Dawn Of Midi + Nils Frahm :: 16 mei 2015, Ha’fest, Handelsbeurs

Ha’fest, die sierlijke dans in het hart van de stad, is goed op weg een prinsheerlijke traditie te worden. Nadat vorig jaar Roland Van Campenhout centraal stond, mochten dit keer artiesten van diverse pluimage, van Great Mountain Fire over Hildur Gudnadottir tot Paolo Angeli, het podium sieren, maar het meest uitkijken was het toch naar Nils Frahm, de Noord-Duitse pianosirene met stoute schoenen.

Frahm werd voorafgegaan door het Amerikaanse trio Dawn Of Midi, dat enkel gesteund door een piano, een (toegegeven: soms wel erg aanwezig) drumstel en een contrabas en volledig gespeend van vocale inbreng de dans mocht openen. Dawn Of Midi slaagde er bijwijlen in om met nauwelijks drie instrumenten en een minimum aan effecten een beatshow om U tegen te zeggen neer te zetten, maar verviel af en toe in monotone herhaling en weinig origineel werk. Desalniettemin geen slechte zet van Frahm om zichzelf te laten inleiden door een op klassieke instrumenten laag na laag opbouwende band.

Frahm zelf stond deze zomer nog in het feeërieke Brugse Gruuthuse, een optreden waarvan mensen die er bijwaren nog steeds lyrische kreetjes slaken. Frahm opende met “Ode”, tevens de opener van zijn meest recente plaat Solo. “Ode” was minimalisme ten top, een ondergaand lentezonnetje in een subtiel romantische zaal, een maximum aan warmte met een minimum aan ingrediënten. We dachten Stravinsky, of dichter bij huis en heden Altertape, en hoorden elke toets op het juiste moment aangeslagen worden – denk ook Chilly Gonzales. Solo in het algemeen en “Ode” in het bijzonder waren een terugkeer naar Frahms vroege werk – Wintermusik ten top – en openden de avond grandioos.

Om het geheel op geen al te academische leest te scholen, wisselde Frahm in de rest van de set fluks af tussen klassiek pianospel en stuwende beats waarmee zijn nieuwe thuis Berlijn hem vertrouwd heeft gemaakt. We dachten vaak aan Moderat doorheen de set, onder meer tijdens een machtig door de mangel gehaald “Spaces”, maar knikten evengoed instemmend wanneer “Hammers” als rustpunt de boel op gevoel door het dak joeg. Etiketten kleven doen we niet graag, maar met termen als ‘betoverend’, ‘sferisch’ en ‘stomend’ kom je al een heel eind.

Enkel “Says”, dat de set minutenlang afsloot en wel erg veel aan een wat verlopen orgelmannetje deed denken, was een domper op een voorts bruisend, gevarieerde optreden, dat met toegift “Toilet Brushes”, deels grappig, deels gelaagd, volledig af, de finale kreeg dat het verdiende. En zo verdween Nils Frahm, die beleefde jongen die zijn piano thuis dempt met vilten doeken om toch vooral niemand tot last te zijn, enigmatisch glimlachend, bijna beschaamd om zoveel bijval, schuchter de nacht in. Zelden was de stad zo warm geweest.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 − zeven =