73 zou Jimi Hendrix dit najaar geworden zijn, mocht een en ander anders gelopen zijn die fatale
avond in 1970. Wat de man de afgelopen 45 jaar uitgericht zou hebben, is voer voor fantasievolle
speculaties. Dylan-gewijs zich op het oeuvre van Sinatra storten? Een bekering? Een band vormen
met Neil Young, John-Paul Jones en Ringo Starr? Of gewoon de ene saaie plaat na de andere
uitbrengen?

Dat laatste benadert de realiteit het dichtst. Tot het einde der tijden zal er immers jaarlijks een
postume Jimi Hendrix-plaat verschijnen, zo is reeds lang geleden beslist op een meeting van
erfgenamen en label-bobo’s. Gelukkig voor ons brengt 2015 geen studioplaat, maar een live-
opname uit 1970.
Op 4 juli van dat fatale jaar trad Hendrix, met de hersamengestelde Experience -Billy Cox op bas in
plaats van Noel Redding-, aan op het Atlanta International Pop Festival, zoals de tweede en laatste
editie van het Atlanta Pop Festival officieel heette.
Het festival was een kind van zijn tijd, met verontruste autoriteiten, die een orgie van drugs
vreesden. Die zullen er vast en zeker geweest zijn, maar de festivalorganisatoren hadden andere
katten te geselen: een hittegolf teisterde Byron, het plaatsje waarnaar het festival voor z’n tweede
editie uitgeweken was, en een lading voorziene artiesten -onder wie Captain Beefheart en Sly &
The Family Stone- stuurde zijn kat. Bovendien zorgde een incident met een bikergang voorafgaand
aan het festival voor vrees voor een tweede Altamont, waar een half jaar eerder de als security
ingehuurde Hells Angels een toeschouwer voor de ogen van The Rolling Stones, én de camera neerstaken. Mocht het verhaal u onbekend zijn: Gimme Shelter is een behalve een ontluisterende film eveneens een knap tijdsdocument.
Terug naar Byron: Jimi Hendrix, door de festivalorganisatoren aangetrokken als
publiekstrekker, speelde er wél, voor het tot dan toe grootste publiek uit zijn carrière: naar schatting
200.000 toeschouwers zagen Hendrix die nacht op het podium verschijnen en de laatste zomer van
zijn leven inzetten. En hier en nu kan de nieuwsgierige fan dat allemaal ook beluisteren,
vermoedelijk in een geluidskwaliteit die de aanwezigen niet gegund was.
Horen hoe “All Along the Watchtower” aftrapt: het roept vandaag beelden van Neil Young of
Bob Dylan op die, hoewel die laatste het nummer schreef, tijdens hun live-uitvoeringen Hendrix
naar de kroon trachten te steken. De man die zich het nummer eigen maakte, schroeit zich hier een
weg door de song, slaat feedbackvonken en overtuigt, ondanks de soms rommelige manier van
spelen, snoeihard.
Een jekkerend “Hear My Train A Comin’”, waarin Hendrix zich -geruggesteund door een funky
ritmesectie- helemaal kan laten gaan op gitaar, is het onmiskenbaar hoogtepunt van het nachtelijk
concert waarin, gezien de datum, en gierende “Star Spangled Banner” -die voor hij werkelijk
gespeeld wordt even als teaser dient voor een vurig “Purple Haze”- uiteraard niet kan ontbreken en
waarvan bij het beluisteren de tegendraadsheid van het hele gebeuren, dat ons als hedendaagse
achteloze luisteraars te vaak ontgaat, even zonneklaar wordt.
De hier van vitaliteit barstende gitarist zou nog voor het einde van zomer van 1970 voor goed
stilvallen. Of zijn passage in Byron tot zijn allerbeste concerten behoort, is iets dat 45 jaar later
nauwelijks na te gaan is. Feit is dat van al het postume materiaal dat de laatste jaren verschenen is,
dit een van de betere releases is. Feit is eveneens dat wie de vier platen in huis heeft die Hendrix
tijdens zijn leven heeft uitgebracht, daar eigenlijk nog steeds mee volstaat.



