Floating Points :: ‘‘Ik ben de koning van de knoeiers’’

Het thema is bijna zo oud als de Aarde zelf, de mens die orde probeert te scheppen in de chaos. Aan de hand van wetenschap heeft hij zijn greep op de wereld aanzienlijk kunnen vergroten, maar toch blijft een deel van de werkelijkheid altijd onbekend omdat alles voortdurend in beweging blijft. Panta rhei, zoals de Griekse filosoof Heraclitus het ooit stelde: alles stroomt. Zo ook bij Floating Points, het ongemeen boeiende elektronicaproject van de Britse bolleboos Sam Shepherd.

Hij verdiende zijn eerste sporen als deejay in het secundair tijdens de maandelijkse schooldisco’s, maar zijn medestudenten begrepen zijn eclectische muzieksmaak niet altijd. Toch bleef Sam Shepherd draaien, en de voorbije jaren combineerde hij zijn doctoraat in de biologie met een carrière als huisdeejay in de Londense club Plastic People. Ondertussen schreef hij ook geduldig aan zijn eigen muziek, en op 29-jarige leeftijd laat de intelligente Brit eindelijk zijn eerste album als Floating Points op de wereld los. Op Elaenia flikflooien warme, analoge synthesizers onbeschaamd met jazzy drumsecties zodat een ingenieuze mengeling van elektronica en klassiek ontstaat. Zijn project stond oorspronkelijk weliswaar in het teken van rechttoe-rechtaan dansmuziek, maar sinds hij de titel van doctor in de neurowetenschappen behaalde, durft Shepherd met zijn muziek meer risico’s te nemen.

Shepherd: “Het klopt dat Floating Points aanvankelijk vooral werd opgemerkt met eenvoudige en toegankelijke dansmuziek, maar dat kwam vooral omdat dergelijke muziek tegenwoordig erg populair is. Ondertussen was ik evenwel ook bezig met het opnemen van “Wires”, “Post Suite” en “Almost In Profile”: orkestrale nummers met een klassieke inslag en akoestische instrumenten. Die tracks genereerden weliswaar minder aandacht, maar ze maakten evenzeer deel uit van mijn werk als Floating Points.”
enola: Maar dankzij het succes van die simpele dansmuziek kun je nu ook het meer complexe Elaenia naar voren schuiven, toch?
Shepherd: “Mm, ja. Al houd ik niet van de paternaliserende gedachte als zou ik mensen misleiden met eenvoudige songs om hen vervolgens mijn “moeilijke” muziek op te dringen. Niet dat ik noodzakelijk in de smaak probeer te vallen, maar ik zou toch graag geloven dat mijn album ook verleidelijk klinkt voor mensen die op een dieet van mainstreamradio leven, zodat ik een breed publiek kan aanspreken. Hopelijk schrikt mijn aanpak niemand af, want dat zou jammer zijn. Maar ik heb in de wereld van de dansmuziek veel mensen leren kennen die openstaan voor allerlei verschillende genres, dus ik ben er vrij gerust in.”
“Trouwens, ik denk niet dat dit album zo ingewikkeld is. Ik vertrok altijd van heel simpele ideeën: “For Marmish” bestaat bijvoorbeeld uit drie akkoorden, vergezeld van een supereenvoudige melodie. Misschien klinkt het nettoresultaat ingenieus en gelaagd omdat ik graag de ruimtes verken, met de dynamiek en het timbre van de instrumenten speel. Ik heb de plaat ook met veel zorg en concentratie opgenomen: sinds het einde van mijn doctoraat heb ik plots veel meer tijd om muziek te ontdekken en ermee te experimenteren, terwijl ik vroeger misschien sneller tevreden was met een bepaald geluid.”

