Trixie Whitley :: Porta Bohemica

Trixie Whitley was de afgelopen jaren steeds onderweg. Vanaf haar eerste demo tot nu. Altijd op zoek naar de juiste songs en sound, op zoek ook naar zichzelf. Veel meer nog dan haar debuut twee jaar geleden, is Porta Bohemica een soort van thuiskomen. Ze heeft haar sound en songs, en ook zichzelf gevonden.

Al zal dat laatste moeten blijken, want Whitley is iemand voor wie het onderweg zijn primeert op de eindbestemming – wat die ook moge zijn, trouwens. Geen wonder dat ze deze plaat maakte vanuit de buik. Vanuit instinct – waar het prille moederschap trouwens ook om draait. Net zoals een eerste kind alles in het leven helpt plaatsen, helpt dit Porta Bohemica haar muzikale keuzes plaatsen.

Het resultaat is een gefocuste, gebalde, broeierige en passionele plaat die haar veel meer dan haar debuut een eigen smoel bezorgt. Het is vruchteloos zoeken naar concrete invloeden en heldere voorbeelden. Whitley gaat niet alleen haar eigen weg, ze legt die ook helemaal zelf aan. Het kan niet anders of de interesse van de Patti Smiths en Marianne Faithfulls van deze wereld wordt hierdoor nog meer aangewakkerd.

Fourth Corner was een staalkaart van al wat Whitley de afgelopen jaren muzikaal had verkend. De stekelige bluesrock van pakweg “Irene” en “Hotel No Name” stond rug aan rug met weidsere ballads als “Pieces” en “Breathe You In My Dreams”. Het was een klassevol debuut, een grondige slijpbeurt van een ruwe diamant. Die werd tijdens verschroeiende liveshows nog verder geslepen, waardoor haar songs meer een geheel vormden dan op Fourth Corner. Het deed verhopen dat die gut feeling zich ook zou doorzetten op haar tweede plaat. En of dat zo is.

Porta Bohemica is een heel zelfbewuste plaat – de jonge vrouw die tijdens het touren rond Fourth Corner al eens onzeker de zaal in durfde te turen, heeft ze ergens onderweg achtergelaten. In de plaats daarvan schat Whitley haar eigen sterktes perfect in, waardoor ze ook meer doseert. De schrik dat ze met haar dijk van een stem nog meer zou uitpakken in grootse songs, blijkt gelukkig ongegrond. Whitley zingt zwoel, soms ietwat onderkoeld, maar altijd vanuit de buik.

Haar stem staat ten dienste van de songs, is de perfecte thermostaat voor de temperatuur in de nummers. En die temperatuur loopt onderhuids al eens op. Het leidt tot een waanzinnig sterk openingstrio “Faint Mystery”, “Salt” en vooral het ongemeen sexy “Closer”, waarin Whitley excelleert door zich vocaal rond vijf minuten sluimerende passie te kronkelen. “Hourglass” borduurt met z’n grillige ritmes en gitaar verder op de eerste lijntjes die er de afgelopen jaren uitgegooid zijn, maar klinkt een stuk meer gefocust. Net als het bijtende “Soft Spoken Words” waarin de scherpte het haalt van weidsheid. Dat ze op voorhand haar muzikanten een brief had geschreven over waar ze met deze plaat naartoe wou, heeft daar wellicht aan geholpen.

Dat die muzikanten niet van de minsten zijn ook. Gus Seyffert (Norah Jones, Ryan Adams, Spain, Beck) schreef en producete enkele songs mee en drukt daardoor de grootste stempel. Joey Waronker (Atoms For Peace en ook weer Beck en Spain) boetseert mee de grillige ritmes waar sommige songs op teren. Maar in afsluiter “The Visitor” is het alleen zij aan de piano, niet toevallig live vaak een van de meer verkillende momenten. Daarmee klokt de plaat ook meteen af na nog geen veertig minuten, maar voor een brok gloeiende passie die de repeatknop haast zelf automatisch indrukt volstaat dat.

Trixie Whitley heeft met Porta Bohemica vooral een verlengde van haar verzengende liveshows gemaakt. Onzekerheid heeft finaal de baan geruimd voor kwetsbaarheid, kwetsbaarheid wordt uitgedrukt met muzikale assertiviteit. Porta Bohemica was destijds een treinverbinding tussen Duitsland en Oostenrijk, nu is het de naam van een muzikaal schiereiland waar Whitley haar ongedwongen eigenzinnigheid botviert. De diamant is geslepen, de weg gaat nu immer voorwaarts.

Klasbak.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie + dertien =