Bed Rugs :: “Niets irritanter dan een plaat met maar een paar goeie nummers”

Als er één Belgische band is die we dit jaar nog vaak aan het werk zullen zien, is het Bed Rugs wel. Ze brachten ons het heerlijke Cycle als ideaal eindejaarscadeau— als de single “Specks” u ontgaan is, heeft u op Mars geleefd. Wij spraken met zanger-gitarist Stijn Boels (u misschien wel bekend van Ooit komt het goed op Eén), gitarist Yannick Aerts en drummer Noah Melis over die tweede plaat, selfies met Vincent Van Quickenborne en hun grote droom voor deze zomer: spelen op Dour Festival. “Ik denk dat Wallonië ons ligt op de een of andere manier.”

Plaats van afspraak is Me & My Monkey in Antwerpen, de koffie/platenzaak uitgebaat door vader en zoon Melis. “Moest ik hem (Noah, n.v.d.r.) niet kennen, zou ik hier ook komen”, is Boels vol lof. Met de betere psychedelische groepen zoals White Denim, Amen Dunes en Tame Impala in de platenbakken is Me & My Monkey de perfecte biotoop voor Bed Rugs. Toetsenist Yorgos Tsakiridis en bassist Arne Omloop zijn er niet bij, maar het is wachten op Aerts dus wordt er ondertussen wat gekeuveld over films. Als drummer kan Noah niet anders dan enthousiast zijn over Whiplash, een coming of age-film over een jonge jazzmuzikant die de beste drummer van zijn conservatorium wil worden.

Op Cycle klinkt Bed Rugs daarentegen als een volwassen band met een eigen geluid dat zweeft tussen pop en psychedelica. Geen wonder dat het vijftal overspoelt werd met dolenthousiaste reviews en interviewaanvragen — enola is nummer 21 (!). En of de band tevreden is met het resultaat. “Natuurlijk, anders konden we beter aan de band gaan staan”, is Boels heel duidelijk. “En uiteraard doen al die goede recensies iets. Je steekt toch veel energie in een plaat.”


De plaat kan dan ook in één ruk uitgeluisterd worden als één verhaal. “Dat was geen bewuste keuze. Onze platen hebben altijd een rode draad,, maar dat gaat vrij naturel”, steekt Boels van wal over het schrijfproces. “Mijn lievelingsplaten zijn ook diegene waarin je vanaf het begin in meegesleept wordt”, voegt Aerts daar aan toe. “Niets irritanter als een plaat met een paar goeie nummers en de rest die echt crap is.” Dat is ook te merken aan invloedrijke platen die worden aangehaald tijdens het interview. At War With The Mystics van Flaming Lips, Strawberry Jam (Animal Collective) en The Software Slump, de tweede van Grandaddy, zijn stuk voor stuk spacey klassiekers die op dezelfde manier moeten beluisterd worden. Tenslotte noteren we ook Black Foliage, een plaat uit 1999 van de psychedelische rockband The Olivia Tremor Control.

enola: Toch hebben jullie vorig jaar al de single “Specks” op de wereld losgelaten. Was het een bewuste keuze om voor de release al de aandacht te trekken?
Boels: “Ja, maar dat is tegelijk ook het oudste nummer van de plaat. We spelen dat al lang en hebben dat zelfs op de release van Rapids (2013) gespeeld. We wisten wel dat het publiek het kon pruimen, dus dachten we: laten we er een single van maken.”
Aerts: “Het kan geen kwaad om het publiek te laten weten dat er een plaat aankomt.”

enola: Hebben jullie zelf favoriete nummers? Ik draai het vierde nummer, “Piles”, nog altijd grijs.

Boels: “Niet per se, nee. Dat wisselt wel eens. Ik vind “Tired” bijvoorbeeld melodisch écht goed.”
Aerts: “Ik denk dat zo’n favoriet nummer afhangt van de wisselwerking met het publiek. Dat verandert ook bij elke show, omdat dat nummer toevallig zeer goed gespeeld wordt of zo. Iedereen vindt “Piles” blijkbaar het beste nummer. Wij worden gewoon gedwongen om dat als volgende single uit te brengen. Gaan we niet een ander nemen om contrair te doen?”

enola: Niet alleen in “Piles” maar op de hele plaat wordt voortgedreven door een centrale groove. Wat is eigenlijk het geheim daarachter?
Boels: “Ik heb samen met Yannick en Noah vaak gerepeteerd in ons repetitiekot en vooral veel gewerkt met toetsen, bas en drum. Om het interessant te maken, moesten we altijd met iets spitsvondigs uitpakken. De gitaren kwamen pas op het allerlaatste moment aan bod. Op die manier hebben we onszelf uitgedaagd.”
Aerts: “De wisselwerking tussen ons verloopt op de een of andere manier keigoed. Met vijf is gewoonweg te veel. En als je met vier speelt, is dat twee tegen twee.”
Boels: “Wanneer we met drie spelen, tillen we elkaar naar een hoger niveau. Maar dat is eigenlijk het basisprincipe van een band: de ene maakt een opmerking en de andere speelt daar op in.”

