Maaike Ouboter :: “Er zijn veel tranen gevloeid door de intensiteit van deze plaat”

Daar was ze plots, twee jaar geleden met “Dat Ik Je Mis”. Een van de meest verrassende, meest ontroerende nummers in ons taalgebied in jaren. En nu debuteert ze met En Hoe Het Dan Ook Weer Dag Wordt, een van de meest verrassende, meest ontroerende platen in ons taalgebied in jaren. Waarop ze “Dat Ik Je Niet Mis” zowaar ontgroeid is, te horen aan tien andere uitzonderlijk tedere, bijwijlen harde, uitzonderlijk doorvoelde en bijwijlen confronterende songs. Luisteren is voelen.

Ze heeft haar tijd genomen voor deze plaat. En dat is goed zo: ze nam de juiste producer onder de arm, Joost – Novastar – Zweegers, die als weinige anderen verschillende laagjes in weemoed kan aanbrengen. En ze werd een nog betere songschrijver, te horen aan blinkende parels met een randje als “Nieuwe Dag”, “Als Het Kon” of het aan Françoise Hardy schatplichtige “Smoor”. Het zouden instant klassiekers moeten worden, al was het maar door een gebrek aan referenties in ons taalgebied. Want nee, zo’n plaat verschijnt niet elk jaar in de lage landen.

enola: Zo te horen ben je de afgelopen jaren door een enorm zoekproces gegaan.
Ouboter: “Zo voelt het echt, ja. Ik merk het als ik het podium op kom. Dan voel ik me veel zekerder en rustiger, en de liedjes zijn geëvolueerd. In de nieuwere liedjes zit een extra laagje, maar ook de oudere liedjes komen nu beter tot hun recht. Ik heb de tijd genomen om te schrijven, en los daarvan ben ik blijven spelen – niet te veel, want ik wou een overkill vermijden voor de liedjes werden opgenomen.”

enola: Het zou te enggeestig zijn je plaat gewoon “weemoedig” te noemen. Er zit ook een soort positivisme in, zoals er bij The National bijvoorbeeld waanzin in hun melancholie sluimert.
Ouboter: “Joost snapte echt goed wat ik met de liedjes bedoelde. Hij begreep die lichtheid in weemoed ook. Neem nu “Nieuwe Dag”, waar ik qua tekst ook het meest trots op ben. Oorspronkelijk had dit nummer veel strijkers, maar dat maakt het nog veel zwaarder terwijl de tekst al betrekkelijk zwaar is. Op den duur begon Joost mee te spelen, waardoor uiteindelijk de subtiliteit naar boven kwam. En de piano geeft het net de juiste toets mee aan het einde. Want er zijn mensen die denken dat het over zelfmoord gaat, en anderen die denken dat het juist over een nieuw begin gaat. En voor mij gaat het echt over dat nieuwe begin, maar het balanceert wel op die grens en dat is net de essentie van dat liedje. Alleen maar “het komt wel goed” zeggen is veel te banaal, want negen op tien wil je dat helemaal niet horen op zo’n moment. Je kunt dan inderdaad nog niet zeggen of het wel goed komt. Een vriendin van me had het eens heel erg moeilijk en het voelde voor haar uitzichtloos, terwijl wij, in haar omgeving, zagen dat het op een dag minder uitzichtloos zou zijn. En net dat randje maakt het eigenlijk zo mooi.”

enola: De erkenning dat je je slecht mag voelen lijkt me wel net een van de voornaamste thema’s in je werk te zijn. De ruimte geven om iemand stevig te laten balen lijkt me vaak meer troostend dan gewoon te zeggen dat het wel goed komt.
Ouboter: “Precies. Ik realiseer me nu pas dat ik een nummer als “Nieuwe Dag” ook heb geschreven omdat ik daar nog helemaal niet zo zeker van was. Je moet namelijk ook tegen jezelf durven zeggen dat je je slecht mag voelen. Ik weet dat wel, ik schrijf dat op en het klinkt heel wijs alsof ik het zelf wel snap. Terwijl zo’n liedje eerder een notitie aan mezelf is dat het heus wel mag, snap je? Van in het begin wilde ik dan ook dat de plaat En Hoe Het Dan Ook Weer Dag Wordt zou heten, terwijl iedereen het een slecht idee vond – typ dat maar eens in iTunes in (lacht). Maar het moest zo voor me. Ook Joost vroeg me waarom, en ik kreeg het nog niet eens uitgelegd. Daar baalde ik van, want dan is het vaak niet goed genoeg. Maar als ik erover praat, realiseer ik me dat deze plaat eigenlijk echt daarover gaat…”

enola: Dat er steeds licht aan het einde van de tunnel is.
Ouboter: “Maar “Licht aan het einde van de tunnel” zou dan weer een jammere cd-titel zijn (hilariteit). De plaattitel zegt hetzelfde, maar dan wel wat mooier verpakt, toch?”

