TIPS VOOR 2015: Illuminine :: “Ik maakte deze muziek om me beter in mijn vel te voelen”

De hele maand januari blikt enola.be vooruit op het jaar dat komt. In Tips voor 2015 laten we enkele van de meest belovende artiesten aan het woord. Hou ze in de gaten en onthoud waar u voor het eerst over hen las.

2008: Kevin Imbrechts heeft examens en tokkelt op zijn kamer bij wijze van afleiding wat weemoedige riedeltjes op zijn gitaar.
2014: samen met Christophe Vandewoude (Isbells) werkt hij in Het Depot aan zijn debuutplaat. Vervolgens werkt hij de plaat af in IJsland, samen met Birgir Jón Birgisson, de sound engineer van Sigur Rós, die onder de indruk bleek van het materiaal.
2015: Met #1 brengt hij wellicht veruit de mooiste Belgische debuutplaat van het jaar uit.

Op #1 vatten veertien diepweemoedige soundscapes de weidsheid van de IJslandse landschappen, en de complexiteit van uw emoties, in één verstillende mood. Die wordt geweven door gitaar, samples, cello, viool, hoorn en piano. Referenties als Nils Frahm, A Winged Victory For The Sullen en Olafur Arnalds worden steevast in één adem met Illuminine genoemd, maar toch heeft Imbrechts zijn eigen niche in modern klassiek gevonden. Hier gaat u nog van horen dit jaar.

enola: Illuminine is niet je eerste project, maar wel totaal anders dan wat je hiervoor deed.
Imbrechts: “Naast Illuminine maak ik vuile noiserock eigenlijk, samen met een vriend, Nico, die drumt. Mosquito heet die band. Daarmee heb ik al een eerste cd opgenomen, mensen in het circuit leren kennen… Een goede leerschool. We hadden aanvankelijk weliswaar de financiële middelen niet, maar we hebben bijvoorbeeld wel in het voorprogramma van Blood Red Shoes gespeeld in Luxemburg. Maar of het nu luide of ontzettend zachte muziek is, de essentie blijft dezelfde: passie, nu nog altijd. Want hetzelfde geldt voor Illuminine: obsessief met muziek bezig zijn en daaruit leren.”

enola: Toch is het een weide spreidstand tussen de noise van toen en verstilling van nu.
Imbrechts: “Toch heb ik dit ook altijd gedaan: thuiskomen van opnames en repetities, en vervolgens op mijn gitaar beginnen tokkelen. Daar kwamen dan weemoedige dingen uit, maar die zijn altijd meer verborgen gebleven tot nu. Dit heb ik heel lang achter de hand gehouden, misschien omdat ik dacht dat het niet goed genoeg was. Dat was heel persoonlijk om aan mensen te laten horen. Dit was mijn eigen wereldje waarnaar ik terug kon gaan, op mijn slaapkamer, als er iets tegenzat op school bijvoorbeeld, of op de unief. Dan kon ik daar op terugvallen. Ik voelde me daar goed bij, zonder dat iemand daar iets van wist.”

enola: Dan kan ik me voorstellen dat veel mensen uit je omgeving schrokken als ze dit hoorden.
Imbrechts: “Zelfs mijn zus is geschrokken (lacht). Ik heb het aan zo weinig mogelijk mensen laten horen. Daarom is het ook moeilijk om hiermee echt naar buiten te komen, dit live te spelen, ondervinden hoe iedereen hiermee zijn eigen wereld maakt of mening over heeft. Ik heb er mij al over gezet. Dit is heel, heel persoonlijk. Deze muziek gaat al zo lang mee, dat het echt raar deed om Christophe tijdens de opnames daarmee aan de slag te zien gaan, zelfs de kleinste details te zien veranderen. Dat gitaarriedeltje van “Dualisms” gaat al mee van toen ik achttien was, nu zeven jaar geleden. Zie je, ik speelde dat dan op mijn kamer, met twee versterkers, in het donker met één lichtje, maakte ambient geluiden. Ik vond dat zo leuk om te doen.”

