Elitism For The People :: De vroege moeilijkdoenerij van Pere Ubu

David Thomas en Lemmy. Veel meer kunnen frontmannen niet verschillen, of zo lijkt het toch. Maar er zijn ook wel een paar overeenkomsten. Zo vieren de bands die ze leiden, en waarvan ze de enige overblijvende originele leden zijn, dit jaar hun veertigste verjaardag. Beide bands kenden ook enkel in hun tweede levensdeel een relatief stabiele bezetting. De twee zijn natuurlijk onmogelijke artiesten, dat ook. En zijn gevlucht: Lemmy maakt – tussen de dipjes door – grote sier in Los Angeles, terwijl Thomas dan weer verkaste naar Engeland. En nu hebben ze ook een nieuwe release onder de arm.

Nu ja, nieuw. Motörhead bracht met Bad Magic zopas een verse studioplaat uit. Niks vernieuwend, één en al formule (zoals altijd), maar dan wel goed gedaan (zoals meestal). Geen klachten. Bij Pere Ubu kwam die nieuwe plaat er vorig jaar al (het uitstekende Carnival Of Souls), maar nu verschijnt bij label Fire Records ook een opvallende 4LP box: Elitism For The People 1975-1978. Niet omdat het zoveel nieuws bevat, want alles dat er op staat is in één of andere vorm al beschikbaar, maar omdat het nu ook op vinyl beschikbaar wordt. Dat terwijl Thomas al jarenlang, tijdens interviews én concerten, alles deed om het zwarte spul als geluidsbron in een slecht daglicht te stellen.

Maar labels en artiesten zijn wat ze zijn, ze willen natuurlijk beantwoorden aan een vraag, en nu de technologie blijkbaar tegemoet kan komen aan de hoge eisen van Thomas, kan deze box op het volk losgelaten worden. Het bevat met albums The Modern Dance en Dub Housing en de vroege singles van het Hearpen-label zowat de Heilige Graal van de avant-punk, én doet daar nog een half concert uit 1977 bij. Daardoor krijg je een vrij compleet beeld van de eerste fase van de band. En dat blijft tot nader order nog altijd het legendarische spul. De band geeft zelf mee dat de combinatie van Dub Housing en de singles de ideale manier is om de band te leren kennen, en een poll bij de fans leverde ook het resultaat op dat maar liefst de helft van hun meest geliefde songs uit die beginjaren komt. Kortom: essentieel.

Opnieuw is het best verrassend hoe vitaal, gewaagd en anders de muziek veertig jaar later nog klinkt, en dat vanaf die eerste single “30 Seconds Over Tokyo”. Natuurlijk hadden vroeg kernleden Peter Laughner en David Thomas al wat ervaring kunnen opdoen in Rocket From The Tombs, maar terwijl de andere helft van die band het met The Dead Boys ging zoeken bij een vrij traditionele proto-punk stijl, trok Pere Ubu resoluut de kaart van het experiment. De punkspirit is sterk aanwezig in die oudere opnames, maar dan met een arty (maar niet minder furieuze) insteek. Het leek wel alsof het snedige geweld dat overgewaaid kwam uit New York vergezeld werd van de deconstructie van Captain Beefheart en Red Crayola, geluiden uit de musique concrète (meest merkbaar in het schurende en wringende synthspel van Allen Ravenstine) en uitlopers uit dadaïstische performances. Met die gesjeesde Thomas natuurlijk als sluitstuk.

Die keelde en kermde er vaak op los met een stemmetje dat moeilijk te verenigen viel met zijn imposante fysiek, volgde enkel de regels van zijn eigen dansjes en blonk uit in gedrag dat op z’n minst ‘opmerkelijk’ te noemen was. Soms met de onvoorspelbaarheid van een paranoïde schizofreen, met spastische bewegingen en plotse schreeuwpartijen, waarbij bandleden vaak de volle lading kregen. We zagen hem meermaals muzikanten afsnauwen, het zwijgen opleggen of een stoel tegen de grond kwakken. En zo klinkt die muziek ook: dwars, zeurderig, opzettelijk tegendraads. Maar ook gedurfd en met niets te vergelijken. En, zo zou later blijken, met een onmiskenbare invloed. Als er duizenden bands zijn die openlijk varieerden op die baslijn van “Ace Of Spaces”, dan is de invloed van Pere Ubu binnen wave/postpunk/experimentele bands doorgaans wel wat subtieler. Bands als Gang Of Four, The Minutemen, Oxbow, Pixies of zelfs ‘onze’ Germans zouden nooit zo geklonken hebben zonder Pere Ubu.

