ik vijftien jaar was, ben ik voor het eerst bij een muziekgroepje gegaan, vooral omdat er een paar oudere jongens waren waar ik een oogje op had. Ik kreeg echter al snel door dat ik het niet leuk vind om bevelen te krijgen en dat ik liever op mijn eentje muziek maak. Maar die ervaring heeft mij wel doen inzien dat ik ervan hou om te schrijven en creatief bezig te zijn. Met mijn huidige project Låpsley geef ik eigenlijk een beetje toe aan mijn egoïstische hang naar controle: ik wil alles zelf kunnen doen. Rodaidh McDonald heeft mij wel geholpen met het beter begrijpen van de apparatuur waarmee ik in de studio geconfronteerd werd, maar dit jaar ga ik engineeringlessen volgen zodat ik voor mijn volgende plaat zelf achter de knoppen kan zitten.”
enola: Waarom is het zo belangrijk voor je om als enige verantwoordelijk te zijn voor het geluid?
Låpsley: “Als er dan iets zou misgaan, ligt het enkel en alleen aan mezelf. Ik zou het er moeilijk mee hebben als mijn carrière ten onder zou gaan aan een muzikale samenwerking die me door het label was opgedrongen, of aan een kolossale PR-stunt die misgaat. Ik zou het dan ook niet erg vinden als mijn muziek eenvoudigweg niet zou aanslaan: aan mijn schrijfstijl kan ik toch niets veranderen, dus dan zij het zo. Er is een andere carrière die ik met veel plezier zou najagen als dit project zou falen: ik wou aardrijkskunde gaan studeren aan de universiteit.”
“Daarnaast hou ik ook gewoon van uitdagingen. Ik pas op het vlak van mijn muziek dezelfde werkethiek toe die ik ook op school en bij mijn sportactiviteiten hanteerde: ik wil voortdurend hindernissen overwinnen. Dat is dan ook de reden waarom ik niet van jaknikkers hou: ik zei onlangs tegen collega-muzikant SOHN dat ik nooit in Los Angeles zou kunnen wonen, aangezien iedereen er een jaknikker is. (met irritant Amerikaans accent) ‘Oh my god, that’s so good’. Hoe kun je jezelf nu verbeteren als je alleen maar positieve feedback krijgt? Ik heb juist mensen nodig die mij vertellen dat mijn muziek bagger is en dat ik harder moet proberen. Het is zo ongezond als mensen je alleen maar vertellen wat je wilt horen.”
“Om dezelfde reden wantrouw ik de PR-zijde van de muziekindustrie: het doel van PR is om muzikanten op een voetstuk te plaatsen en het publiek ervan te overtuigen dat ze naar ons moeten opkijken. Ik vind dat ongezond. Er zijn zoveel problemen in de wereld, en dit is ‘maar’ muziek. Ik ben geen hersenchirurg die dagelijks levens redt, ik heb verdorie nummertjes gemaakt in een studio… I never get starstruck als ik mijn idolen ontmoet, want muzikanten zijn ook maar mensen. Nu ja, misschien zou ik voor Joni Mitchell een uitzondering maken.” (grijnst)

enola: Je klinkt een beetje als een buitenstaander die de muziekindustrie vanop afstand observeert, eerder dan iemand die er werkelijk deel van uitmaakt.
Låpsley: “Ik kom uit een hardwerkende familie van dokters, advocaten enzovoort, en ik heb een muzikale carrière nooit als een haalbare optie gezien. Het is eigenlijk heel vreemd: vroeger maakte ik gewoon muziek voor mijzelf, en nu word ik er plots voor betaald. Maar doordat ik met mijn passie voor aardrijkskunde nog een alternatief achter de hand heb, kan ik op een heel rationele en nuchtere manier keuzes maken en deins ik er niet voor terug om kritiek te geven op de industrie.”

