Lapalux :: Lustmore

Lapalux, Stuart Howard voor de vrienden, heeft altijd al geflirt met de toegankelijkheid, maar slaagde er tot nog toe nooit in om zijn hyperkinetische programmeerneigingen genoeg te beteugelen. Dat leverde enkele uitstekende EP’s en de langspeler Nostalchic op, die kundig laveerden tussen spanning, gecontroleerde chaos en botergeile grooves, maar daarbij soms ook simpelweg ontspoorden naar minder boeiend terrein.

Lustmore, ’s mans nieuwste worp op Flying Lotus’ label Brainfeeder, weet voor de eerste keer wel een coherent, afgewerkt geheel af te leveren dat nergens de dieperik in gaat. Howard beweert zich te hebben laten inspireren door de sfeer die opgeroepen wordt in de barscène van Kubricks The Shining (zie ook de cover). Lustmore profileert zich dus als een soundtrack voor een onbestaande maar thematisch wel enigszins omlijnde film: de nacht, het mysterie van een warm verlichte bar, onverklaarbare ontmoetingen en geheimzinnige gesprekken die barsten van de seksuele spanning.

Het concept ligt er niet vingerdik op, maar het is wel duidelijk dat Lapalux hier aan de slag is gegaan met een vrij strak idee van wat hij op muzikaal vlak wou bereiken. Dat gooit zijn vruchten af: Lustmore weet steeds een kwalitatief hoog niveau aan te houden, zij het dat het grillige en onvoorspelbare karakter van Lapalux’ muziek daarbij wat afgezwakt is. De contrastwerking tussen onaards goede nummers en chaotische tours de force, tussen simpele thema’s en complex programmeerwerk, is hier verworden tot een vlak landschap van de nacht.

Al zijn hier zeker hoogtepunten genoeg te rapen. “Don’t Mean A Thing” bijvoorbeeld, waarin verknipte vocalen à la Burial tot sirenenlokroepen worden verheven terwijl de synths en gestaag hotsende drums een lekkere sfeerwerking creëren en een haperende bas zich doorheen de geluiden weeft als een slang tussen het gebladerte. Of “We Lost”, een nummer dat we bijna als pop zouden omschrijven, waarin richting het recente werk van Bonobo wordt geneigd met een mooi amalgaam van vocals en melodische beats.

In het gebruik van die vocals schuilt de tweede grote verschuiving in de klankwereld van de jonge Brit. Werden stemmen in vorig werk consequent verknipt, door de elektronische mangel gehaald en quasi als textuur behandeld, dan laat hij ze hier vaker ongemoeid in composities die veel meer als songs aanvoelen. Andreya Triana en Szjerdene zijn hier dan ook zonder meer herkenbaar en dragen bij aan de sfeer van de plaat zoals ze dat ook deden op Bonobo’s The North Borders.

Die plaat ligt dan ook wellicht het dichtste bij Lustmore qua algehele sfeer. Daarbij werd Bonobo soms verweten te veel op veilig te spelen en die kritiek kan zeker ook over Lustmore geuit worden. Zeker in vergelijking met eerder werk is dit een plaat die weinig durf aan de dag legt. Een crowdpleaser die kundig weet te balanceren tussen kwaliteit en catchiness, maar die een beetje edge heeft verloren. Hier en daar zijn er nog glimpsen van dat grillige karakter van Howard te horen, zoals in de gruizige trap van het korte “Make Money”, maar ontsporen doet dit niet.

Kortom, Lustmore is een plaat die we ongetwijfeld nog vaak zullen opleggen, maar waarbij we minder op het puntje van onze stoel zullen zitten wachten tot die torenhoge uitschieters à la “Guuurl”, “Without U” (uit Nostalchic) of “Gutter Glitter” (uit de “When You’re Gone”-EP) passeren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

10 + 9 =