De allereerste line-up van Pere Ubu, een sextet met Laughner en Thomas, was trouwens maar van heel korte duur en is enkel verantwoordelijk voor het tweeluik “30 Seconds Over Tokyo”/ “Heart Of Darkness”, maar zelfs als het daarbij gebleven was zou Pere Ubu al z’n plaats verdiend hebben in de rock-‘n-rollgeschiedenis. Vooral “30 Seconds…” staat immers nog steeds overeind als een van de klassieke songs van het decennium, een inkijk in een mentale staat van oorlog. Het lange, noisy middenstuk als illustratie daarvan is nog altijd een van de eh?-momenten uit hun discografie. “Heart Of Darkness” was dan weer iets conventioneler, een koortsige song met kervende gitaarpassages. Het koppig denderende “Final Solution” is er eentje die ze, samen met RFTT-klassieker “Sonic Reducer” live regelmatig bovenhalen, terwijl “Untitled” een vroege versie van “The Modern Dance” is. “Heaven” is een buitenbeetje, klinkt haast als een stukje bezopen reggaepop.

Er is al behoorlijk wat gediscussieerd over welke plaat nu eigenlijk het beste is: The Modern Dance of Dub Housing. Beiden werden ingespeeld door de ‘klassieke’ line-up (Thomas, gitarist Tom Herman, toetsenman/rietblazer Allen Ravenstine, bassist Tony Maimone en drummer Scott Krauss) en verschenen in 1978, maar klinken eigenlijk heel verschillend. The Modern Dance is de meest agressieve van de twee, het meest ‘punk’, zeker met songtitels als “Non-Alignment Pact” en “Life Stinks”. Het is de plaat waarmee je kan zwaaien als je het hebt over grensverleggende cultplaten. Dub Housing is dan weer de plaat waarop alles stukjes op hun plaats vallen. Het klinkt iets minder radicaal, maar is coherenter, consistenter en al net zo uniek.

Natuurlijk is die gierende EML-synth aan het begin van The Modern Dance wel een openingsstatement van formaat. Dan wéét je al dat je geen gewone plaat getrakteerd gaat krijgen. Wat volgt is een even desoriënterende als bezeten trip door een universum waar jachtige proto-punk, die met een been in de rock-‘n-rolltraditie van The Stooges en Television staat, samengebracht wordt met een onthutsende, atonale en bombastische melange van abstractie, lawaai en theater. “Laughing” en “Real World” klinken anno 2015 nog altijd onwerelds, net zoals de opwinding van “Non-Alignment Pact”, “Street Waves” en “Life Stinks” (een duidelijke link met The Minutemen) nog altijd tastbaar is. Maar het glaswerpen in “Sentimental Journey” doet er geen twijfel over bestaan: they’re not in it for the money.

Dat geldt net zo goed voor de geperverteerde pop op Dub Housing. Een eerste keer het springerige “Navvy”, met Thomas die lijkt rond te huppelen als een hysterische kalkoen en in het wilde weg “I have desire!” kweelt, horen, het is een moment dat je niet licht vergeet. Idem voor andere parels als “On The Surface” (die synth-riedel!), de in meerdere bochten tegelijk spartelende artfunk van “Drinking Wine Spodyody” of de geinige gekte van “Ubu Dance Party”. En natuurlijk wordt hier ook gretig buiten de lijn van de rock-‘n-roll gekleurd. De titeltrack is een fascinerende, morbide luistertrip, “Caligari’s Mirror” integreert een irritant zeemanslied en het onheilspellende slot “Codex” brengt Weill naar het terrein van de avant-garage. Een hoofdstuk dat even innovatief als dement klinkt. Adjectieven die je bijna veertig jaar later nog altijd bij de hand kan houden om de performances van Pere Ubu te omschrijven.

Tot daar allemaal bekend materiaal. De twee albums zijn afzonderlijk beschikbaar (sinds dit jaar ook op vinyl), de singles vond je terug op de compilatie Terminal Tower en in de Datapanik In The Year Zero, die het materiaal hierboven ook allemaal bevat, en meer. Want het is wel jammer dat de resterende plaat van de klassieke bezetting – het onderschatte New Picnic Time – op die manier een beetje buitenspel gezet wordt. Wat je er wél bij krijgt is dan weer een live performance (Manhattan) die in 1977 opgenomen werd in het legendarische Max’s Kansas City. Het is de twee helft (en vermoedelijk ook tweede set) van een opname die hiervoor al verkrijgbaar was als download, en uitvoeringen bevat van drie vroege singles en drie songs die uiteindelijk op The Modern Dance zouden belanden. De opnamekwaliteit is niet optimaal, maar het is boeiend om deze (soms grondig) afwijkende versies te horen, met het intense gitaarwerk van “My Dark Ages” op kop.

Op zich valt hier dus niks nieuws te vinden, geen heruitgave van materiaal dat jarenlang onvindbaar was, maar een hoop geweldige muziek, opgekuist en in een ander formaat. Wie de albums en singles in huis heeft, hoeft zich geen zorgen te maken en doet er misschien beter aan om het concert in z’n geheel te downloaden. Voor de hardcore fans en/of degenen die het klassieke werk van Pere Ubu nog niet in huis hebben en bovendien beschikken over een platenspeler, is dit natuurlijk een uitgelezen kans. Een poster en downloads komen er bovenop.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 4 =