Don’t :: Fever Dreams

Kort, maar krachtig. Weinig vernieuwend, maar verdomd efficiënt. En rechtstreeks vanuit een streek waar ze nog altijd een patent lijken te hebben op intense rock-‘n-roll. Don’t maakte met zijn langverwachte tweede een even aanstekelijke als nostalgische schijf.

Portland, Oregon. De plaats waar Elliott Smith begon met Heatmiser, waar Sleater-Kinney opgericht werd, net als de hardcore punkers van Poison Idea. Maar vooral ook waar het legendarische The Wipers zorgde voor een nieuw geluid binnen de Amerikaanse gitaar- en punkrock. Een geluid dat weliswaar lang moest wachten op erkenning, maar nu op handen gedragen wordt door talloze liefhebbers van de machtige golven van gitaargeweld die in de jaren tachtig overkwamen uit de Verenigde Staten.

En met drummer Sam Henry heeft Don’t een stukje Wipersgeschiedenis in huis, want samen met gitarist/ zanger Greg Sage en bassist Dave Koupal, was Henry verantwoordelijk voor een paar vroege singles en die legendarische debuutplaat, Is This Real? (1980). Henry verliet snel daarna de band, maar bleef een cruciale schakel in de lokale scene. Zo vervoegde hij even Fred en Toody Cole (die later Dead Moon en Pierced Arrows vormden) bij The Rats en startte hij in 1981 cultband Napalm Beach, weer een vaste waarde in de Noordwestelijke gitaarscene.

Sinds 2009 zit hij ook in het punkkwartet Don’t met lokale muzikanten Dave Minick (bas), Kelly Gately (gitaar) en Jenny Don’t (zang, gitaar), die door haar jonge leeftijd en rotaanstekelijke zanglijnen ervoor zorgt dat de band voortdurend op de grens tussen urgentie en energie blijft rondstampen. Je zou kunnen zeggen dat een plaat met acht songs, samen goed voor twintig minuten, nogal weinig is na zes jaar wachten, maar die songs deugen tenminste. Ze zijn scherp, lenig en vetvrij, brengen het beste van no nonsense punkrock, catchy powerpop en rammelende garagerock bij elkaar. Henry weet nog altijd hoe hij een band moet aandrijven, de gitaren raggen met een ongepolijste energie en de zang van Jenny Don’t zorgt voor een fijne mix van suiker en attitude, waardoor ze ergens plaatsneemt in de zone tussen Exene Cervenka, Gwen Stefani, Poly Styrene en Debbie Harry. Verleidelijk en meisjesachtig, maar ook met ballen aan haar lijf.

Slechte songs vallen hier niet te rapen, al zijn er wel die er boven uit steken. Die zanglijn van opener “I Could Never Be The Same” is er eentje die meteen blijft hangen, terwijl “’89” uit de startblokken schiet met een onstuitbare drive die niet meer afgeeft. De titeltrack zet dan weer in op maximale efficiëntie door het hele zootje samen te vatten in krap twee minuten. “Love Lost” dreigt even de trage van de bende te worden, maar pakt dan ineens uit met een memorabele melancholie en het is nu al uitkijken hoe “You Keep Cutting Through” live gaat klinken, want dit is natuurlijk iets dat op een podium nog een stuk rauwer en opwindender zal klinken. Maar… ook op een draaitafel is dit spul ongetwijfeld goed voor heel wat rondjes waarbij vuisten in de lucht gegooid kunnen worden.

Don’t speelt op 27 maart met The Dipshits in The Pit’s (Kortrijk). We zien u daar. Beluisteren en bestellen kan intussen via Bandcamp.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 + 11 =