Pere Ubu :: 30 januari 2015, N9

Eigenzinnig. Ga naar een concert van het intussen veertig (!) jaar oude Pere Ubu en je beseft dat het label doorgaans veel te snel uit de kast gehaald wordt. Onder leiding van de onvervangbare dictator/poëet/psychoot David Thomas zorgde een zeskoppige versie van de band voor een goedgevulde avond vol scheve avant-rock, gierende uitspattingen en allerhande dwarsliggerij.

Opvallend: bassiste Michele Temple viel nergens te bekennen, maar klarinettist Darryl Boon was wel van de partij tijdens de twee sets, waarvan de eerste aangekondigd werd als een korte, experimentele en geïmproviseerde set, en de tweede als een “reguliere” Pere Ubu-set. Het leidde daadwerkelijk tot twee verschillende gedaantes, maar dan wel van dezelfde, onmiskenbare identiteit. En ook viel op hoe dwars de keuze van het bij elkaar gebrachte materiaal was, dat zowat evenredig verdeeld was tussen songs uit het recent verschenen Carnival Of Souls en ouder materiaal.

Maar ook daar viel meteen op dat de band niet zomaar de makkelijkste weg koos. Radiohits heeft de band nooit gehad, maar er zijn natuurlijk wel favorieten die de ronde doen bij de fans en liefhebbers. Jaren geleden al publiceerde Pere Ubu de resultaten van een pop poll op zijn site, een lijst van de dertig “Greatest Hits” bij de fans. Van die dertig zou er – verbeter ons als we ernaast zitten – maar eentje gespeeld worden, nl. “Come Home” uit The Story Of My Life. Dus: geen “Final Solution”, “Non-Alignment Pact”, “30 Seconds Over Tokyo”, “Navvy”, “The Beach Boys”, “Folly Of Youth”, etc. Wel een selectie verrassende, regelmatig grondig verbouwde, binnenstebuiten gekeerde en soms furieus uitgevoerde pareltjes uit diverse uithoeken van de Ubu-discografie sinds de jaren negentig. Met als opvallende uitzondering het met jazzy uitstapjes volgestouwde “The Long Walk Home” (uit het wat onderschatte Songs Of The Bailing Man uit 1982).

In de kop van de eerste set zat meteen al “Down By The River” weggedoken, dat de avant-garde en de rock-‘n-rolltraditie samenbracht in de klassieke Ubu-manier, met dwingende, mechanisch donderende ritmes (je zou het bijna – bijna! – een groove kunnen noemen) én ruisende, brommende, kwetterende en gierende inkleuringen van elektronicamannen Gagarin en Robert Wheeler, tussen industriële ruis en hoorspel uit de musique concrète. Die laatste had zowaar zijn bekende analoge EML-synthesizer thuis gelaten en vervangen door kleinere digitale speeltjes, maar had wel nog de oude bekende theremin bij, nog altijd goed voor sci-fi bleeps. Visueel ook altijd bijzonder geinig om de man z’n theatrale dans te zien uitvoeren met het instrument.

Verderop: “Numbers Moon”, ooit nog van Thomas & Two Pale Boys, maar nu omgebouwd tot een nijdig hakkende rocker, de surreële droomwereld van “Visions Of The Moon”, waarin Thomas zijn werknemers voortdurend stuurde met handsignalen, en als afsluiter een expansieve versie van “Brother Ray”, de afsluiter van Carnival Of Souls (de cd-versie alleszins), die uitmondde in brute ritmes en verbasterde blues. Veel herkenbaar materiaal dus, maar met vermoedelijk ook heel wat obscure referenties om zelfs de hardcore kenners bij de les te houden. Een ontregelde stijl nog verder ontregeld.