enola : Absoluut. In je prachtige teksten omzeil je net met zwier metaforen en goedkope beeldspraak.
Ouboter: “Tenzij in “Jij de Koning” misschien, maar dat is ook een ouder nummer. Oudere nummers vind ik al snel te zwaar. Zoals “Lijmen” bijvoorbeeld, dat vond ik in het begin echt verschrikkelijk. Ik had het geschreven en was er nog niet helemaal klaar voor, denk ik. Het voelde als een soort reactie op “Dat ik je mis” om te tonen dat ik sterk was, terwijl ik mezelf helemaal niet sterk vond. Aanstellerij noemde ik het. Maar toen we de strijkersarrangementen vervingen door piano vond Joost dat het op de plaat moest. Tijdens de studio-opnames heeft Mike Rowe (pianist bij onder andere Noel Gallagher’s High Flying Birds en Sheryl Crow, pn) dat ingespeeld. We hebben dat in één take opgenomen – hij speelde en ik zong – en we waren beiden heel geëmotioneerd. Hij is een Brit en spreekt dus geen Nederlands, maar het ging puur om het gevoel dat in het liedje zat op dat moment.”

enola: We zijn tien minuten aan het praten en die bevestigen wat in je teksten naar boven komt: je bent een enorme piekeraar.
Ouboter: “ (lacht) En het gekke is: ik heb altijd gedacht dat ik heel rationeel ben. Ik denk heel veel na en filosofeer heel veel tot vermoeiends toe. Ik wil dingen zo goed begrijpen. Daarom vind ik spelen met taal ook zo leuk. Voor mij draait piekeren om dingen zo goed mogelijk te structureren. Er is zoveel chaos in mij dat ik structuur moet proberen te krijgen in mijn gevoelens. Vandaar ook dat ik me best wel heftige vragen durf te stellen als “Zou je me herinneren?” in “Anders”. Als ik zing dat “ik me had willen vergissen in jou” geeft dat inkijk in hoe mijn hoofd werkt.”

enola: Dat lijkt me best wel vermoeiend te zijn. Wat zou je doen als je dat allemaal niet van je af had kunnen schrijven?
Ouboter: “Ik durf te zeggen dat ik een veel leuker mens ben geworden sinds ik schrijf (lacht). In elk geval rustiger, met net iets meer vertrouwen. Het staat me toe meer structuur te geven aan mijn gedachten en gevoelens. Ik heb ooit eens een gedichtje geschreven “Ik heb je opgeschreven nadat ik je had gedroomd”, en dat gaat erover dat ik mezelf door te schrijven beter leer kennen. Weet je, soms denk ik echt dat ik gek word (lacht). Vroeger, als ik in bed lag, hoorde ik wel eens stemmen dichterbij komen. Dat klinkt alsof ik mentaal niet helemaal in orde ben, maar er gebeurt gewoon heel veel in m’n hoofd. En uit die chaos komen juist heel veel creatieve dingen voort. Veel van die teksten ontstaan doordat ik niet helemaal chronologisch nadenk.”

enola: Jij mag jezelf dan wel leren kennen door je teksten, ik denk niet dat de luisteraar mag zeggen dat hij je echt leert kennen. Je geeft veel over jezelf bloot, maar laat minstens evenveel bedekt.
Ouboter: “Ik denk dat je hier wel iets te pakken hebt. Ik zeg heel veel over mezelf in die liedjes, maar niet in de vorm dat je denkt dat ik het zeg. Heel veel liedjes zijn liefdesliedjes die zomaar over dezelfde man zouden kunnen gaan, terwijl het de ene keer wel over mijn leven gaat, de andere keer dan weer niet… (denkt na) “Anders” zou bijvoorbeeld ook een liefdesliedje kunnen zijn, maar dat is het voor mij niet. Voor mij gaat het meer over de worsteling om los te raken van iets of iemand.
Weet je, als een schrijver een roman schrijft, wordt er niet van uitgegaan dat het over de schrijver gaat. Dan wordt dat losgekoppeld terwijl er vaak wel veel van de schrijver in zit. Bij muzikanten wordt er altijd van uitgegaan dat het over henzelf gaat. Terwijl ik denk dat ik over mezelf schrijf, maar dan verpakt in andere verhalen. (aarzelend) Maar vraag me niet waarom ik dat heb gedaan, want dat weet ik niet.”

