Chris Whitley Tribute :: 3 maart 2006, Vooruit

De vorig jaar overleden Amerikaanse zanger Chris Whitley (1960-2005) verdiende een mooi eerbetoon in het culturele hart van wat ooit zijn thuishaven is geweest. De Gentse Vooruit was dan ook helemaal klaar voor een laatste afscheid dat op een feestje diende uit te lopen. Een gebrek aan professionalisme en organisatie deden deze hommage-avond helaas de mist ingaan.

Misschien was deze slordigheid ook wel tekenend voor de carrière van Chris Whitley zelf. Whitley werd en wordt alom gewaardeerd en gerespecteerd door collega’s, zowel in de Verenigde Staten (Austin en Houston) als in Europa (Gent en Dresden), maar kon nooit echt doorbreken. Tegenover een ongeziene muzikale integriteit en poëtische eerlijkheid stond een wispelturige onstandvastigheid, die ervoor zorgde dat deze moeilijk in hokjes op te delen muziek niet dieper in de huiskamers van een ruimer (leken)publiek wist door te dringen. Enkele belangrijke ontmoetingen met onder andere Daniel Lanois, Craig Street en Tony Mangurian zijn sleutelmomenten geweest in de intense levensloop van deze universele bluesman die, precies omdat hij zijn demonen niet de baas kon, prachtige werkstukken heeft nagelaten. Zijn debuut uit 1991, Living With the Law, is een klassieker die hopelijk postuum de nodige herwaardering zal krijgen.

Vrijdagavond was ook in die zin een gemiste kans. Men kon op z’n minst verwachten dat beklijvende songs uit het oeuvre (zoals "Big Sky Country") een interpretatie zouden krijgen, in een concertzaal die met een beetje moeite de gezelligste muziektempel van Vlaanderen wordt. Alle aanwezige muzikanten hadden Chris wel eens muzikaal begeleid (tijdens de laatste jaren o.a. bassist Heiko Schramm en drummer Matthias Macht van Tijuana Mon Amour), hadden filmmuziek met hem geschreven (Kaï-Uwe Kohlschmidt) of hadden tenminste eens in het voorprogramma van zijn show gestaan (Pieter-Jan De Smet). Ook in Austin en Houston werden het afgelopen weekend hommage-avonden georganiseerd, en het is de vraag of de collega’s daar wél de moeite namen om nummers van Whitley te brengen.

De affiche deed meer vermoeden dan dit ongegeneerde amateurisme, dat zelfs een weinig kritisch publiek in het gezicht sloeg. Het was als een huis vol mooie meubelen en apparatuur, maar het leek alsof er van hogerhand werd verboden die ook effenaf te gebruiken, laat staan er aan te komen. Of: er lag een rode loper, maar de roadies waren er nog voordat de deuren opengingen met hun vuile schoenen over gelopen. Nu en dan stak het aanwezige talent de nek uit maar het was nooit voldoende om het publiek tevreden naar huis te sturen.

De op de achtergrond geprojecteerde foto’s van een breekbare, fotogenieke Whitley hebben de lont van het ongeduld alleen maar sneller aangestoken. Een publiek urenlang in het duister laten tasten over het karakter van de avond is inderdaad onvergelijkbaar met de misdaad van een bommentapijt in buurten waar burgers het avondmaal bereiden. Alleen, deze tent had in vuur en vlam moeten staan. Dat dit niet het geval was, is onvergeeflijk.

Nadat Mauro (mét band) voor slechts één nummer het podium was opgestapt, en nadat hij na een nochtans geslaagde openingsballad als een schichtige muis in de coulissen was verdwenen, moest het publiek opnieuw een half uur wachten op het volgende offensief. Dan heb je eens je stoute schoenen aangetrokken, je kuif ingesmeerd met de beste vetsoort, en is het bloed vloeibaar genoeg om de stoutste raveparty te doorspartelen… De verrassing kwam evenwel uit onverwachte hoek toen de eigenzinnige en schuchtere leden van het uit Dresden afkomstige Tijuana Mon Amour Broadcasting Inc. het podium bestegen.

Dit was meer dan de moeite waard, als we de stem van Trixie Whitley voorlopig even buiten beschouwing laten. Deze groep had daar niet moeten staan op d´t moment van de avond. Het was alsof deze mensen het podium waren opgeduwd, omdat de andere muzikanten en groepen nog niet hadden uitgemaakt wanneer, en vooral, wat ze zouden gaan spelen.

Tijuna Mon Amour bracht jazzy soundscapes, ijle keyboardklanken, aanstekelijke baslijnen en hartverwarmende electronicabeats. Een vijftal nummers gaven een voorproefje van het album Cold Jubilee (Of The Snowqueen), dat in de zomer zal verschijnen en alvast zeer belovend klonk. Deze muziek zou niet misstaan in de playlist van muziekprogramma’s zoals Duyster, en was uiterst geschikt geweest om de avond mee af te sluiten. Van deze band zullen we nog horen.

Het is mogelijk dat het publiek niet klaar was voor de nochtans aanstekelijke en soms aangrijpende en lawaaierige bombast die daarop volgde. De verschijning van de uit Berlijn afkomstige Kaï-Uwe Kohlschmidt deed eerst de wenkbrauwen fronsen, maar zijn solo-performance, gebouwd rond vijf ’messages’, zoals hij het noemde, was tegelijk tragisch en lachwekkend, en kon naar het eind toe op wat sympathie rekenen.

Toen dochter Trixley Whitley dan eindelijk op het podium verscheen, was er even de hoop dat deze avond nog steeds een echte Whitley-avond kon worden. De slordigheid van de set en de onverstaanbare bindteksten hebben daar een stokje in de wielen gestoken. Zij bracht een vijftal eigen nummers (met uitzondering van een cover van Daniel Lanois) die wellicht nog volop in de steigers staan, en misschien op een dag een mooi ’palazzo’ kunnen vormen, maar die alsnog vrij vlak klonken en niet de kracht hadden om het publiek mee te sleuren in een onvergetelijk moment van vergetelheid. Deze wonderbaarlijke stem verdient de beste muzikale (en andere) begeleiding die er is. Het is te hopen dat we daar op een dag met volle teugen van kunnen genieten.

Vreemd, was er dan niemand die het publiek te woord kon staan, en even de moeite kon doen om de opeenstapeling van onhandigheden toe te dekken? Rockmuzikanten hebben het allemaal graag speels en spontaan maar improvisatie zonder achtergrondstructuur leidt nergens heen, en dat was vrijdag niet anders. Van de regen in de drop, zeggen we dan. Na Trixie viel er nog weinig te beleven, en hoewel er nog een kleine set van trekpleisters zoals (een zwijmelende) Don Croissant en Pieter-Jan De Smet volgde, werd de concertzaal stilaan omgetoverd tot een lege olietanker. Gent verdiende veel beter. Laten we hopen dat de tribute-avonden in de Verenigde Staten zich ook in de geest op afstand houden van wat hier te zien was.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 5 =