BEST KEPT SECRET: Hinds :: ”Spelen en nieuwe mensen leren kennen, ik kan me niet voorstellen dat we dat ooit beu raken”

Vier gibberende Spaanse meiden. Een fikse dosis rammelende garagerock. Toefje meidenpopmelodieën. Als Hinds uw bloed straks niet harder doet stromen, dan heeft u deze festivalzomer niet geleefd. “We kunnen dan geen honderd akkoorden spelen, we kennen er wel genoeg om een toffe melodie mee te bedenken.”

Hinds live, dat is onstopbaar enthousiasme, een plotse grijns heen en weer halverwege wanneer het besef bij de jongedames daagt dat ze een droom aan het waarmaken zijn, chaotisch geschreeuwde maar oh zo aanstekelijke popsongs. Dit is een band die drijft op jeugdige energie en zo is het ook dat bassiste Ade Martin in ons Skype-venster verschijnt: opgewonden wiegend, het Spaans Engels doorspekt met “Cool man’s” en “You knows”. De groep is net terug van een Europese tour en tot rust komen is duidelijk nog geen optie.

“Het was cool, man. We hebben in Parijs en Brussel gespeeld, maar vooral in het Verenigd Koninkrijk; daar hadden we tot nu toe hoogstens losse shows gespeeld, maar nog nooit echt getourd. De pers is er echt gek van ons. Geen idee waarom; zij waren het ook die eerst over ons zijn beginnen te schrijven. Uiteindelijk zijn we na terugkomst in Spanje rechtstreeks naar het Primavera Sound Festival in Barcelona doorgereden, we hebben ons busje zelfs niet uitgepakt. Geweldige dingen gezien daar: Alt-J, Patti Smith, Jungle en Mac DeMarco, natuurlijk. So much fun.”

De link met DeMarco, de nieuwe King Slacker, mag niet verbazen. Net als bij deze indieheld, gaat het er bij Hinds losjes aan toe. Concerten hangen met haken en ogen aan elkaar, meer dan de hoogstnodige akkoorden kennen de meisjes niet. En zo is het goed, vindt Martin. “Al beginnen we als groep beter en beter te worden door meer op te treden; we spelen ondertussen aardig compact”, zegt ze. “Verder storen die beperkingen ons niet, denk ik. Onze songs reflecteren wat we kunnen en meer is niet nodig. ‘t Is duidelijk dat ik geen baslijnen maak vanuit een langdurige basopleiding en hetzelfde geldt voor Ana en Carlotta op hun gitaar. Hun solo’s en riffs moeten het hebben van energie en dat maakt ons tot wat we zijn, dat weten we ook wel. We kennen dan geen honderd akkoorden, we kennen er genoeg voor een toffe melodie.”

Het kan overigens zijn dat u Hinds al kende. Nauwelijks een half jaar terug heette het viertal nog Deers, maar toen kwam er een mailtje uit Canada: de advocaat van indierockers The Dears met een dringend verzoek… “Dat was verschrikkelijk”, zucht Ade. ” Plots moesten we een nieuwe bandnaam vinden, en dat deed pijn. Een maand lang hebben we gezocht en gevloekt. Deers betekende al veel voor ons, en we wisten niet of mensen ons zouden volgen na een naamsverandering. Hinds was een last-minute idee, maar we zijn er heel blij mee hoor.”

“Of we er nooit aan gedacht hebben om ons niets van die mail aan te trekken? No man. We hadden geen tijd en geen geld om ons met zoiets slopends als een rechtszaak bezig te houden. Die energie houden we liever voor als we die groep eens tegen het lijf lopen. (lacht) Het was zoiets gemeens om te doen. Er was ook geen reden. Ze hebben al zo lang niets meer gedaan, hun muziek is totaal anders. Het was niet lief. Na die e-mail hebben we The Dears zelf nog wel proberen te contacteren, maar het enige wat ze konden zeggen was dat het inderdaad hun wil was en niet gewoon een of andere jurist die zout op wat slakken wilde leggen. We hebben ons er dus maar bij neergelegd: we kwamen nog maar kijken, als het dan toch moest, beter nu dan later. “

