Mark Lanegan Band :: 30 januari 2015, AB

Hoewel het basisopzet van Mark Laneganconcerten doorheen de jaren niet gewijzigd is — man die er slecht gezind uitziet bromt zich in nagenoeg volledige duisternis doorheen sombere liedjes — blijft het ook nu hij zijn vijftigste verjaardag achter de rug heeft de moeite telkens opnieuw een ticketje aan te schaffen.

“Hoe vaak heb je Mark Lanegan nu eigenlijk al live gezien?”, vroeg hoofdredacteur (mvs) eerder deze week en eerlijk: geen idee. De man en zijn vele incarnaties maken het nagenoeg onmogelijk om een exact getal als antwoord te geven. Welke concerten tellen mee? Enkel wat Lanegan onder eigen naam doet? Of ook concerten met Isobell Campbell? Greg Dulli? The Twilight Singers? En wat met Soulsavers? Of Queens of the Stone Age, waar Lanegan soms slechts een nummer op het podium stond?

In ieder geval: Lanegan is kind aan huis in de Belgische concertzalen en nu hij met Phantom Radio zijn meest afwijkende plaat gemaakt heeft, lijkt het niet het ideale moment om eens eentje te skippen. Al lijkt voorspelbaarheid even om de hoek te loeren wanneer Lanegan, net als bij de vorige passage van zijn Band, ook nu aftrapt met “When Your Number Isn’t Up”. Ditmaal wordt Lanegans grofkorrelige stem enkel ondersteund door de gitaar van Jeff Fielder, een aanpak waarmee tijdens de eerste nummers aansluiting gezocht wordt bij het vroegere solowerk van Lanegan.

Pas wanneer na een kwartiertje “The Gravedigger’s Song” door de AB dendert, wordt de intimiteit aan gruzelementen geslagen en toont het beest dat de Lanegan Band is zijn ware gelaat. Slechts eenmaal, met “One Way Street”, wordt later even teruggekeerd naar de intimiteit die Lanegan in zijn oude werk legde, wat in dit geval nog versterkt wordt door het door merg en been gaande gitaarwerk van Aldo Struyf.

Die kwijt zich prima van zijn taak als bandleider en loodst het gezelschap feilloos langs een verstild “Deepest Shade” van The Twilight Singers naar een snel rockend “Hit the City” om vervolgens beats de bovenhand te laten nemen in “Ode To Sad Disco”, waarin zowaar met wat goeie wil dansbewegingen bij Lanegan waargenomen kunnen worden. “Harborview Hospital” en “Floor Of The Ocean” manifesteren zich als een heerlijke muzikale tweeling waarin heldere synths voor een dromerig effect zorgen dat op zijn beurt uitgebalanceerd wordt door de donkere grom van de frontman.

Door “Sleep With Me” opnieuw op te pikken, zet de band een finale in die zelfs naar zijn doen indrukwekkend is. Smachtend en schroeiend weerklinkt het nummer uit de Here Comes That Weird Chill-EP alvorens met “Death Trip To Tulsa” een enkeltje hel wordt ingezet. Of zo lijkt het althans, want in de bissen wordt “Revival” opgepikt. Fielder stuwt het eerste deel van de song vooruit met zijn gitaar, waarna het orgel van Struyf de overhand neemt en de avond plots een spirituele wending neemt.

Hoewel Lanegan, meer dan verwacht, door zijn eigen verleden grasduinde en daarbij Phantom Radio mogelijk net te veel links liet liggen, blijft de man in staat keer op keer indruk te maken op het podium. De rijkheid van zijn oeuvre speelt daarbij een cruciale rol. Als in de bissen zowel een ondertussen klassiek “Metamphetamine Blues” als een door stevige beats — het is tenslotte vrijdagavond, nietwaar? — ondersteund “The Killing Season” probleemloos naast elkaar staan, dan blijkt dat de man een kei is in het leggen van een fascinerende muzikale puzzel. Hopelijk wordt die opnieuw gemaakt tijdens een van de zomerfestivals.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 − 5 =