enola: Deze muziek voelt zich als een vis in de donkere wateren van Duyster. In welke mate ben jij de afgelopen vijftien jaar hierdoor beïnvloed?
Imbrechts: “Eerlijk: totaal niet. De enige artiest die me echt beïnvloed heeft, is de gitarist Buckethead. Vroeger viel ik met zijn cd’s in mijn discman in slaap. Ook geen zang, een heel eigen stijl. Als ik echt één referentie moet geven, is hij het wel. Naast Sigur Rós kan ik ook niet kijken natuurlijk, die band heeft me altijd mateloos geboeid. Maar ik kende namen als Nils Frahm of Olafur Arnalds slechts een paar maanden voor de opnames van deze plaat begonnen. Dat was een hele wereld die openging. Ik ontdekte dat er nog zo’n muziek bestond (lacht). Dat was echt een verrassing. En toen besefte ik dat er met mijn eigen materiaal ook iets gedaan kon worden. Toen heb ik aan Chantal Acda mijn demo’s laten horen, en zij zei dat ik dat moest opnemen. Zij bracht me in contact met Christophe, en hij zag er ook iets in. De bedoeling was dat we een gitaarplaat zouden maken, maar dat is helemaal veranderd. Waar er in het begin tien gitaarlijnen waren in een nummer, werd de ene lijn gaandeweg een viool, de andere een trompet… We zaten daar echt gerust in Het Depot. We zaten er eerst een maand in maart vorig jaar, uiteindelijk zijn het drie maanden geworden omdat ik naar IJsland wou gaan met écht goed afgewerkt materiaal zodat ze daar geen spijt hadden van wat ze hadden binnengehaald (lacht).”

enola: Dat is dus echt een paradox: enerzijds ben je verlegen om met je muziek naar buiten te komen, anderzijds heb je wel het lef om het naar de entourage van Sigur Rós te sturen.
Imbrechts: “Dat is inderdaad een discrepantie. Ergens is het een gevoel dat ik niets te verliezen had omdat toch bijna niemand wist dat ik ermee bezig was. Ook tijdens de opnames in Het Depot heb ik me bijna opgesloten en haast tegen niemand gezegd wat ik aan het doen was. Ik wil geen invloed hebben van buitenaf. Als je elke stap in het proces met verschillende mensen gaat delen, gaan al die klankborden sowieso invloed hebben op datgene wat je aan het maken hebt. En dat wou ik absoluut niet, omdat het allemaal zo persoonlijk is. Dan maak je het meer voor anderen dan voor jezelf. Het was al moeilijk genoeg om in het begin Christophe toe te laten. Gelukkig klikte het. De violisten kregen bijvoorbeeld ook niet het volledige lied te horen, maar wel de lijnen die ze moesten inspelen en de opdracht het zus en zo in te spelen. Ik vind het zelf ook heel moeilijk om echt over die muziek te praten met anderen. Dat wordt altijd direct heel reflexief. Nu probeer ik me er wat van te distantiëren. Ik kan wel praten over waarom en hoe, maar iedereen maakt er toch zijn eigen ding van. Dat maakt het juist zo mooi, zeker aan instrumentale muziek.”

enola: Je muziek is doordat het instrumentaal is inderdaad ontzettend beeldend. Ik kan me voorstellen dat je een soort film van je leven voorbij ziet flashen als je ze speelt.
Imbrechts: “Absoluut. Als ik dat riedeltje van “Dualisms” speel, zie ik me als achttienjarige weer op dat kamertje zitten, aan mijn bureautje in mijn kamer. Ik zat toen in de examens. Dat was eigenlijk het begin van wat uiteindelijk deze plaat geworden is, en nu is dat het eerste lied waarmee we naar buiten komen. De cirkel is rond. Het is een heel lang, organisch proces geweest.”

enola: Dat woord “organisch” komt vaak terug. En inderdaad, op deze plaat zoek je de schoonheid niet bewust op. Ze lijkt je te overvallen.
Imbrechts: “Ik zou dat ook niet kunnen. De laatste tijd is het heel druk door de release van deze plaat in combinatie met mijn fulltime job, maar daardoor kan ik mij er niet toe zetten nieuwe dingen te maken. Er zullen wel ergens liedjes in mijn hoofd zitten, maar die zullen zich wel laten horen wanneer het kan. Bewust een sfeer creëren of forceren kan ik niet. De liedjes vliegen er pas uit wanneer ik in een bepaalde gemoedstoestand zit, bijvoorbeeld wanneer er iets aangrijpends gebeurd is zoals het moment waarop mijn oma gestorven is. Maar dat kunnen ook heel banale dingen zijn, wanneer er iets me tegensteekt, je voelt je niet goed in je vel, je bent ziek… Als ik gelukkig of “normaal” ben, komen er heel oppervlakkige dingen uit. Vandaar dat er altijd een weemoedige ondertoon is. Ik kan er ook niet aan doen. Iedereen voelt zich al eens slecht, maar ik kan me dan beter doen voelen door die liedjes te schrijven. Vroeger onbewust, nu meer bewust. De beste nummers zijn diegene waarvan ik achteraf niet meer besefte dat ik ze gemaakt heb en ik een paar jaar nadien weer ontdek. Dat zijn de meeste op de plaat.”