Vier straten, één scene

Met Ade hebben we geen stichtend bandlid voor ons, zij kwam er slechts gaandeweg bij, maar kan ons van op de zijlijn zo wel de ontstaansgeschiedenis uitspellen. “Carlotta (Cosials, zang en gitaar) en Ana (García Perrote, zang en gitaar) zijn met de groep gestart. Aanvankelijk speelden ze covers, maar snel begonnen ze hun eigen nummers te schrijven, wonnen ze een demowedstrijd in Madrid, en daar hoorde een groot concert bij. Dat deden ze liever met een complete band in plaats van op hun tweetjes. Ze hadden dan ook nauwelijks twee keer opgetreden en dus vroegen ze mij of ik geen bas wilde spelen. We waren immers al langer vriendinnen en gingen regelmatig samen naar concerten en festivals. Ik was een gitariste, kon helemaal niets van bas, maar heb het toch onder de knie gekregen, denk ik. Amber (Grimbergen), onze drumster, hebben we vervolgens gewoon via Facebook gerekruteerd.”

“Het voelt niet alsof wij er later zijn bijgekomen. Uiteindelijk hebben Ana en Carlotta nooit echt als een groep gefunctioneerd voor wij er bij kwamen. Ze speelden gewoon samen thuis op hun akoestische gitaren; pas drie maand voor we samen gingen spelen maakten ze de switch naar elektrische instrumenten. Wij waren erbij toen Hinds een echte band werd.”

Tien jaar geleden interviewden we al eens een Spaanse rocker en Javier Otero Gonzalez van Lansbury vertelde ons toen dat er in Spanje nauwelijks iets bestond als een muziekscene. Sindsdien moet er veel veranderd zijn, denkt Martin. “In Barcelona wordt veel elektronische muziek gemaakt, in Madrid is er een hele garagerockscene. Ongeveer al onze vrienden hebben een bandje, of zijn toch met muziek bezig. Overal zijn er plekken om op te treden. Het is wel gezellig, hoor: alles speelt zich af in een paar straten waar alle bars en concertzaaltjes zijn, lekker dicht bijeen en daar hangt iedereen elke avond rond. Zo werkt het: je leert nieuwe mensen kennen, die blijken ook met muziek bezig te zijn — soms gewoon met een blogje of in de music business — en zij brengen nieuwe mensen mee, waardoor het almaar groter wordt. Het is een klein wereldje, maar het hangt hecht aaneen. We helpen elkaar veel.”

Spelplezier volstaat

Ondertussen teert het viertal al sinds vorig jaar op het onweerstaanbare “Bamboo”, maar een vervolg is nu toch eindelijk op komst, bevestigt Martin. “Vorige maand hebben we onze debuutplaat opgenomen en onlangs zijn we de boel eindelijk gaan afmixen. Dat was nog hels, want we hebben in een serieuze studio opgenomen en we wilden vooral niet dat het té professioneel zou klinken; we wilden de energie van onze demo’s behouden. Niet dat het zo ruw als die opnames klinkt — dat leek ons te vermoeiend om elf nummers op rij op je bord te krijgen — maar het is toch allemaal vrij lo-fi, denk ik: vaak zaten we allemaal samen te spelen en is dat opgenomen. En ja, er staat zelfs een ingetogen nummer op. Normaal is er altijd wel iemand die een trage song met een ingeving doet ontsporen waarna we weer aan het rocken zijn, maar deze keer is het gelukt. ‘t Is echt een mooi nummer geworden. Ik kan niet wachten om het live te brengen.”

Is ze niet bang dat de hype rond de band alweer voorbij is, wanneer de plaat er dit najaar eindelijk zal zijn? “Ik kan maar hopen van niet”, schokschoudert het wiebelige beeld voor ons. “Maar je weet natuurlijk nooit. Ik heb geen idee wat er allemaal kan gebeuren, maar ik denk dat de plaat best goed is. (lachje) Dat was ons doel: een album maken waar we trots op zijn. Al wat ik nu wil is dat we bezig blijven, betere muzikanten worden en de wereld kunnen afreizen. Zal het leuk blijven als we ouder worden en de energie wegvalt? Ik denk dat we het fijn zullen blijven vinden om op te treden, of dat nu op Glastonbury is of in een kleine club in Madrid. Dat gaat niet veranderen en dat volstaat denk ik. Touren en nieuwe mensen leren kennen; ik kan me niet voorstellen dat we dat beu zullen raken.”

Conclusie: Hinds is here to stay? Het antwoord laat niet op zich wachten: “Absoluut.” Ze lacht en je hoopt het mee. Zoveel enthousiasme hoort beloond te worden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee + 8 =