Lucinda Williams :: 27 januari 2016, Paradiso (Amsterdam)

Nood breekt wet. Agendaperikelen zorgden ervoor dat we de passage van Lucinda Williams eerder deze week in Brussel aan ons moesten laten voorbijgaan. Gelukkig sloot ze haar korte, amper zeven optredens tellende Europese tour twee dagen later af in Amsterdam. En als dat dan plaatsvindt in Paradiso, misschien wel de meest vermaarde muziektempel van Nederland, dan is dat meteen een goed excuus om noordwaarts te trekken voor een verslag.

Lucinda Williams mag dan net het splinternieuwe — en uitstekende — album The Ghosts Of Highway 20 uitgebracht hebben, dat weerhield haar er niet van om dat album enigszins stiefmoederlijk te behandelen. Slechts twee songs ervan zouden de setlist halen. De nadruk lag vooral op haar vorige album Down Where The Spirit Meets The Bone en op Car Wheels On A Gravel Road, de plaat waarmee ze een kleine twintig jaar geleden doorbraak bij het grote publiek. Dat rootsmuziek bij onze noorderburen meer leeft dan in België werd ook nu weer bewezen, want Paradiso, met zijn 1500 plaatsen, was helemaal volgelopen.

Al moet gezegd worden dat de term rootsmuziek misschien niet helemaal geschikt is voor dit optreden. Wie Lucinda Williams bijvoorbeeld al aan het werk zag bij haar vorige Europese passage in 2012 was er al op voorbereid dat ze tijdens optredens veel meer de rockkant opzoekt in plaats van in het country- en rootshokje te blijven. In tegenstelling tot die tour was ze deze keer vergezeld door een volledige band — die onder de naam Buick 6 ook het voorprogramma voor haar rekening nam — bestaande uit gitarist Stuart Mathis en de ritmesectie van David Sutton (bas) en Butch Norton (drums). Die laatste geniet vooral bekendheid als de vroegere drummer van eels.

De aanwezigheid van een farde met daarin de songteksten, uitgestald op een pupiter — de tand des tijds doet haar werk en wat geheugensteun is dan welkom — wekte vooraf misschien wel de indruk dat het een wat gezapig concert zou kunnen worden. Maar al van bij de eerste song werd duidelijk dat dat niet het geval zou zijn. Een recht uit het drijfzand getrokken “Something Wicked This Way Comes” werd gevolgd door rechttoe-rechtaan rocksong “Protection”, maar die werd met zo’n overgave gespeeld dat je er niet om maalde dat die doordeweekse song de plek van andere en betere op de setlist innam. Die eerste songs zetten de toon voor de rest van het optreden. Bij momenten stevige rock, waarbij vooral gitarist Stuart Mathis regelmatig de tijd en plaats kreeg om z’n kunsten te laten horen.

Nog hoogtepunten? Het aan Blaze Foley, Townes Van Zandt en andere te vroeg gestorven muzikanten opgedragen “Drunken Angel” werd een trage, beklijvende klaagzang. Er was ook de sociaal bewogen artieste die het opnam voor de onterecht veroordeelde West Memphis Three in een bluesy “West Memphis”. En passant nam ze haar conservatieve streekgenoten op de korrel door het gelijknamige plaatsje in Arkansas “a backward, redneck town” te noemen. Ook een sfeervol “Dust” — het andere nieuwe nummer dat gespeeld werd — met zijn naar Daniel Lanois neigende sfeer maakte indruk.

Halverwege de reguliere set ging het er even wat kalmer aan toe. Solo op een akoestische gitaar bracht Williams een intieme versie van “Ghosts of Highway 20”, het (bijna-)titelnummer van haar nieuwste album, waarbij het publiek muisstil naar het liedje — dat handelt over de centrale rol die de gelijknamige snelweg in haar leven speelde — luisterde. Al even indrukwekkend was het daaropvolgende “Lake Charles”, waar ze bijgestaan werd door een zeer spaarzaam gitaar spelende Stuart Mathis, dat traag en meeslepend klonk. Twee nummers die in hun eenvoud en breekbaarheid zo indrukwekkend neergezet werden door Lucinda Williams dat we hopen dat ze ooit eens op haar eentje een akoestische tournee in Europa onderneemt, want dit smaakte naar meer. Al moet er ook gezegd worden dat er af en toe een paar minpunten te noteren waren. “Pineola” blijft ook in de meer rockende versie een sterke song, maar die versie kon qua impact niet tippen aan het folky origineel en tijdens “Essence” had Williams het zowaar moeilijk om de juiste toon te vinden.

De set werd afgesloten met een stevig rockend oudje “Change The Locks” en een swingend “Honey Bee”. Dat laatste is niet meteen haar beste nummer, maar het speelplezier spatte er zo van af dat het aanstekelijk werkte. Twee bisrondes zouden er nog volgen waaruit we vooral het door southern gothic verhalen geïnspireerde “Atonement” en de verrassende The Clash-cover “Should I Stay Or Should I Go” onthouden. Die andere cover, “Rocking in The Free World” van Neil Young, herinnerde er ons vooral aan dat dit een door God en klein Pierke platgecoverd nummer is dat we eigenlijk alleen Young zelf nog willen horen spelen. Daar kon Williams niets aan veranderen, met hoeveel overgave ze het ook speelde en hoe enthousiast het ook onthaald werd door het publiek.

Ondanks een paar kleine inzinkingen bewees Lucinda Williams in dit meer dan twee uur durende optreden dat ze met haar ingenieuze en doorleefde mix van rock, blues en country een unieke positie inneemt binnen de rootsscene. En we onthouden ook dat we deze keer niet zo lang zullen moeten wachten om haar weer aan het werk te zien, want ze beloofde al in de zomer terug te komen naar de Europese podia.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 + 2 =