Interpol :: 24 januari 2015, Vorst Nationaal

Stijve maatpakken op een podium, dat viel te verwachten voor Interpols passage langs ons Brusselse Vorst Nationaal. Hun laatste teerling, El Pintor, bulkt van de energie, en het was dan ook uitkijken naar een pletwals aan geluid die de haren naar achteren zou blazen. Doch, wie Vorst binnenkwam vond al meteen een uitgebreide Haribo snoepstand aan zijn linkerzijde. Het is dat we Interpol altijd al met een zak zuurtjes in de hand hebben willen beleven.

De klok toont 21u16 wanneer Interpol zich aan een goed gevulde zaal toont. De drie resterende groepsleden, aangevuld met een bassist en toetsenist, openen verrassend met een behoorlijk opgefokte versie van “Say Hello to the Angels” uit debuut Turn On The Bright Lights, en dit terwijl op de achtergrond de cover van El Pintor geprojecteerd wordt. De vijf muzikanten zien er afgelikt uit in hun strakke zwarte pak met rode das. Paul Banks heeft de haren slick achterover geslagen met een overdosis gel, en drummer Sam Fogarino ziet er met zijn dikke bril uit als een afstammeling van Blade Runner’s Dr. Eldon Tyrell.

Voor het tweede nummer wordt naar het nieuwe album gegrepen. Banks laat de vocale hoogtes op “My Blue Supreme” die hij in de studio verkende grotendeels veilig links liggen, en kiest er hier voor een octaaf of twee lager te gaan voor het refrein. Helaas ook opvallend: de textuele rijkdom aan gitaarklanken die El Pintor zo pakkend maakt, komt hier volstrekt niet tot zijn recht. Het is een wazige klankenbrij die we geserveerd krijgen, waarbij de basgitaar het meest herkenbare ingrediënt in de soep is.

Publieksfavoriet “Evil” wordt vervolgens uit de kast gehaald, en het publiek zingt het refrein mooi mee. Op het podium is Daniel Kessler naar goede gewoonte de enige die op aanstekelijke wijze zijn heupen beweegt. Verder lijkt zich een stramien in de lichtshow te ontvouwen, waarbij gekozen wordt om elk nummer in een bepaalde kleur te baden, waartussen dan af en toe wat hevige witte spots losgelaten worden voor het dramatische effect. Hoeft het te verbazen dat rood, een belangrijk element in El Pintor’s artwork, een favoriet zal blijken?

Wat later wordt na een “Hands Away” die in het grote Vorst Nationaal maar weinig intiem klinkt, het recente “My Desire” ingezet. Abstracte projecties beginnen het scherm te sieren. Na het verlies aan veelvuldigheid en definitie in de gitaarlijnen, valt bij dit nummer de droogheid van de stem op in vergelijking met de studio versie. Helaas blijkt deze nu net een belangrijk element om de saus te doen binden.

Banks lijkt wel goed gezind te zijn. Regelmatig verschijnt een glimlach op zijn gelaat tussen de nummers door en stamelt hij een zinnetje uit. Alleen is het raden naar wat hij zegt, al kan dat naast de akoestiek van de zaal ook liggen aan de multitude aan concertgangers die wel enthousiast klappen, maar het toch ook noodzakelijk achten om zowat het hele optreden lang onderling de nieuwste dorpsroddels te bespreken. En wij maar denken dat cafés nu net daarvoor dienden. Dat publiek lijkt voorts wel een bont allegaartje te zijn, met een gelijkmatige vertegenwoordiging van zowat alles tussen de 25 en de 55. Pluim aan Interpol dat ze zoveel verschillende mensen weten aan te spreken.

Naarmate de set vordert kunnen we het niet laten te bedenken dat de kleinere AB beter zou zijn geweest voor deze groep. Hun status mag er dan voorbij gegroeid zijn, de sfeer en het publiek zouden er ongetwijfeld wel baat bij gehad hebben. Waar is de magie vanavond? Ja, de groep speelt strak en het geheel oogt erg professioneel, maar we krijgen er zo’n verdomd popcorn-gevoel bij. Alsof het enige dat ontbrak de stewards waren die met bakken ijscrème en versnaperingen door het publiek duinen.

Na een uurtje spelen zit de hoofdset erop. De bisronde laat niet lang op zich wachten; nog geen drie minuten later staan ze er weer. Wat ze niet deden voor de mainset, doen ze nu wel: openen met “All the Rage Back Home”. Vervolgens worden nog klassiekers “NYC” en “PDA” uit hun eerste album boven gehaald. “Thank you, you’re beautiful. See you soon.” Zaallicht aan, en ge moogt naar huis gaan. Een uur en een kwart zal ze geduurd hebben, deze Belgische passage. Op zich een mooi spektakel, maar ook behoorlijk steriel. Opmerkelijk ook voor een groep met vijf albums op zijn palmares dat meer dan de helft van de setlist uit hun twee eerste albums gepuurd werd. Albums drie en vier kregen elk slechts één nummer toebedeeld. Eventuele bedenkingen en conclusies daarbij mag u zelf trekken. Maar wat er ook van zij, Haribo maakte de kinderen wel blij.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien + negen =