The Slow Show :: ”De stem dient het nummer, niet andersom.”

Uit Manchester komen en geen typische Britpop maken. Als Britse band via een Duits label het eigen land proberen te veroveren. The Slow Show is geen band die het zichzelf gemakkelijk maakt, maar met een ijzersterk debuut als White Water onder de arm verdient de band het in zijn missie te slagen. Het moet van The Nationals Boxer geleden zijn dat we nog eens zo’n sterke noir americana hoorden.

De BBC Sound Of 2015-lijst hebben ze niet gehaald, en op internet is The Slow Show ook nog niet uitgebreid gedocumenteerd. En dus vraag ik frontman Rob Goodwin als aperitief maar hoe de groep ontstond. Via een Belgische link, zo blijkt, want toetsenist Frederik ‘t Kindt is een landgenoot. “Hij werkt al jaren in Manchester”, zegt de frontman. “Hij maakt er filmmuziek, en producet er beginnende groepjes in zijn studio. En zo heb ik hem ook leren kennen, toen hij mijn vorige groepje hielp met opnames. Het klikte, en we bleken nogal wat invloeden te delen. Toen ik een jaar later zonder band zat, benaderde ik hem om eens te proberen om samen songs te schrijven. Het werkte wonderwel, en al snel haalden we er drie andere muzikanten bij, die ook meteen perfect bleken. Een echt geluk; sindsdien zijn we samen blijven spelen.”

En zo werd The Slow Show een echte band, en dat was nochtans nooit de bedoeling, klinkt het aan de telefoon. “We hebben allemaal onze bandjes gehad, en daar waren we nu wel klaar mee”, zegt Goodwin. “Nu wilden we gewoon songs schrijven; het soort dat we zelf wilden horen, niet iets wat we dachten te moeten maken omdat we uit Manchester afkomstig zijn. We wilden niet het typische Britse gitaargroepje zijn, want we hielden allemaal van blazers- en strijkersarrangementen, en dat wilden we doen.”

Die inkleuring brengt ons bij een heikel punt. Hoe sterk White Water ook is, je kunt de vergelijking met het werk van The National niet naast je neerleggen. Weet Goodwin nog waar hij was toen hij die band voor het eerst hoorde? Goodwin zucht even bij het onvermijdelijke. “Natuurlijk is The National geweldig; dat wist ik van het eerste moment dat ik één van hun songs hoorde. Maar om eerlijk te zijn zijn er andere, oudere, bands die veel meer hun stempel op ons hebben achtergelaten. Ik ben al jaren een grote Lambchopfan, en dan is er ook Tindersticks. Maar natuurlijk zijn ze een invloed, net als Sigur Rós en andere groepen die veel laagjes op elkaar stapelen om tot een groots geluid te komen.”

Zelfs die bandnaam blijkt in tegenstelling tot algemeen aangenomen een andere oorsprong te hebben dan het gelijknamige Nationalnummer. “Het echte verhaal is als volgt: Chris, onze drummer, is een grote fan van The Band, en was gefascineerd door hun benadering om zichzelf als een ouderwetse rondreizende groep te presenteren die een voorstelling komt geven, dus hij wilde een naam als The puntje puntje Show. Met onze muziek was The Slow Show dan een evidente invulling, maar om eerlijk te zijn: we hebben er over getwijfeld, en achteraf gezien zou ik een andere naam gezocht hebben, want nu raken we niet meer van die verwijzing naar The National af. We kunnen niet anders dan dat nu te omarmen.”

Nooit de zanger

Met zijn diepe, gebarsten bariton is Goodwin de ideale frontman om de songs van The Slow Show te dragen. De zanger neemt het compliment dankbaar in ontvangst, maar nuanceert alweer. “Het was nooit de bedoeling dat ik de frontman zou worden. Dat was ik ook niet in mijn oude bands. Ik zong gewoon de demo’s in, en het plan was dat we wel een band zouden vinden én een zanger. Om één of andere reden kwam dat laatste er maar niet van, en het publiek was verbazend vriendelijk in zijn oordeel, dus ben ik het maar blijven doen. (lacht) Het klopt dat ik op onze Midnight Waltz EP uit 2011 nog helemaal anders klink, maar dat waren dan ook letterlijk de eerste vier demo’s die Fred en ik hebben opgenomen. Ik had nog nooit gezongen, en dat was wat er op dat moment uit kwam. Het voelde allemaal nog niet helemaal juist, dat kwam pas toen ik mijn stem wat liet zakken.”

“Ik heb er lang over gedaan om mezelf als frontman te accepteren. Pas het laatste jaar is dat gekomen, maar nu vind ik het fijner dan ooit. Ik vind mezelf nog altijd geen groot zanger – ik heb absoluut geen groot bereik – maar wat ik doe past bij de songs en hun thematiek, dus het is in orde. Ik heb het sowieso altijd gehaat als de zanger belangrijker werd dan de songs. Die komen eerst, vind ik. De stem dient het nummer.”

