Shun Club :: Avalanche

Ja, het zijn donkere en — als we Bart De Wever mogen geloven — rumoerige tijden in Antwerpen en die vragen om vrolijkere nummers. Het antwoord daarop: Avalanche, het debuut van Shun Club.

Neen, het gevoel zat dieper. We wonen immers niet allemaal in een stad waar kaki te zien is. Het was een soms regenachtige, soms zonnige woensdagnamiddag toen Avalanche voor het eerst in onze cd-speler belandde. De dag stemde ons nu eens optimistisch, dan weer héél depressief. De plaat die er ons toch weer doorgetrokken heeft, bestaat uit twaalf knap gearrangeerde nummers die niet ongevoelig en niet ongeschikt voor de radio zijn. Maar vooral: alles op de plaat klinkt o zo eerlijk. Met enige fantasie doet Shun Club zelfs denken aan het melancholische van Beck, het subtiele van Balthazar, (waarom ook niet?) het zachtste van Blur en het opgewekte van Das Pop.

Nochtans liep het bij het Antwerpse vijfkoppige gezelschap niet meteen van een leien dakje. Johan Verckist en Hans De Prins verzamelden de beste muzikanten rond zich, maar de nieuwelingen werden algauw opgeslokt door Arno, Broken Glass Heroes, Dez Mona en Dans Dans. Tweede poging dan maar: Verckist en De Prins vonden in drummer Tijl Piryns, bassist Dries Debie en gitarist Lennart Janssen minstens evenwaardige vervangers. En nog beter: Shun Club mocht voor Avalanche op enthousiaste bijdrages rekenen van Pascal Deweze, Geoffrey Burton (ex-Arno, Daan, Hong Kong Dong), Philipp Weies (Manngold, Go March) en Sarah Yu Zeebroeck (Hong Kong Dong).

Net als bij 90 procent van de muziekgroepen gaan pop en melancholie hier hand in hand, dus waarom zou Shun Club er dan bovenuit steken? Gevoel voor subtiele nuances is een van de redenen. Meer dan het zachte timbre van Verckist, de toetsen van De Prins en de spaarzame gitaren heeft “Falling” niet nodig om een gevoelige snaar te raken. In het geduldige “Bad News For Good People” doen de minimalistische beats van Pascal Deweze en viool van Arne Leurentop (oftewel meneer And They Spoke In Anthems) je dan weer volledig wegdromen naar vrolijkere oorden.

Een tweede reden waarom Shun Club niet het eerste het beste popbandje is, is variatie. Waren openers “Avalanche” en “Miracle Man” niet zo héél opvallend, dan is “Gold Eyes” (met gastvocalen van Yu Zeebroeck) dankzij die heerlijk optimistisch gestemde piano een brok gelukzaligheid. Ook “Wear Me Out” — met opnieuw De Prins en Verckist in een glansrol — en “Release Me” behoren tot de categorie radiogevoelige nummers, maar zijn daarom niet een pot nat. Of neem nu “Pass By”, het tweede duet tussen Verckist en De Prins, dat overgaat in het iets meer rockgerichte nummer “Quest”.

“RUA Ghost” trekt dan weer het blik met opgewekte gitaartjes en toetsen open; zo’n nummer waarbij we denken aan iets met dansen en koude pintjes, liefst op een zonnige namiddag. En dat zien we zo gebeuren op Dranouter, in de spiegeltent van de Gentse Feesten en misschien zelfs op Pukkelpop. Op het einde van de plaat maakt “Obsolete” perfect de brug tussen de gevoeligheid van “Falling” en een rijkelijk gelaagd nummer als “Gold Eyes”. Ook daarmee bewijst Shun Club nog maar eens dat vrolijke nummers maken een kunst is.

Zo strijdvaardig als de promofoto van de band oogt, zo gezwind lijkt Shun Club nu zijn start te nemen met een heerlijk debuutplaatje. Bij een kater, een moeilijk moment of slecht weer, het maakt niet uit: Avalanche maakt je dag goed.

Shun Club speelt onder meer op 27 maart in MOD in Hasselt (met FONS Label Night) en op 14 mei in Café Café in Hasselt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 − een =