enola: Een opvallende artiest die ik al in interviews zag passeren, is Mac Demarco. Niet onlogisch, dacht ik, want jullie muziek straalt dezelfde vibe uit.
Boels: “Misschien zijn we even grote slackers? We waren ook allemaal op zijn show in Brussel. Hij stond er met zijn groep ladderzat op het podium — ze gaven gewoon een fles whisky door —, maar tegelijk was dat ook een heel goeie show. Maar ik denk dat wij met zo veel drank in ons lijf niet zo goed zouden spelen.”
Aerts: “Zijn humor spreekt ons ook aan. Er zijn tegenwoordig veel te veel groepen die zichzelf te serieus nemen. Voor ons is dat heel belangrijk en vooral in de manier waarop we met elkaar in de band omgaan.”

enola: Ik herinner mij een optreden van Bed Rugs in de gietende regen in Kortrijk. Daar stond geen kat, maar jullie lieten dat allesbehalve aan jullie hart komen.
Boels: “Dat was een heel vreemd optreden.”
Melis: “Vincent Van Quickenborne is wel de hele show gebleven voor ons en wilde daarna met ons op de foto. Ik denk dat hij met Yorgos een selfie heeft genomen dan.”

enola: Jullie speelden onlangs tijdens Glimps in de Minnemeers, en binnenkort volgen onder meer Trix en Botanique. Ik denk dat een groter publiek Bed Rugs niet afschrikt?
Aerts: “Neen, integendeel. Maar we kijken naar elk optreden uit. Een concert is altijd minstens even fijn als we het ons voorstellen. Er komen ook wat shows in Wallonië en dat is ook heel fijn.”
Boels: “Dat is bijna onontgonnen terrein. Ik denk dat die regio ons ook echt ligt op de één of andere manier.”
Aerts: “We voelen ons ook meer verwant met groepen als Girls In Hawaii en Robbing Millions. Die bands daar nemen zichzelf ook niet té serieus en het zijn allemaal toffe gasten.”

enola: Bij deze een spontane sollicitatie voor Dour Festival!
Aerts:Bring it on! Op Dour spelen en ook bands als Panda Bear kunnen meepikken: dat zou ideaal zijn.”
Melis: “We hebben er vertrouwen in dat dat ervan gaat komen. We hebben de pers er alvast mee. Met de EP hebben we minder aandacht gekregen. Maar als je de mensen met dingen rond hun oren blijft kletsen, bijten ze wel eens, zeker?”

enola: De aandacht vasthouden: is dat ook de reden waarom jullie als band relatief veel produceren?
Melis: “Ik denk dat dat vooral voor onszelf is. We willen onszelf wakker houden, anders wordt het op de duur saai hé.”
Aerts: Als ik kom te gaan, wil ik wel genoeg legacy achterlaten. Binnen pakweg twee jaar kan het al gedaan zijn.”

enola: Moesten jullie kunnen, zou iedereen bij Bed Rugs zijn werk opgeven voor de band?
Aerts: “Ik denk dat dat heel slecht zou aflopen. We zouden echt beginnen slacken.”
Boels: “Tussen alle andere dingen met de band bezig zijn, houdt ons scherp. We willen ook geen twee jaar werken aan een plaat: dat moet verschrikkelijk zijn.”
Aerts: “Je mag niet te veel nadenken over wat je doet, het moet snel gaan. Of beter: je moet jezelf niet te veel de kans geven om veel na te denken. Zo’n studio boeken en meteen onder druk werken: dat werkt goed bij ons.”

enola: Jullie speelden in september vorig jaar op het Liverpool International Festival of Psychedelica. Hebben jullie daar veel opgestoken van andere bands?
Boels: “Vooral hoe het niet moet. Sommige bands zijn meer bezig met hun imago dan met de muziek en daardoor sprongen wij daar misschien meer in het oog, muzikaal dan. (lacht) Maar dat is wat we daarnet ook zeiden: sommige bands nemen zichzelf veel te serieus.”

enola: Laatste en misschien moeilijke vraag: Met welke band, film… zouden jullie de muziek van Bed Rugs omschrijven?
Boels: “Ik vind de humor van A Hard Day’s Night wel passen bij ons.”
Aerts: “Mag een schilderij ook? Misschien iets pointillistisch van Monet dan…”

Melis: “Ik vind dat Flaming Lips als totaalpakket wel een goed voorbeeld is: hoe ze eruitzien, wat ze op het podium doen en zo.”
Aerts: “Eigenlijk moeten vooral andere mensen die omschrijving voor ons doen. Dus verzin jij maar iets!
Boels: “Wel eerst even e-mailen… Neen, serieus, op die vraag zal iedereen een ander antwoord hebben, maar dat maakt het net interessant. Misschien moeten wij bij invloeden op Facebook gewoon live zetten? Voor alle duidelijkheid: niet de band.”

Bed Rugs stelt Cycle vrijdagavond voor in Trix Club.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien − vijf =