Thuis in Duitsland

Zoals het zijn naam betaamt heeft The Slow Show zijn tijd genomen. Het debuut was aanvankelijk aangekondigd voor voorjaar 2013, het werd twee jaar later. “Ach, we zijn allemaal ergens tussen de dertig en de veertig, dus we zijn niet echt meer bezig met doorbreken en dat soort begrippen”, haalt Goodwin de schouders op. “Dat heeft met heel praktische redenen te maken; weinig romantiek daar. We hadden besloten dat we voor ons debuut op geen enkel vlak compromissen wilden sluiten, en dus moest er ook een dertigkoppige blazerssectie of een strijkersensemble zijn als we dat nodig hadden. En dat betekende: sparen tot we dat konden betalen. En ook logistiek was het vaak niet eenvoudig om zoiets opgenomen te krijgen.”

“Ja, natuurlijk hadden we een eenvoudiger album veel sneller kunnen maken, en dat idee leek bij momenten wel erg aantrekkelijk, maar nu het resultaat er is, zijn we wel trots dat we toch hebben doorgebeten. Uiteindelijk zijn we begonnen met het idee eindelijk eens de muziek te maken die we wilden maken, om dan al meteen toe te geven op ons debuut leek daar ons nogal tegen in te gaan. We hadden uiteindelijk ook geen deadline; er was geen trend waar we wanhopig deel van moesten uitmaken. Ik denk niet dat we ooit hebben gediscussieerd dat het sneller moest gaan, hoogstens of we geen samples van blazers konden gebruiken. Maar dat was over Freds lijk; hij wilde dat muzikanten de platen konden beluisteren, en het werk van hun collega’s konden bewonderen. Ach, weet je, doordat we zo mondjesmaat hebben gewerkt is elk nummer, elk stukje muziek, een herinnering op zich. Ik kan me nog elke sessie voor de geest halen. Frustratie omdat we nog nergens stonden in vergelijking met een andere band? Dat is er nooit geweest. Iets ouder zijn geeft je het soort perspectief dat je daar wel mee leert omgaan.”

En dat het ook niet evident zal zijn bekendheid op te bouwen in het Verenigd Koninkrijk van op een klein Duits platenlabel? “Daar ben ik me bewust van. We hebben ook met veel grotere Britse labels gepraat, hoor, maar toen we op een tour in Duitsland met Haldern Pop aan de praat raakten voelde alles heel erg juist. Ze zijn een klein label, maar de manier waarop ze over muziek praten, hun prioriteiten, zijn juist. We werken heel erg goed samen; we hebben bijvoorbeeld ook geen compromissen moeten sluiten over onze muziek. En uiteindelijk voelen Duitsland en Zwitserland na een paar tours ondertussen meer als thuis aan dan Engeland, dus misschien is het zelfs gepast dat we met een label van daar in zee zijn gegaan.”

Hoe meer kerken hoe liever

In “Brother” kruipt Goodwin in de huid van zijn grootvader, nadat die hem vertelde hoe hij ooit afscheid moest nemen van een broer die op jonge leeftijd aan kanker stierf. Voor “Bloodlines” vond hij zijn inspiratie naar verluidt dan weer bij een familielid die haar adoptiegeschiedenis ging uitspitten. Vindt hij het belangrijk om zijn bronnen zo dicht te zoeken? “Ik weet niet of ik dat zelf wel kies”, is het antwoord. “Soms word ik gewoon geïnspireerd, zoals door dat verhaal van mijn grootvader. Toen kwam de tekst voor “Brother” vanzelf, maar zo gaat het natuurlijk. Als schrijver word je voortdurend gevoed, vanuit alle kanten. Het hoeft daarom niet dichtbij je te liggen. “Bloodlines” is overigens iets opener dan dat verhaal dat je las. Het is een song over zoeken, maar ik laat het liefst van al nog wat open waar het over gaat. Een familielid die haar echte ouders zoekt? Kan zijn.. Het kan net zo goed over de zoektocht naar een geliefde gaan. Er waren een paar bronnen, om eerlijk te zijn.. Maar ik wil het allemaal niet te hard gaan uitleggen. Ik vind het zelf veel fijner als muziekliefhebber als ik mijn eigen interpretatie aan een song kan geven. Ik hoop dat anderen dat ook met onze muziek kunnen.”

Tot slot: op het Eurosonic Showcasefestival in Groningen zagen we The Slow Show afgelopen januari in een kerk spelen. De ideale locatie voor de muziek van de groep? “Oh ja, zo’n ruimte is het perfecte canvas om op te werken”, klinkt het enthousiast: “Het klinkt niet alleen goed, ook visueel werkt het geweldig. Als we de kans krijgen grijpen we die dus met beide handen. In Manchester hebben we al vaak in religieuze gebouwen kunnen spelen, en dat is opnieuw niet de gemakkelijkste optie, want je moet alles zelf opbouwen, van podium tot geluid, zodat je er geld aan verliest, maar het is het waard. Hoe meer kerken, hoe liever!”

The Slow Show speelt op 19 mei gratis in Het Depot in Leuven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 5 =