enola: Overdreven detailgerichtheid kan nogal snel in chaos ontaarden, maar jij schijnt daar geen problemen mee te hebben.
Shepherd: “Nee, ik denk dat chaos mij juist helpt om nieuwe dingen te proberen. Mijn vinylcollectie is totaal ongeordend, en tijdens mijn dj-sets pluk ik vaak lukraak een plaat uit de doos. Wanorde kan natuurlijk frustrerend zijn wanneer de specifieke plaat die je per se nodig hebt, plots onvindbaar is. Maar ik vind het wel erg belangrijk om ervoor te zorgen dat elk optreden anders is. Ik zou het verschrikkelijk saai vinden om telkens dezelfde nummers te draaien. Mijn stijl is dan ook erg eclectisch: ik draai house, disco, techno, soul, jazz en spoken word door elkaar. Daarnaast hou ik ook enorm van Braziliaanse muziek, maar mijn Zuid-Amerikaanse platen zitten grappig genoeg wél allemaal netjes bij elkaar. Daardoor experimenteer ik juist minder met dat soort muziek: ik spring er op een minder avontuurlijke manier mee om, lijkt het.”
“Als deejay ben ik de koning van de knoeiers: meestal gooi ik zonder nadenken een plaat in de mix, op hoop van zegen. Vaak klopt het tempo niet en begint de hele boel te rammelen, maar naar oplossingen zoeken is juist het leuke eraan. En zelfs wanneer dat niet lukt, kan het resultaat nog steeds behoorlijk grappig zijn.”

enola: Maar tegelijkertijd wil je bij het opnemen van je eigen muziek toch de controle behouden, niet?
Shepherd: “Dat is iets anders. Het opnameproces gebeurt van nature op een meer gecontroleerde manier, en dat is best oké. Het is altijd fijn om te horen dat een artiest veel tijd en moeite heeft gestoken in een goed geproduceerde, weloverwogen opname. Maar ik denk niet dat ik daarin te ver ga: ik heb natuurlijk controle over de synthesizer die ik met mijn handen bespeel, maar ik ga achteraf niet op minutieuze wijze zitten knippen en plakken, hoor. De meeste tracks zijn in één enkele take opgenomen, want ik vind het belangrijk om de natuurlijke flow te vatten zodat het lijkt alsof je een liveband hoort. Hopelijk is dat met Elaenia enigszins gelukt.”
“Ik heb ook geen moeite met het uit handen geven van controle, denk ik. Op deze tournee word ik vergezeld van een elfkoppige band, en uiteraard zijn we goed voorbereid en op elkaar ingespeeld. Maar het livegebeuren is altijd een beetje onvoorspelbaar: je legt je lot in de handen van je bandleden en het publiek, en ook de technici krijgen steevast mijn vertrouwen om met het geluid te knoeien. Bovendien zit er heel wat improvisatie in onze set. We veranderen vaak dingen terwijl we aan het spelen zijn, en zijn voortdurend met elkaar aan het communiceren. Daardoor klinken we iedere keer een beetje anders, en ik hoop dat het publiek dat begrijpt want dat is juist het mooie aan een liveshow. Soms lopen de dingen een beetje mis, en het is geweldig interessant om te zien hoe de muzikanten de band dan terug op de rails proberen te krijgen. Dat maakt het allemaal een beetje menselijker.”
enola: Je verandert voortdurend dingen om het voor jezelf interessant te houden, en het publiek moet dat dan maar dulden?
Shepherd: (schatert het uit) “Je verwoordt het wel op een erg extreme manier! Het klopt dat ik afwisseling nodig heb om mijzelf te entertainen, net zoals bij mijn dj-sets. Maar het is niet zo dat ik dingen snel beu word of niet tegen verveling kan, hoor. Op dat vlak ben ik een vrij normale jongen: ik hou ook van uitslapen en nietsdoen, alleen ben ik mij er meestal wel van bewust dat er dingen om te doen zijn – aan een opname werken, of mijn belastingaangifte invullen (grijnst). Maar op een podium is het belangrijk om je te amuseren, want je enthousiasme moet het publiek kunnen aansteken. En improvisatie is een manier om het voor onszelf boeiend te houden.”
“Ik heb het geluk dat ik met een aantal fantastische muzikanten kan samenwerken, die niet alleen technisch onderlegd zijn maar ook de juiste achtergrond hebben – ze hebben in het verleden aan sterke platen meegewerkt en hebben dezelfde muzieksmaak als ik. Bovendien kennen we elkaar al lang, en we hebben dan ook niet veel woorden nodig om elkaar te begrijpen: als ik mijn wenkbrauwen optrek, weet de dwarsfluitiste meteen wat ik bedoel. Het is van levensbelang dat ik mijn band volledig kan vertrouwen, zeker wanneer we aan improvisatie doen.”

