Strange Wilds :: Subjective Concepts

Strange Wilds is een powertrio, opgericht op een kleine 100 kilometer van Seattle. Met een debuutplaat Sub Pop en met een knoert van een Nirvana-fixatie. Dat is erom vragen.

Het zal niet enkel de invloed van het heilige trio zijn dat z’n sporen naliet op de stijl en sound van Strange Wilds. Die hele uithoek van de Verenigde Staten heeft z’n eigen kenmerken, zowel stilistisch als inhoudelijk. Allemaal geen probleem, zolang je er je eigen draai aan kan geven, maar dat is iets waar Strange Wilds soms nog wat werk aan de winkel heeft. De teksten flirten regelmatig met het karikaturale, de gitaareffecten plunderen zowat de hele Nirvana-discografie, van het lo-fi gepomp van Bleach tot de gepolijste effecten van Nevermind en de gortdroge Albini-rock van In Utero, en ook tekstueel blijft het bij de klassieke thema’s.

Het is een en al zelfhaat (“Am I rotting fruit or rotting flesh?”), psychische desintegratie (“Watch me melt away”), tienerlethargie (“The pain is so much / pushing on my nerves / I can’t leave my bed”) en meer getormenteerde zelfhaat (“Don’t like to watch my life / through my own eyes / I can’t stand the sight”); en dat wordt dan allemaal nog eens verpakt in die schizofrene zacht/hard-dynamiek, aangedikte verveling in sommige geprevelde zanglijnen, maar hier en daar gelukkig ook in ontvlambare, beenharde rock-‘n-roll die het zootje helemaal overeind houdt.

En gelukkig vallen hier en daar knappe songs of momenten te rapen, zoals opener “Pronoia”. Een knallende introductie, een onheilspellende sfeerzetting à la The Wipers en vervolgens een pingpongspel tussen geprevel en ontzet gekrijs, met refreinen die even in Fugazi-richting knikken. Het had allemaal wat gebalder gemogen, maar het is een ijzersterke opener. Elf stuks en we zaten met een winnaar. Daarna is de consistentie echter ver zoek. Voor elke efficiënt om zich heen stampende oplawaai als “Egophilia” krijg je ook een drammerig stuk als “Lost And Found” (met een weinig subtiele “Smells Like Teen Spirit”-ode).

Hier en daar laat ook de Black Flag-invloed duidelijk z’n sporen na. “Starved For” zou je zo kwijt kunnen op Loose Nut of In My Head, terwijl Rollins’ vocale tics ook opduiken in “Pareidolia” of het theatrale “Don’t Have To”. En dan heb je nog “Oneirophobe”, de song waarin al die dingen samen komen: de klagerige Cobain en de vuurspuwende Rollins, maar ook een feest van moddervette riffs en een drive die het beste uit Seattle gitaarrock en hardcore bij elkaar brengt.

Anno 2015 is het natuurlijk onmogelijk om een explosieve lap rock-‘n-roll uit te brengen zonder muzikale referenties, maar dat we hierboven zo veel woorden gespendeerd hebben aan voorgangers, zegt eigenlijk genoeg. Geen probleem voor wie pas in het genre duikt, maar wie een beetje vertrouwd is met het vroegere uithangbord van Sub Pop en de voorbije drie decennia Amerikaanse gitaarrock, met de nadruk op de jaren tachtig en negentig, zal misschien meer gaan letten op de parallen dan de intrinsieke kwaliteiten van de songs. Die zijn er al, maar om écht indruk te maken zal de balans nog wat moeten verschuiven. Te vroeg om victorie te kraaien, maar wel een om in het oog te houden, die van Strange Wilds.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 + negen =