Empress Of :: Me

Twee jaar na de release van haar kort gehypete ep, komt de Amerikaans-Hondurese Lorely Rodriguez op de proppen met haar volwaardige debuut. Zo wordt ze weer dé naam om te laten vallen tijdens het uurtje bijpraten met Pitchfork-adepten, maar werpt ze voor het eerst ook materiaal in de bus dat echt de moeite waard is.

De tracklist kort overschouwend, valt meteen op dat Rodriguez voor haar langspeeldebuut het Spaans dat haar ep een nogal schizoïde karakter gaf, achterwege heeft gelaten. Voorts sluit de aftrap van het album echter quasi naadloos aan bij de stijl van de voorloper . “Everything is You” toont meer experiment in de evolutie van de melodie, maar blijft met de ijle stem en synth-xylofoon hangen in een vergeetbaar brave semi-sprookjessfeer. Het klinkt schattig en zal het geluidsbehang van menig hipster koffiebar kunnen opleuken, maar karakter heeft het allerminst. Gelukkig schudt Lorely de voorzichtigheid snel van zich af en herformuleert ze haar missie tot het in lichterlaaie zetten van de dansvloer. Ze lanceert het feestje met “Water Water”, waarvan de dreunende elektronica doen denken aan Dillon’s excellente tweede. Het geveinsd onschuldige kopstemmetje wordt geruild voor een lagere buikstem die een meer blijvende indruk nalaat, maar ze durft ook de muziek voor zich te laten spreken. De nerveuze beatssectie werpt zich met glans op tot het ware refrein van het nummer.

Empress Of houdt het feestje acht nummers lang aan de gang, maar vervalt niet in eenheidsworst. In “Threat” hertaalt ze een tropisch kampvuurritme naar elektronica. “How Do You Do It” mixt een snuif disco in het recept en houdt in het refrein het midden tussen het debuut van The Ting Tings en Little Boots. “Standard” doet het iets groovy’er aan, maar zorgt met een diepe, krassende synthlaag voor een mooi tegengewicht zodat het er niet te vrijblijvend aan toegaat.

Hier en daar mag het best poppy klinken, maar niet zonder voldoende knipogen naar het hardere clubcircuit (“To Get By”) of de meerwaardezoeker te overtuigen van haar artistieke kunnen (“Need This Now” zou uit de pen Natasha Khan gevloeid kunnen zijn alvorens in een explicieter clubbad te duiken, “Kitty Kat” ruikt naar Joga-era Björk). Ze toont zich ook een veel begenadigdere, gevarieerdere zangeres dan in haar voorafgaande ep. Laat de toonladdertrip “Make Up”, met uitschieters die Minnie Ripperton herdenken, daar als bewijs van gelden.

Als uitsmijter doet “Icon” het nog eens zachter aan, maar dankzij de computerhulp ditmaal wel op bezwerende wijze. Op de valse start na is dit dus een lekker aanstekelijk indietronicaplaatje geworden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × vijf =