Lanterns On The Lake :: Beings

Ze zijn nog steeds niet goed gezind, die van Lanterns On The Lake. De groep kiest op Beings echter meer voor het sluipende venijn, eerder dan de luisteraar op bombastische wijze met de neus op de feiten te drukken. Maar het gif kruipt waar het niet gaan kan.

Met Until The Colours Run, een kwade plaat vol stevig gitaarwerk, had de band uit Newcastle immers wat afstand genomen van de dromerige wolken van hun debuut Gracious Tide, Take Me Home. Dit ging hen echter niet helemaal goed af, en ze ruilden hun eigenheid in voor een geluid dat heel wat middelmatiger en voorspelbaarder was. Evolutie leidde bij Lanterns On The Lake dus vooral tot een plaat zonder eigen gezicht en een soort postrock die eigenlijk al een tijdje niet meer relevant is. Op hun nieuwste worp Beings weet de groep echter het beste van twee werelden samen te brengen, om zo tot een mooie symbiose van atmosfeer, stevige gitaren en kwade teksten te komen. Tegelijk weten de Britten toch de coherentie in hun plaat te bewaren. Ondertussen wordt er gemobiliseerd, of zoals er gezongen wordt op single “Faultlines”: “Unto the breach, my friends/ If you will”.

Waar Until The Colours Run bijvoorbeeld uit de startblokken schoot met de tremologitaren van “Elodie”, kiest de groep nu voor de onderhuidse spanning van “Of Dust & Matter”. Eerst langzaam herhalende drums, wat onheilspellend gepiep eronder en dan de kruipende stem van Hazel Wilde. Daarna ontwikkelt de song zich verder, “Last night I passed out on the kitchen floor” zingt Wilde, en naar het einde toe neemt een bloedmooie gitaar het over. Meteen zit je weer in de wereld van de groep, net zoals dat op hun eerste plaat het geval was. Alleen regeerde daar de naïeve vlucht, wat nu absoluut niet meer het geval is. De stem van Wilde is ook niet meer die van een dromend meisje, maar wel die van een nijdige vrouw die haar tanden in de wereld gezet heeft.

“Through The Cellar Door”, met zijn heerlijke uitbarstingen, en “Stuck For An Outline” vertegenwoordigen bijvoorbeeld de stevigere kant van de plaat. Met distortiongitaren, knappe ritmesecties en de uithalen van Wilde klauwen de songs zich vast in je oren. Anderzijds is daar dan ook weer “Send Me Home”, pal in het midden van de plaat, dat met zijn pianoklanken nog het meest herinnert aan het debuut en dat je even laat doezelen, als een cocon om even in te schuilen. Het titelnummer kent een fantastische opbouw en groeit uit tot een wervelwind van een song. En dan is er “Stepping Down”: het meest benauwende en claustrofobische, zelfs een beetje lugubere nummer van de plaat. Je lijkt rond te lopen in nauwelijks verlichte keldergangen terwijl je voortdurend angstig achterom kijkt. Zeer knap hoe Lanterns On The Lake hier een beklemmende sfeer van dreiging kan oproepen zonder in clichés te vervallen. “I used to want the good life/but it’s overblown” fluistert een stem zachtjes in je oor, en je hoort bijna de waanzin in Wildes ogen.

Lanterns Of The Lake levert met Beings dus iets af wat Until The Colours Run, ondanks zijn goede bedoelingen, niet was: een plaat met een heel eigen smoel en geluid, die tegelijk ontroert, beklemt en slaat. Wij zijn in ieder geval ontzettend benieuwd naar wat de toekomst brengt voor deze intrigerende band

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien − 2 =