Bloc Party :: ”Achteromkijken zit niet in mijn aard”

Bloc Party is terug van nooit helemaal weggeweest, en heeft zichzelf van de weeromstuit heruitgevonden, beweert frontman Kele Okereke. Met een halve nieuwe line-up klinkt de band op het nieuwe Hymns immers ingetogener dan ooit tevoren.

Ook al is hun bejubelde debuut intussen al meer dan tien jaar oud, toch zijn de jongens van Bloc Party hun vechtlust nog niet kwijt. Interne strubbelingen hebben weliswaar tot het vertrek van oorspronkelijke drummer Matt Tong en bassist Gordon Moakes — die frontman Kele Okereke consequent weigert bij naam te noemen — geleid , maar de overblijvende leden, zijnde Okereke en gitarist Russell Lissack, willen zich met het nieuwe Hymns niettemin terug op het voorplan knokken. Het ideale moment voor enola om Okereke, het grote brein achter de groep, te interpelleren over het creatieve proces, zijn muziek en de carrière van de groep.

enola: Er is de laatste tijd veel veranderd binnen Bloc Party. Of niet?
Okereke: “Niet echt. Ik was altijd al de voornaamste songwriter, samen met Russell, en nu is dat niet anders. Op ritmisch vlak bracht onze vorige drummer natuurlijk wel dingen bij, maar de akkoordsequenties, arrangementen en alle andere muzikale aspecten kwamen in principe enkel van Russell en mezelf.”

enola: Er bestaat een interessante spanning tussen jullie, hé?
Okereke: (knikt) “Samen muziek schrijven is iets heel delicaats, en voor mij voelt het na al die jaren nog altijd aan als iets magisch. Ik creëer meestal de basis van een song, en Russell luistert ernaar, interpreteert het op zijn eigen manier en komt vervolgens met nieuwe muzikale ideeën op de proppen. Ik denk niet dat ik dat ooit beu zal worden. Tegelijkertijd is het belangrijk om dat creatieve proces niet te laten ontaarden in een kakofonische chaos. Zelfs binnen een groep heb je iemand nodig die de kracht of energie bundelt en een specifieke visie nastreeft.”

enola: En binnen Bloc Party ben jij de man met de visie?
Okereke: “Ja. En dus heb ik mij nooit zorgen willen maken om wat het publiek van ons verwacht. De kunst waar ik van hou, heeft de neiging om juist tegen de stroom in te gaan. Eens je rekening gaat houden met het publiek ben je volgens mij niet meer met kunst bezig. Je moet gewoon je eigen ding doen. Dan pas kan er iets gebeuren. Altijd spannend om te zien hoe sommige muziek met het verleden breekt en een nieuw tijdperk inluidt. Neem nu het debuut van The Strokes. Dat album heeft voor een bijna globale revolutie in de rockmuziek gezorgd.”
“Ook Bloc Party staat in zekere zin voor voortdurende vernieuwing. We hebben vijf albums uitgebracht die onderling behoorlijk verschillend zijn en elk hun eigen relevantie hebben. Achteromkijken zit gewoon niet in mijn aard: zelfs al zou ik het willen, ik denk niet dat ik steeds dezelfde plaat zou kúnnen maken. We nemen nummers op, gaan op tournee voor twee jaar, en tijdens die tournee vind ik steeds een nieuwe manier om mij muzikaal uit te drukken. Want bovenal zijn onze albums een poging om te documenteren waar ik mij als artiest op een bepaald moment bevind.”

enola: Wat was je visie voor Bloc Party toen jullie pas begonnen? Waar wilde je naartoe met je muziek?
Okereke: “In de begindagen gingen we vaak uit in Londense clubs als Trash, waar muzikale diversiteit hoogtij vierde: je kon er zowel Joy Division als Madonna naast Miss Kittin of Destiny’s Child horen. Het was bevrijdend om zo zonder hokjesdenken te kunnen dansen. Het deed mij beseffen dat muzikale grenzen enkel door onszelf zijn opgelegd, en dat de intrinsieke kwaliteit van een bepaalde artiest belangrijker is dan het vakje waarin hij of zij past. Tegelijkertijd luisterden we immers ook graag naar gitaarmuziek, al vond ik de Britse indiebands van toen — genre Travis, Turin Brakes en Starsailor — nogal flauwtjes. Ik weet nog dat ik dacht: ‘de muziek van tegenwoordig heeft meer energie nodig’. Met Bloc Party hebben we daar iets proberen aan te doen.”

enola: Silent Alarm was inderdaad een behoorlijk energieke plaat, al kan dat van het ingetogen Hymns niet echt gezegd worden.
Okereke: “In zekere zin is Hymns dan ook een reactie op onze vorige plaat. Ik probeer het publiek altijd een beetje uit te dagen, hun verwachtingen te tarten en hen op de toppen van hun tenen te laten lopen. Onze allereerste EP Banquet stond bijvoorbeeld volledig in het teken van postpunk en leverde ons heel wat fans op, maar ik kreeg al snel het gevoel dat de plaat te zwartwit klonk en ik een breder geluid wou voor ons langspeeldebuut. Toen Silent Alarm uitkwam, waren veel luisteraars teleurgesteld omdat ze eerder iets als Banquet verwacht hadden. Al denk ik dat ze onze debuutplaat gaandeweg wel leerden appreciëren, naarmate ze hem lieten rijpen. En zo is het in feite al onze platen vergaan: we hebben steeds een of andere muzikale ommekeer gemaakt.”

enola: Je geeft het publiek dus in feite wat ze net niet willen. Riskeer je hen op die manier niet te vervreemden?
Okereke: “Daar ben ik niet mee bezig. En trouwens, als dat het geval was, dan hadden we niet zo’n succesvolle carrière gehad. Ons tweede album A Weekend in the City was overigens een groter commercieel succes dan ons debuut, dus blijkbaar vinden mensen onze groep toch het volgen waard. Maar ook los van het financiële aspect doen we gewoon onze zin, want voor het geld moeten we het al lang niet meer doen. Ik maak enkel muziek omdat ik mijzelf moet uitdrukken, en ik probeer het gewoon interessant te houden voor mijzelf. In het verleden heb ik wel vaker muziek gemaakt die niet echt begrepen werd, maar dat verandert niets aan mijn gevoel. Ik kan er altijd van genieten mijn nummers live te spelen.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier + drie =