Tijdens het reguliere concert werd het allemaal net wat rechtlijniger gehouden. Nu ja, dat is natuurlijk ook relatief met deze muzikanten, die stuk voor stuk de geijkte paden mijden. Omdat dat nu eenmaal hun aard is, maar ook omdat Thomas, het soort bandleider die in een wip in een ontvlambare scheldkramp kan schieten, hen voortdurend aanmoedigt, het zwijgen oplegt of, een paar keer, gewoonweg opnieuw laat beginnen omdat het hem niet bevalt. Het gewauwel van de man tussen de songs was ook deze keer weer behoorlijk van de pot gerukt, met zoals wel vaker een ode aan de vrouwen in de zaal, die hij prompt uitriep tot stukken gereedschap (“I use you to please you”). Na een uitvoering van “Bus Station” trok hij een witte sok uit en zwaaide ermee rond alsof hij in z’n hoofd “Les Lacs du Connemara” hoorde en in de N9 een trouwfeest plaatsvond. De vijf bandleden keken er naar zonder een krimp te geven.

De performance was echter behoorlijk overtuigend. Mede door een bijzonder energieke Steve Mehlman en de snedige gitaarpartijen van Keith Moliné groeiden heel wat songs uit tot jachtige bommetjes met repetitieve slavenritmes. “Come Home”, aan het begin van de set, was er eentje die een primitieve stuwing kreeg, terwijl “333” (ook vooraan) en “Caroleen” (achteraan) eigenlijk rechttoe-rechtaan punk waren. Ziedende, verknipte en compleet hysterische paranoia. Daartussen: enkele verrassend pakkende, melancholische momenten dankzij het klarinetspel van Boon, een onheilspellend “Carnival” en een dansbaar “Nevada”. En zo werd er voortdurend heen en weer gestuiterd tussen Carnival Of Souls en de 90’s periode, radicaal experiment en directe punch.

Thomas’ voordracht was als vanouds tegendraads: het ene moment het schijnbaar onsamenhangende gemompel van een geschifte onheilsprofeet, het andere moment schril gillend, met theatrale expressies en lichaamstaal. Het maakte van songs als “Road To Utah” en “414 Seconds” sinister voortkruipende hoorspelen, het laatste met een machtig intensifiërende climax die helemaal in het rood ging. Voor “The Road Trip To Bipasha Ahmed” gebruikte hij nog eens een telefoonhoorn als micro, terwijl Boon intussen soleerde met een ontredderde emotionaliteit. Intussen slurpte Thomas wat rode wijn, loenste hij vanonder z’n zwarte hoed naar de vrouwen, schold hij een storende fan op de eerste rij de huid vol en trapte hij het na de set abrupt af, gevolgd door zijn troepen, die het hele concert geen kik gegeven hadden. Toch volgde nog een merkwaardige bisronde, met het tedere “Irene” (uit de recente plaat, niet te verwarren met “Goodnite Irene” uit Worlds In Collision) en een drummerloze versie van vroege Rocket From The Tombs/Dead Boys-klassieker “Sonic Reducer”, die gedemonteerd werd tot een wat halfbakken kamermuziekversie.

Het is nog altijd onbegonnen werk om Pere Ubu of een van zijn concerten te evalueren. Het enige referentiepunt dat écht steek houdt is Pere Ubu zelf, al was een nummer uit Beefhearts debuutplaat, die volgde na het concert, een logische overgang. Het was geen evidente, makkelijke set en Thomas was als vanouds een volleerde stoorzender, ook nu hij er fysiek enorm snel op achteruit gegaan is. Maar er zaten ook volop van die momenten in die je deden beseffen dat je op iets unieks zat te kijken, een fenomeen dat in de rock-‘n-roll geen gelijke heeft. Pere Ubu. Welke andere band haalt na veertig jaar nog zo’n stoten uit?

Maandag 2 februari speelt Thomas, ondersteund door enkele Ubu-leden, een huiskamerconcert in Les Ateliers Claus. Er zijn nog tickets beschikbaar – HIER.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 − 5 =