True Champions Ride On Speed :: Weder Onder

Dreigend duister met flitsende helderheid: als je het onweer van Weder Onder in een donkere kamer beluistert, zou het je wel eens omver kunnen donderen.

Velen zullen True Champions Ride On Speed sorteren onder math rock, maar laten we even verder denken dan “deze muziek volgt geen regelmatige maatindeling van 4/4, dus het moet wel een wiskundig spel zijn.” Tellen zal de groep wel doen, maar als je goed luistert naar Weder Onder, of naar debuutplaat True Champions Ride On Speed, dan treden vooral melodie en harmonie op de voorgrond. Er zijn wel degelijk riffs te vinden, maar wat we vooral horen is een sterk melodieus samenspel van gitaar en bas, begeleid door een nauwkeurige en strakke drummer.

De band beweegt zich dus buiten de lijnen van courante maatsoorten, maar beoordeel een plaat niet op zijn hoes. Alhoewel. De albumhoes van Weder Onder is wit, opvallend strak en subtiel, maar op de donkere binnenkaft vinden we een daverend lettertype, glas, een blauwpaarse gloed, … Het artwork van Bent Vande Sompele –die onder de naam Ogon Batto ook wel bekend staat om zijn door synths gedreven soundscapes — toont duidelijk twee kanten van True Champions Ride On Speed. Het lichte en strakke is slechts volledig wanneer het gecombineerd wordt en samenwerkt met het donkere en verstoorde.

Wat bij een eerste luistersessie meteen opvalt is de dynamiek van het album. De ware kampioenen gaan van knallende riffs naar stille grooves, die de hoekige maar verrassend zachtaardige melodieën van gitarist Seppe Dyck volgen. Op “Un foutu” krijgen we een afwisseling tussen de actieve dreiging van de volledige band en de dromerige intermezzo’s van hoge, vervormde gitaar. “Jizz Jazz” is dan weer voorzien van een gitaaroutro, die mooi wegplukt naar de duistere noise van afsluiter “Onderweder”. Over het algemeen is het gitaarwerk minder experimenteel dan Dycks solowerk, maar er is toch de nodige aandacht besteed aan klanktextuur.

We krijgen geen schelle, vervormde gitaar voorgeschoteld die enkel en alleen mathematische kunstjes opvoert, maar wel de gevoeligheid van een stem, die we daarom ook niet missen bij het beluisteren van deze instrumentale plaat. Vooral bij “Un feuneuf nu” leren we ook de Dr. Jeckyll kennen van de anderzijds dreigende en grommende keerzijde van de bas, en ook de drum kent zowel momenten van stom geweld als van rust.

We worden misschien wel meegesleurd in een muzikale storm, maar van tijd tot tijd krijgen we ademruimte, die meestal ook zeer welkom is. We krijgen kort de tijd om even na te denken waar we precies zijn, tot een schichtige gitaar het einde van de stilte aankondigt. Er komt ongetwijfeld een nieuwe donderslag die ons weder onderuithaalt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 + negentien =