enola: Het vermijdt wel dat je je té kwetsbaar opstelt.
Ouboter: “ (denkt lang na) In “Lijmen” doe ik dat eigenlijk wel. Daarom heb ik het lang een kutnummer gevonden (lacht fijntjes). Ik was echt boos op dat nummer, omdat dat te dichtbij kwam. Het vertrekt niet zozeer vanuit een concrete ervaring, het is meer metaforisch. In de periode dat ik het schreef, nu zo’n twee jaar geleden, kwam de hele rollercoaster van “Dat Ik Je Mis” op gang. Met alles wat ik heb meegemaakt vroeger, zei ik al snel: Laat maar komen, ik kan alles wel aan, ik ben heel sterk. Als je me uitscheldt, ben ik niet gekwetst. Ik riep van tevoren al dat wat er over me gezegd werd me niet kon raken. En hoe langer je volhoudt dat er niets aan de hand is, hoe moeilijker het wordt om dan nog te zeggen dat je toch best wel eens geknuffeld wilt worden af en toe. En daar gaat dat liedje voor mij over: het gevoel van “Sla me dan, sla dan!” Omdat je eigenlijk stiekem hoopt dat je iemand net zo lang uitdaagt tot hij uithaalt, zodat je dan heel hard kunt huilen. Omdat je dat daarvoor niet kon. Vroeger als ik naar de zwemles moest, had ik altijd mijn teen gestoten. Dan kon ik huilen omdat ik mijn teen had gestoten terwijl ik eigenlijk gewoon niet naar de zwemles durfde.”

enola: “Smoor” toont dan weer een heel ander facet van je. Opvallend hoe je in de zin “Ik hou nog door en door” de “van jou” niet uitspreekt. Zijn dat te beladen woorden?
Ouboter: “ “Ik hou van jou” heeft niet dezelfde beladenheid als “I love you” dat kan hebben in het Engels. “Smoor” is sowieso een poëtischere tekst, die echt over mij gaat. Verlangen kan soms… (onderbreekt en denkt na) Je wilt iets zeggen, maar ook niet echt. Zoals Françoise Hardy in “Message Personnel”: daar onderbreekt ze zichzelf aan het einde ook om de muziek z’n werk te laten doen. Zo is het in “Smoor” ook: ik maak de zin niet af omdat ik het eigenlijk gewoon niet durf te zeggen. Maar over dit nummer kan ik wel praten. Het gaat over een jongen waar ik, uiteraard, verliefd op was — een Mexicaan die ik in Australië had leren kennen. En weet je, ik kan heel open zijn, maar tot op een bepaalde hoogte. Dus ik vind iemand dichtbij laten komen het engste wat er is. En hij was eigenlijk de eerste die daar doorheen prikte, ook al hebben we elkaar niet zo lang gekend. En daardoor was hij heel dierbaar voor me, en nog steeds, want we horen elkaar nog steeds. En daar zit ook dat onaffe in: het is eigenlijk nooit echt “uit” geraakt, we zijn gewoon weer ieder naar ons eigen thuisland vertrokken. En ik weet niet of het zomaar weer “aan” zou zijn als we elkaar nu terug zouden zien. Het is geen pijnlijk verhaal, hij weet trouwens dat er een liedje over hem is. Ik heb de spullen van hem waarover ik zing nog bij me thuis liggen en daar zit een zeker verlangen in dat niet meer gestild kan worden omdat het er ook niet meer is. Als het niet is afgesloten, zal het altijd nog een beetje zijn.”

