Last Harbour :: Caul

Neen, dat de wereld niet zo’n geweldig fijne plek is om te vertoeven, daar moet je die van Last Harbour niet van overtuigen. Hun basisklank blijft dan ook onveranderd: donkere, doemerige en gothische muziek die zo een duistere middeleeuwse kathedraal van achtergrondmuziek kan voorzien.

Op hun nieuwe album Caul doen de Britten van Last Harbour gewoon weer waar ze goed in zijn, namelijk op een bombastische manier de Apocalyps verkondigen. Dat zanger K. Craig constant klinkt als een donkere, flagellantische prediker draagt daar ook wel enorm toe bij. Soms heeft zijn stem wel wat van Stuart Staples van Tindersticks, maar dan veel bombastischer en gothischer, waardoor je voortdurend toch vooral lichtelijk oncomfortabel naar Caul zit te luisteren. Je moet sowieso een beetje voor zijn stem zijn, en voor sommige mensen zal deze toch een beetje een afknapper zijn. Daarnaast wikkelt zich af en toe wel de mooie stem van Gina Murphy rond die van Craig, alsof die fraaie samenzang wat hoop in de nummers moet blazen. Nieuw is wel dat de groep tegenwoordig een eigen studio ter beschikking heeft, waar ze zonder zich te haasten zeer precies hun album bij elkaar kunnen puzzelen. Bovendien bedankten ze Richard Formby (Spacemen 3, Ghostpoet), producer van hun vorige twee platen, voor gewezen diensten en namen ze de touwtjes deze keer echt helemaal zelf in handen.

Na de mooie vioolintroductie”Feint” trekt zich zo een zwarte elegie op gang, die enkel naar de afgrond kan leiden. “Fracture/Fragment” is daarbij een mooi samenspel tussen gitaar, viool en het stemmenwerk van Craig en Murphy, en zeker in het refrein komt alles knap samen. Dat kan van “Guitar Neck” echter niet gezegd worden: het nummer begint wel scherp, maar zeker in het refrein forceert Craig zich zo overdreven dat de groep hier een beetje een karikatuur van zichzelf wordt, en de grens met het pathetische is nooit veraf. Ook “The Pressure” lijdt onder een te lethargische zang. Single “Before The Ritual”, met zijn snedig refrein, en het duistere “The Deal”, dat op sommige momenten zelfs wat industrieel aandoet zodat een beklemmende atmosfeer ontstaat, compenseren die zwakke momenten gelukkig wat. Daarna sluit het indrukwekkende, dertien minuten durende “The Promise” Caul af. Het nummer, voortgedreven door donkere pianoklanken, sleept zich voort als een trage, nietsontziende, inktzwarte stroom tot een onvermijdelijke uitbarsting volgt. Daarna kalft het nummer langzaam af naar het einde, terwijl alles dor wordt en uiteindelijk vergaat.

Het probleem met Caul, en over het algemeen met de muziek van Last Harbour, is dat de muziek zo bedrukkend is dat luisteren na een tijdje aanvoelt alsof er loden gewichten op je schouders hangen. De bombastische somberte blijft zich een hele plaat monotoon voortslepen, en soms wordt de groep zo wat een karikatuur van zijn eigen dramatiek, wat de sowieso al uitputtende luisterervaring niet meteen ten goede komt. Caul is geen slechte plaat, maar er gaat ook niemand voor zijn plezier een hele dag in een mortuarium rondhangen, en dus heb je na elke luisterbeurt niet meteen de behoefte Caul nog eens enkele keren op te leggen. Veel nieuwe fans zal de groep met deze plaat dan ook, helaas, niet winnen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 + veertien =