Annabel Lee :: By the Sea… and Other Solitary Places

“It was many and many a year ago/ In a kingdom by the sea/ that a maiden there lived whom you may know/ by the name of Annabel Lee/ and this maiden she lived with no other thought/ than to love and be loved by me.”

Dat is de eerste strofe van het bekende gedicht “Annabel Lee” (spoiler: het verhaal loopt niet goed af) van Edgar Allen Poe, de illustere meester van galgenhumor en doemverhalen en poète maudit bij uitstek. Het is eveneens het gedicht waar Annabel Lee haar artiestennaam vandaan heeft (de dame in kwestie heet immers gewoon Annabel, die Lee heeft ze er zelf aan vasthangen), en aan de hoes van haar eerstgeborene By the Sea… and Other Solitary Placesalleen al valt af te leiden dat ook op haar plaat maar weinig streepjes zonlicht doodringen tot haar inktzwarte wereld. Haar compagnon de route daarbij heet Richard E., een uit Londen afkomstige producer en arrangeur. Zij is dan weer een zwarte New Yorkse, stevig geworteld in de jazz en gezegend met een stem die even gemakkelijk dreigend als smekend kan klinken, vaak zelfs in hetzelfde nummer. Annabel was het eindeloos herhalen van de gekende standards echter beu, en de twee vonden elkaar in een gezamenlijke liefde voor Engelse poëzie. Samen wrongen ze zich een weg door de donkerste regionen van de menselijke ziel, en schreven onderweg de tien zwartgeblakerde nummers die samen By the Sea… and Other Solitary Places vormen.

Zelf halen ze zowel Erik Satie, Billie Holiday als Nick Drake aan als invloed, en dat zijn inderdaad vrij goede referentiepunten om het album te beschrijven. Annabel Lee grossiert immers in donkere folk jazz, waarin zowel akoestisch gitaargetokkel als jazzy arrangementen ruimschoots aan bod komen, terwijl Annabels stem zich overal behendig tussenwringt. De plaat is echter meer dan een optelsom van haar invloeden en de donkere atmosfeer die de plaat oproept, valt met bijna niets te vergelijken. De muziek weet op een unieke manier een unheimliche sfeer op te roepen die enkel in termen als claustrofobisch, hermetisch en gitzwart te omschrijven valt. Het is geen easy listening en het vergt wat luisterbeurten om de plaat te doorgronden, maar het loont om in het beklemmende universum van Annabel Lee te verdwalen, waarbij het constant lijkt alsof de kille geest van Poes Annabel Lee achter je schouder staat mee te luisteren. Openingsnummer “Breathe Us” zet meteen de toon: weelderige maar dissonante strijkers, en Annabels stem die schimmig door het nummer waait. Daarna volgt “I Will Lead Us”, waarbij de tokkelende gitaar duidelijk de folkinvloeden van de groep laat horen. Ondertussen spoken fluisterende stemmen doorheen het nummer en omzwachtelen ze de gitaarriedel. Annabel zingt bijna als een drone”I will lead us”, wat zeker naar het einde toe een enorm hypnotiserend effect heeft. “Believe” leunt in zijn arrangementen dan weer zwaar op de jazzachtergrond van Annabel en Richard E., en Billie Holiday is nooit veraf.

Spijtig genoeg, en dat is eigenlijk het enige puntje van kritiek dat wij kunnen hebben, gebeurt het soms dat de weelderige strijkersarrangementen soms nog niet helemaal uitgebalanceerd zijn, en daardoor durven ze wel eens een nummer verstikken. “Invisible Barriers” heeft hier bijvoorbeeld wel wat onder te lijden, maar dan is er toch altijd weer die stem die het nummer toch nog redt, maar het is vooral in “My Homeland” dat de strijkers de nochtans mooie gitaarlijn af en toe onnodig komen verstoren. Een nummer als “Alone” toont nochtans dat de twee niet meer nodig hebben dan een doortastende tokkel op de gitaar en de spookachtige zang van Annabel om een meeslepend en nevelig nummer te maken. “Alone” is samen met “Find Me” het meest folky nummer van de plaat, maar spaarzaamheid loont hier zeer zeker (voegt u hier zelf maar een zin met de woorden less en more aan toe). In “(1849)”, waarbij de titel verwijst naar de publicatiedatum van het gedicht van Poe, zijn het dan weer een wankele piano en mooie contrabas die de sfeer van vergeelde foto’s en Kurt Weills’ “September Song” oproepen. Ondertussen zingt Annabel dat ” she never cared that much for sunshine and flowers/ still I care for someone to spend these hours with”, en daar kan je je als luisteraar wel iets bij voorstellen.

By the Sea… and Other Solitary Places is een unieke plaat waar je niet snel mee klaar bent, een diepzwarte, rauwe diamant om te ontdekken en te blijven koesteren, een claustrofobische wereld om in te verdwalen. Indrukwekkend debuut.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 − een =