enola: Er zitten zoveel verhalen achter en in je nummers. Ik kan me voorstellen dat je daar met Joost ook veel over gepraat hebt? Het is ook allemaal zo mooi en delicaat ingespeeld.
Ouboter: “Niet zozeer gepraat, maar hij is wel mee beginnen spelen. Daar ging ik ook weer anders van spelen, dus zo stuurde hij me wel zonder veel te praten. Dan zei hij soms wel dingen als “Hier volg ik je niet meer, bekijk dat nog eens terug”. Dan zijn we demo’s gaan opnemen in Frankrijk, en daar is wel veel gepraat maar ook veel uitgeprobeerd. We hebben echt een hele week dag en nacht in de studio gezeten, er zijn veel tranen gevloeid door de intensiteit. Dat zijn echt kwetsbare momenten. De liedjes zijn echt met zoveel liefde geschreven, en Joost had ook heel veel liefde voor ze. Dat was voor hemzelf ook onwennig. Onze engineer is ook heel veel van de liedjes gaan houden en is er heel teder mee omgegaan. Mike, de pianist waar ik het eerder al over had, besloot op basis van wat hij hoorde toch mee te doen, ook al verstaat hij de teksten niet. Ik moest hem ook niks uitleggen, hij voelde waar ze over gaan. En hij zat er doorgaans nog dichtbij ook. Iedereen was heel erg in dat proces, en dat hoor je ook. (zwijgt even) Ik voel de vermoeidheid weer als ik erover praat. Het was emotioneel zo uitputtend, maar ik kan niet blijer zijn met het resultaat.”

enola: Opvallend is ook dat je opent met “Dat Ik Je Mis”, als om te zeggen: dit hebben we nu gehad.
Ouboter: “Ja, ergens wel. We hebben er ellenlange discussies over gevoerd, maar ik wou niet dat het de flow van de rest van de plaat zou onderbreken. We hebben het ook niet meer opnieuw opgenomen. Dit is de enige versie die van het nummer zal blijven bestaan. Ik wil me heus niet afzetten tegen dit liedje, je moet respect hebben voor de dingen die je zelf maakt. Dat is bovendien respectloos tegenover wie zich aan dat liedje hecht, en ik vind het ook nog steeds mooi en speel het nog graag. Maar ik wil met deze plaat vooral laten horen dat ik nog andere dingen kan in plaats van het meisje met dat ene liedje te zijn. En de reacties van de mensen die de plaat gehoord hebben, zijn bemoedigend. Ik heb geleerd hoeveel ik van schrijven hou en ik wil het zo lang mogelijk blijven doen. Er is nog zoveel te maken. En ik weet dat ik nog groeimarge heb. Stel dat ik nu aan mijn plafond zou zitten, wat zou ik dan de rest van mijn leven nog moeten doen?”

enola: Wat je, ten slotte, nog harder deed opvallen tijdens je befaamde tv-debuut: je keek iedereen strak in de ogen. Als je weifelend naar de grond had gekeken, was de impact minder geweest. Dat doe je trouwens ook steevast op concerten.
Ouboter: “Ja, dan was het een pathetisch liedje geworden. En ik kan ook niet anders. Ik heb een soort houvast aan oogcontact. Ik haal daar een bepaalde zekerheid uit. Sommige mensen kunnen zo langs je heen kijken, maar ik weet niet eens hoe dat moet. Al kan ik wel indenken dat mensen tegenover me op de trein zich daar ongemakkelijk bij voelen (lacht). Ik zoek altijd contact, ook op concerten, ja. Het is een soort gesprek voor me. Als ik geen reactie krijg, word ik nerveus.”

enola: Dat levert wel een contrast op met mensen die bijvoorbeeld zichtbaar op concerten iets tegen je willen zeggen, maar eigenlijk een halfuur rond je staan te draaien zonder je te durven aanspreken.
Ouboter: “In de periode rond “Dat Ik Je Mis” werd ik heel vaak aangesproken door mensen met hun vaak persoonlijke verhalen. Ik heb altijd geleerd lief te zijn, dus naar verhalen luisteren voelt heel natuurlijk voor me aan. Maar op een gegeven moment hoor je zoveel verhalen… En toen was ik amper 21, dus ik vond het heel moeilijk om dat allemaal een plaats te geven. Mensen die zeggen dat je hun leven of dat van hun dochter hebt gered, is in se een compliment maar eigenlijk te groot. Ik krijg daar een knoop van in mijn buik. Ik wil echt geen idool zijn, ik denk niet dat ik eraan kan wennen dat je soms als iets meer dan gewoon een mens wordt gezien. Ik mag dan wel wat gesloten zijn, maar een muur rond je bouwen is nog iets anders. Dat wil ik niet.”

En Hoe Het Dan Ook Weer Dag Wordt is verschenen bij Sony. In het najaar gaat Maaike Ouboter op theatertour en doet daar ook enkele zalen in ons land mee aan. Concertdata: www.maaikeouboter.nl.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × een =