Misþyrming :: Söngvar elds og óreiðu

Vraagje: waaraan denkt u als de woorden “IJsland” en “muziek” in dezelfde zin vallen? Gokje: engelachtige gezangen, feeërieke soundscapes en betoverende klanktapijten? Wel, dames en heren, het sprookje is afgelopen. En de nachtmerrie is begonnen.

Hoewel het genre ontstond in Engeland, en zwaar beïnvloed werd door Zwitserse en Slavische bands, is het nog steeds Noorwegen dat onlosmakelijk met black metal verbonden blijft. Maar ook andere landen uit het Hoge Noorden kunnen een rijk gevulde extreme metaltraditie voorleggen. IJslands bekendste metalband Sólstafir begon met black en viking metal, vooraleer meer progressieve en melodieuze wateren te bevaren. We wisten dat er heel wat leuke metalbands op het desolate eiland te vinden waren, maar ze kwamen nooit onze richting uit. We moesten het enkel stellen met schriele ventjes die gitaar speelden met een strijkstok of kleine stemkunstenaresjes met een bad attitude.

Maar kijk, daar zijn de duistere horden! Enkele jaren geleden zorgden Svartidauði en Sinmara voor enige deining, maar met de herontdekking van het genre door de brede alternatieve muziekscene (lees: hipsterbrigade) begon de IJslandse promomachine (want toegegeven, daar zijn ze verdomd goed in) op volle toeren te draaien, en is IJslandse black metal ineens een ‘ding’. Maar gelukkig gaat het hier om meer dan enkel en alleen hype. Bewijs hiervan is deze debuutplaat van Reykjaviks Misþyrming.

Misþyrming (IJslands voor ‘misbruik’) begon als een soloproject van zanger/gitarist Dagur, een jonge twintiger die in nog een viertal andere black metalgroepjes speelt, maar tot nu toe enkel een paar obscure cassette-releases op zijn naam had staan. Dit project werd echter opgepikt door het Noorse Label Terratur Possessions, dat een gedegen reputatie heeft als het op donkere, ruwe black metal aan komt. Zie ook weer Svartidauði, het Noorse One Tail, One Head en Dark Sonority, of Slidhr uit Ierland. Dat er dus enige ‘buzz’ rond Misþyrming zou ontstaan, was dus geen verrassing. Maar dat er een echt hausse zou losbarsten, hadden ze waarschijnlijk niét zien aankomen.

Maar dat is volledig terecht, want het ganse plaatje van Söngvar elds og óreiðu klopt gewoon. Niet alleen qua artwork en vormgeving, want die is overigens excellent: de albumcover is prachtig: verfijnd, maar ideal voor een gedegen black metalrelease. En de beeldvorming van de band (Dagur rekruteerde intussen drummer Helgi Rafn Hróðmarsson) is grauw en obscuur, zonder de camp van de corpsepaint en idiote grimassen. Maar het is vooral de muziek die hier hoge ogen gooit. Openingsnummer “Söngur heiftar” vertrekt als een razende wilde hond uit de startblokken met een waanzinnige moordriff in de geest van het klassieke werk van Darkthrone en Mayhem. Dat is ook meteen een grote verdienste van de plaat, die van begin tot eind heerlijk old school aanvoelt, en daarmee weigert mee te gaan in de postrock en -metal uitspattingen van de nieuwe lichting groepen die door de oude garde wel eens smalend als ‘hipsterblack’ worden bestempeld.

Ook nummers als “…af þjáningu og þrá” en “Endalokasálmar” tappen uit hetzelfde stinkende vaatje, en gaan voluit voor de grofkorrelige, hondsbrutale aanpak. Maar dat wil niet zeggen dat we monotone brokken distortion en blastbeats door onze strot geramd krijgen. Zo gaat halverwege “Endalokasálmar” het tempo omlaag, en wordt er ook plaats gemaakt voor meer melodieuze arrangementen en zowaar zelfs een beetje groove. Het maakt de overschakeling naar een finale vol blastgeweld des te effectiever. Het onnozele Adams Family-orgeltje is dan weer heerlijk tongue in cheek, en geeft aan dat Misþyrming zichzelf ook weer niet al té serieus neemt, in tegenstelling tot de elfendertig black metalbands die het wel allemaal heel erg ménen, en daardoor zo potsierlijk overkomen.

Ook de vocalen van Dagur klinken dieper, rauwer en grover dan de kelige screams van vele genregenoten, maar Misþyrming is er spaarzaam mee, en kiest ervoor om het hele middenstuk van het album grotendeels instrumentaal in te vullen. De onhebbelijke dark ambient van “Frostauðn” klinkt duister en akelig, en zou niet misstaan op de soundtrack van een betere John Carpenterfilm. “Er haustið ber að graai” (jongens, wat een tongbrekers) keert terug naar het gekende instrumentarium, maar toont een meer melodieuze, melancholische kant van Misþyrming. Ook “Friðþæging blýþungra hjartna” geeft dezelfde aanzet, maar pakt uit een paar ongemeen agressieve versnellingen waar ook Dagur’s grafstem weer van zich laat horen. Het is het langste, maar ook het meest complete, en meteen ook het absolute hoogtepunt van Misþyrmings debuut. Het wat te simpele en nogal overstuurde gitaarriffje in “Söngur uppljómunar” wringt dan misschien wat tegen, maar dat is het enige steekje dat valt in een anders knap nummer. Het uitstekende “Ég byggði dyr í eyðimörkinni” zorgt voor een welverdiende adrenalinestoot vooraleer ambientnummer “Stjörnuþoka” Söngvar elds og óreiðu op huiveringwekkend wijze afsluit.

Als uit het niets katapulteert Misþyrming IJsland meteen naar de hoogste black metalregionen, Dat is verrassend, maar zeker niet onterecht. Söngvar elds og óreiðu is een geweldige hybride van de frisse, hedendaagse kijk op het genre, maar is duidelijk schatplichtig aan de oervaders van de Noorse black metal, met vooral dikke knipogen naar Darkthrone en Mayhem, zowel op compositorisch (zij het dan met wat meer dynamiek en variatie) als op productioneel vlak. Dat laatste kan een hoop ‘new school’ black getalfans misschien wel doen afhaken: naar de huidige overgecompresserde standaardnormen klinkt Söngvar elds og óreiðu echt nérgens naar, maar de grofkorrelige productie geeft toch wat extra cachet aan het geheel. Alles tezamen is dit een waarlijk fantastische black metalplaat die met liefde voor het verleden, maar met de neus naar de toekomst toe werd geconcipieerd. Straf voor zo’n jonge gast. Topplaat!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × twee =