Kitty, Daisy & Lewis :: The Third

De muzikale Addams Family, zo zou je Kitty, Daisy & Lewis — hun ouders vervolledigen de band — kunnen omschrijven. Of Amy Winehouse maal drie en op een nostalgische retrotrip. Hoe het ook zij: ondanks de aanwezigheid van topproducer en voormalig The Clash-gitarist Mick Jones stellen ze met hun derde wat teleur. Maar dat komt misschien omdat het nieuwe er al wat af is?

Je kan Kitty, Daisy & Lewis nog steeds niet als virtuoze muzikanten bestempelen, maar ze hebben wel degelijk vooruitgang geboekt. Ze klinken een pak minder rommelig dan voorheen en zijn een flink eind richting mainstream opgeschoven, al houden ze wel nog vast aan hun fetisj voor oude analoge instrumenten en opnameapparatuur. Lewis schreef onlangs zelfs een bezield opiniestuk voor The Huffington Post waarin hij uitlegt waarom hij maar weinig enthousiast is over de digitale revolutie en de vervlakking in het muzieklandschap die daarvan het gevolg is. Maar goed, we dwalen af.

De intro van “Whenever You See Me” is niet wat ze noemen met de deur in huis vallen, maar met de deur in huis knallen. Denk Motown, denk sixties pop, denk blazers… “Baby Bye Bye” is een ogenschijnlijk perfect zomers popnummer dat drijft op een lome skagroove. De titel verraadt echter al dat schijn kan bedriegen, want eigenlijk is het een break-upsong met een behoorlijk wrange ondertoon. De wat lugubere videoclip bij het nummer — de eerste single uit het album — illustreert die dubbele bodem trouwens prima. Vooraleer u begint te YouTuben: niet voor gevoelige kijkers!

Tijdens de intro van “Feeling Of Wonder” dachten we even te maken te hebben met een ruwe demo van Stevie Wonders “Superstitious”. Vandaar misschien ook de verwijzing naar de funkgrootmeester in de titel? Kitty — of is het Daisy? — zingt over een nieuw lief en over hoe goed die nieuwe relatie wel aanvoelt. In “No Action” klaagt Daisy — of is het Kitty? — dan weer over een gebrek aan interesse bij het andere geslacht: “There’s something going on in my head/But there ain’t no action in my bed”, klinkt het gefrustreerd.

In “Good Looking Woman” hoor je de geest van Muddy Waters rondwaren. Uptempo blues met lange gitaarsolo’s die duelleren met een jakkerende blazerssectie. Lewis vertelt hoe de vrouw van zijn dromen zich aan de andere kant van de oceaan bevindt. Maar dat het niet erg is, want hij had haar net aan de telefoon en ze zei: “I love you.” En dat het dus eigenlijk allemaal wel meevalt.

“Turkish Delight” is een prima oldschool skastomper. Halfdansende, halfzwevende drums met die typische zuigende hi-hat en lome blazers en strijkers die het geheel een zomerse feestsfeer geven. Kitty of Daisy — mogen we hen voor het gemak van nu af aanKaisy noemen? — zingt een ode aan een nieuw vriendje: “You make me feel so fine/Yes baby all the time”, klinkt het verliefd.

In “It Ain’t Your Business” — uit het testosterongehalte af te leiden een song van Lewis — vechten hij en Kaisy al zingend een meningsverschil uit. “It ain’t your business, leave it alone”, sneert Lewis. Muzikaal voeren Lewis’ gitaar en Kitty’s mondharmonica een snoeiharde strijd. In “Ain’t Always Better Your Way” — een zomerse swingjazzdeun — zorgen de gitaar en Kitty’s mondharmonica alweer voor de aanstekelijkheid. Het lome en jazzy “Never Get Back” vormt een rustpunt op de plaat tot het lied ergens aan het einde toch nog openbloeit. “Bitchin’ In The Kitchen” is geen slecht nummer, maar zo’n ronkende titel had meer moeten opleveren. Muzikaal is het uptempo funk met een orgel en een wahwahpedaal in de hoofdrollen.

Afsluiter “Developer’s Disease” is een uithaal van Lewis naar allerhande projectontwikkelaars en andere hebzuchtige aardbewoners. “Baby don’t you wanna go/Down to London town/Before they tear the place down/Baby don’t you wanna go”, zingt hij vol overtuiging. Kijk, dat vinden wij nu tof zie, dat er nog andere mensen rondlopen die niet de hele tijd dollartekens in hun ogen hebben en die meer waarde hechten aan cultureel erfgoed dan aan het spekken van hun bankrekening.

The Third is al bij al een onderhoudende plaat geworden. Zo een waarop het fijn heupwiegen en meeneuriën is, maar niet veel meer dan dat. Echte hoogtepunten zijn zeldzaam. Lewis komt het beste uit de verf: de nummers waarin hij de leadzang voor zijn rekening neemt zijn de uitschieters op de plaat. Misschien moet hij eens een soloplaat op de wereld loslaten? Hoe dan ook, het verrassingseffect waarop Kitty, Daisy & Lewis konden teren na hun eerste worp en al wat minder na hun tweede is nu wel helemaal uitgewerkt. En puur op het vlak van muzikale merite vallen ze soms — niet altijd — toch een beetje door de mand.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 + 10 =