“Live spelen en dj-en zijn twee heel verschillende ervaringen, maar een liveconcert heeft zeker iets bijzonders – het is geweldig om een instrument te beheersen en je op die manier uit te drukken. En zelfs als ik tussen het publiek sta, voel ik enorm veel respect: mensen die samenkomen om muziek te maken, dat heeft iets verheffends. Ik weet niet, ik heb het gevoel dat de mensheid daar beter van wordt.” (glimlacht)
enola: Een beetje zoals wetenschappelijk onderzoek tot een beter begrip van de mens kan leiden?
Shepherd: “Neen, die dingen mag je niet met elkaar vergelijken. De vooruitgang van de wetenschap is enorm belangrijk als doel op zich, omdat die onze levenskwaliteit kan verbeteren. Mijn doctoraat ging bijvoorbeeld over het ervaren van pijn en de neurologische mechanismen daarachter, en de bedoeling is uiteindelijk om nieuwe medicijnen te ontwikkelen die een verschil kunnen maken. Je hebt geen idee hoeveel respect ik heb voor mijn fantastische ex-collega’s en het geweldige werk dat ze verrichten. Ik woon trouwens nog altijd in de buurt van de labo’s waar ik onderzoek deed, en soms ga ik daar nog wel eens langs omdat het gewoon zo’n coole omgeving is. Het zou super zijn om mij in de toekomst terug meer op wetenschap toe te leggen, maar zo makkelijk gaat dat niet: ik ben veel basisprincipes al weer vergeten, en ik denk niet dat ik na jaren van afwezigheid plots weer kan binnenvallen met een aura van hier-ben-ik-weer. Via de literatuur probeer ik weliswaar de recente ontwikkelingen bij te houden, maar de dingen evolueren zo snel.”

enola: Het lijkt alsof je passie voor wetenschap nog sterker is dan je liefde voor muziek. Ben je ook geïnteresseerd in akoestiek, de discipline die zich bezighoudt met het bestuderen van geluidsgolven?

Shepherd: “Ja, maar mijn interesse in die hulpwetenschap is volledig ondergeschikt aan de muziek, ik bestudeer akoestiek louter met de bedoeling mijn geluid te verbeteren. En op dat vlak ben ik er ook voor beducht om een nerd te worden: je hebt van die “audiofielen” die per se de allerbeste naald voor hun draaitafel nodig hebben, een bepaald soort kabel of een specifieke mixer… Zij leiden de aandacht af van waar het eigenlijk om draait – uiteindelijk is het doel toch vooral om een goed feestje te bouwen.”
“Dat gezegd zijnde: een goede sound is wel degelijk belangrijk als je naar een club gaat. Hoe beter de muziek klinkt, hoe dichter mensen bij elkaar worden gebracht, en een slecht afgesteld geluid kan hen onrustig maken zodat ze het feestje vroegtijdig verlaten. Als de enige functie van een soundsystem is om luide muziek voort te brengen, dan kun je maar beter zorgen dat het juist zit. Ook bij Plastic People probeerden we de mensen het best mogelijke geluid te geven, onder andere door subtiele aanpassingen in de ruimte.”

enola: Om af te sluiten, de allermoeilijkste vraag: wat zou je het liefst met je muziek willen bereiken?
Shepherd: “Ik ben opgegroeid in een erg religieuze omgeving, en er is iets intens en transcendentaals aan een majestueuze kerk op een zondagavond, overal wierook, een koor en een orgel op de achtergrond… Ik ben zelf niet echt religieus ingesteld, maar muziek kan mij een gelijkaardige ervaring geven: je luistert, sluit je ogen en waant je in een ander universum. Hetzelfde gebeurt wanneer je een goed boek leest – je gebruikt je verbeeldingskracht om je naar nieuwe plaatsen te brengen, en je voelt je bevrijd. Dat is misschien ook een vorm van spiritualiteit, zij het dan een nogal droge, humanistische variant ervan.”
enola: Je wilt je publiek dus mee op reis nemen?
Shepherd: “Naar Pluto, ja. Da’s toevallig ook de naam van mijn platenlabel.” (lacht)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × een =