“Zo heb ik bijvoorbeeld ontdekt dat het als vrouw verschrikkelijk moeilijk is om serieus genomen te worden in het muziekwereldje, omdat mannen er nog altijd de plak zwaaien. Voordien was ik mij daar helemaal niet van bewust. Ik heb op een meisjesschool gezeten en stond er redelijk hoog op de sociale ladder omdat ik altijd eerlijk en rechtdoorzee was, maar ik heb gemerkt dat eerlijkheid niet altijd loont in de muziekindustrie: het feit dat ik over alles een duidelijke mening heb, zorgt ervoor dat mensen mij soms een beetje humeurig vinden. Ach ja, ik ben hier niet om vrienden te maken, en de waarheid moet nu eenmaal gezegd worden.”
enola: Die compromisloze attitude staat in schril contrast met je muziek, die vaak voorzichtig en bedachtzaam klinkt.
Låpsley: “Dat komt omdat ik ook een heel open geest heb en ik over het algemeen niet snel oordeel. Soms lijkt het alsof ik twee persoonlijkheden heb en ik muziek moet schrijven om een evenwicht te vinden. Schrijven is mijn passie: het is een soort therapie die me helpt dingen te begrijpen waarover ik geen controle heb, zoals relaties. Enerzijds hou ik ervan om op mijn eentje te zijn, maar anderzijds kun je niet schrijven over dingen die je niet hebt meegemaakt: je moet naar buiten gaan en je leven leiden. Daarom ga ik na mijn tournee ook enkele maanden vrijaf nemen, want anders zou mijn volgende plaat enkel over optreden gaan.” (grinnikt)
“En ook op muzikaal vlak ben ik erg open-minded: mijn schrijfstijl is altijd dezelfde – ik maak veel gebruik van visuele metaforen – maar met de productie probeer ik steeds mijn grenzen te verleggen. Ik houd zowel van Bon Iver als van Romare, en heb er ook geen probleem mee om toe te geven dat een aantal nummers op Long Way Home pure pop zijn. Daarnaast bevat de plaat met “Operator” ook een discotrack. Voor dat nummer heb ik veel naar artiesten als George McCrae en Gladys Knight & The Pips geluisterd, en de baspartij is zelfs ingespeeld door de ex-bassist van Chaka Khan. En ik zal je een klein geheimpje verklappen: binnenkort ga ik dat nummer opnieuw mixen en er een langere versie van uitbrengen.”

enola: Zouden we kunnen stellen dat je in je songs naar een evenwicht tussen akoestische en elektronische muziek zoekt, naar de grootste gemene deler tussen de twee?
Låpsley: “Ik denk het wel, ja. Ik luister naar zowel klassieke en akoestische als naar harde elektronische muziek. Mijn eigen songs zijn daarentegen akoestische songs die eerst op gitaar worden geschreven. Wanneer ik één strofe af heb, waag ik mij aan de productie en begin ik met elektronische instrumenten te experimenteren. Op een of andere manier kom ik dus in het midden uit, hoewel ik normaal nooit naar dergelijke muzikale mengelingen luister.”
enola: Als producer voeg je dus allerlei dingen toe om je liefde voor elektronica te botvieren?
Låpsley: “Mm. (denkt na) Het is natuurlijk gemakkelijk om aan overproductie te doen en je song te verdrinken in allerlei beats en bliepjes. Het is een veel grotere uitdaging om een sterk nummer te maken dat overeind blijft wanneer je het van alle franjes ontdoet. En ik zie mijzelf toch vooral als een songwriter.”
enola: Antoine de Saint Exupéry verwoordde het als volgt: ‘Il semble que la perfection soit atteinte non quand il n’y a plus rien à ajouter, mais quand il n’y a plus rien à retrancher.’ Perfectie bereik je niet wanneer je niets meer kan toevoegen, maar wanneer je niets meer kan wegnemen. Een pleidooi voor minimalisme, dus.
Låpsley: “Interessant, dat had ik nog nooit gehoord. Daar ga ik mij in verdiepen!” (lacht)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

tien − 2 =