enola: En dan mocht je naar IJsland vertrekken.
Imbrechts: “Ik had gewoon mijn demo’s opgestuurd en die waren blijkbaar goed (lacht) Ik mocht in de zomer afkomen, waardoor we bijna alle takes opnieuw hebben gedaan omdat ik het perfect wou hebben als ik naar daar trok. Daar zijn vooral de sfeer en de samples toegevoegd. Ik kon daar ook geen twee maanden zitten, dus er moest al veel klaar zijn. Het was echt indrukwekkend om die studio binnen te stappen en daar de originele prints van hun artwork aan de muren te zien hangen, hun instrumenten… Dat is een hemel die opengaat. Pixies, Bono, Dave Grohl zijn daar ook geweest en dan denk je “nu zit ik hier”. En dan nog die sfeer en dat landschap… Dan begrijp je die IJslandse muziek nog beter.”

enola: Liep dat vlot, jij als controlefreak met een naam die toch al z’n sporen heeft verdiend? Ik kan me voorstellen dat er aanvankelijk toch wat afstand was.
Imbrechts: “Dat viel eigenlijk heel goed mee. Hij was ons komen ophalen in Reykjavik in het hostel waar we de eerste dagen verbleven – een vriend was mee omdat ik niet alleen wou gaan. Tijdens die rit was dat heel gewoon, zijn we in de supermarkt gaan winkelen, naar het appartementje gegaan dat ze voor ons hadden gehuurd… Het was allemaal heel doodgewoon, gewoon met elkaar praten, heel gemoedelijk, heel normaal. Dat had ik niet verwacht. En ik werd vooral opgeslorpt door het land zelf. Dit was veruit de mooiste reis van mijn leven. De studio ligt in de baai van Reykjavik, op zo’n twintig kilometer van de stad zelf. En elke avond klommen we daar een berg op, voorzien van lokale geestesverrijkende dranken (lacht), om daar de zon te zien ondergaan. En dan zie je Reykjavik in die rode gloed, een vulkaan in de verte, je ziet amper mensen… Zo word je in die bubbel gezogen.”

enola: Toch is het niet gewoon een Belgische Sigur Rós-plaat geworden waarop de trukendoos van die band is losgelaten.
Imbrechts: Gelukkig niet. Ik heb daar ook nooit naar gevraagd en Birgisson is er ook nooit mee afgekomen. Dat is net zijn sterkte: hij luistert vooral naar jouw verhaal, maar hij steekt er ook zijn eigen verhaal in. Ik denk niet dat hij dat zelf ook wou. Hij vond dit een hele trip, de cd moest zo klinken. Op een of andere manier had ik met hem hetzelfde als met Christophe. Er bleef heel veel onuitgesproken. De vijf interludes op de cd zijn daar ontstaan. En er werd ook veel gelachen, al was het in gebroken Engels (lacht). Ik had echt geen zin om de Sigur Rós-sound te betalen. Ik had het ook naar de mixer van Björk gestuurd, zijn studio was 10 kilometer verder, maar het gevoel was beter bij Birgisson.”

enola: Wat wil je dit jaar bereiken met Illuminine?
Imbrechts: “Deze muziek gaat de wereld niet veranderen. Maar als ik bij de luisteraar hetzelfde gevoel kan creëren als het gevoel dat ik vroeger had bij het maken ervan, dan is het geslaagd. Ik schreef het zelf om mijn hoofd te verlichten, de dingen te plaatsen. Ik zou ook graag horen wat ze er in andere landen van denken, welke potentie het heeft als filmmuziek bijvoorbeeld. Ik besef dat ik me in een hele mooie nichescene bevind: heel mooi, heel puur. Ik wist zelfs niet dat ze bestond, maar ik ben er echt gewoon in gesukkeld. Ik luisterde naar de stevigere gitaarmuziek. Maar het blijft draaien om de essentie: passie, niet kopiëren, je eigen ding maken zonder je te veel aan voorbeelden op te hangen.”

#1 verschijnt op 16 februari bij Zeal Records. Illuminine speelt met een uitgebreide livebezetting op 7 februari in Trefpunt in Gent, 14 februari in De Studio in Antwerpen en op 22 februari in STUK in Leuven. Overige datums: http://www.illuminine.be

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × vier =