Vitalogy :: Pearl Jam’s onmogelijke ontsnappingsact

Geen enkele band wordt graag als deel van een “beweging” vastgepind. Als dat zo’n dominant, overhypet fenomeen als “grunge” is, telt dat dubbel. Drie jaar ver in zijn carrière deed Pearl Jam met Vitalogy in 1994 een wanhopige poging om zich uit dat hokje te wurmen. Alle media- en Ticketmasterboycotts ten spijt, zou het een bij voorbaat gedoemde onderneming worden.

Het was dan ook een wurgende omhelzing waaraan Pearl Jam, en zeker frontman Eddie Vedder ten prooi was gevallen. Meer dan Nirvana, laat staan de meer obscure grungebands als the Melvins, waren zij het die met hun pompeuze stadionrock, in se niets meer dan een update van de hardrock van The Who en Led Zeppelin, het hart van elke gitaarminnende puberjongen of -meisje hadden veroverd. De devotie was totaal en voelde al eens verstikkend aan. “Neen, je houdt niet van mij. Je houdt van wie je dénkt dat ik ben, en van het beeld dat je van me geschapen hebt”, blafte de zanger in april 1994 een meisje uit het publiek toe toen ze hem een hysterisch “I love you” toeriep.

Pearl Jam zat in shell shock, en terwijl gitarist Mike McReady vluchtte in alcoholmisbruik, koos de rest van de band voor de tegenaanval. Ticketmaster werd aangevallen om zijn dure boekingssupplementen op de door de groep bewust laag gehouden ticketprijzen, videoclips werden al voor tweede plaat Vs. niet meer gemaakt. Dat kon MTV dan meteen in zijn zak steken. En toen besloot Kurt Cobain dat het welletjes was geweest, en wist Vedder helemaal niet meer waar hij het had.

Terug naar de grot

Nauwelijks een paar dagen na die zelfmoord van Kurt Cobain was Pearl Jam een reus op wassen benen. De tour ter promotie van Vs., toen even de snelst verkopende plaat aller tijden, was ten einde, en aan een journaliste van Melody Maker gaf Vedder toe dat hij geen idee had waar het nu naartoe moest: “Misschien gaat het nergens heen. Ik denk dat dit het laatste was wat je in lange tijd van ons zag. Ik trek me terug in een grot met mijn lief, ik maak geen videoclips meer. Misschien zullen we nog wel eens optreden, ooit. We zien wel.”

Natuurlijk gebeurde dat niet. Een band maakt muziek, dat is zijn bestaansreden, en dus werd er ingepikt op de opnamesessies die eind 1993 waren begonnen, en kreeg een nieuw album langzamerhand vorm. Al zou het anders moeten dan voorheen. Na het vertrek van drummer Dave Abbruzzese, bedankt voor zijn diensten wegens zijn met Vedder botsende persoonlijkheid, stonden de verhoudingen binnen de band op knappen, en van een prettige werkrelatie was al helemaal geen sprake meer. “There was some imploding going on”, zou het droge commentaar van vaste producer Brendan O’Brien klinken.

Het gevolg was dat er snel moest worden gewerkt. “Als we al iets op band wilden zetten was het zaak iedereen op hetzelfde moment in de studio te krijgen en ter plekke iets te verzinnen, om het gewoon te laten gebeuren. Een andere uitweg was er niet”, zou gitarist Stone Gossard in 1995 vertellen aan Vic Garbarini van Rolling Stone. En daarbij nam Vedder meer en meer het voortouw. Waar hij zich op de twee eerste Pearl Jamplaten hoofdzakelijk als zanger presenteerde, ontpopt hij zich nu ook tot songsmid. “Het zou de eerste plaat zijn waarop hij gitaar speelt, en zo leverde hij drie of vier songs die erg verschillend werden dan wat we gewoonlijk maakten. Meer punk; simpele songs die erg snel werden opgenomen”, stelde Gossard later vast. “Het was voor het eerst dat niet ik degene was die zoals vroeger maar nummers bleef aandragen: iedereen schreef plots, zonder dat dat met zoveel woorden was afgesproken, en dat viel me wel moeilijk, want ik kon niet anders dan de controle loslaten.”

Maar zo en niet anders moest het lopen, vond Vedder. “Het had niets van een vijandelijk overnamebod. Het was niets persoonlijk, maar ik had heel erg het gevoel dat alles wat we uitbrachten heel erg op mij werd geprojecteerd aangezien ik het uithangbord van de band was. Muzikaal moest ik dus ook meer aanwezig zijn, en als dat wilde zeggen dat ik ook songs moest aandragen die dat bewerkstelligden, dan moest ik dat maar doen. Maar als anderen nummers konden leveren die aansloten bij hoe ik me voelde, dan was dat net zo goed. Eigenlijk wilde ik alleen maar zo trots mogelijk zijn op onze muziek.”

Het leven zoals het is: Pearl Jam

Want daar ging het natuurlijk over op Vitalogy: alle heisa rond grunge, de tol van de roem, het gebrek aan privacy die Vedder en bij uitbreiding de rest van de muzikanten ten deel was gevallen. De nieuwe plaat zou bijna integraal een reactie worden op die constante doorlichting, zou hij in het magazine Spin toegeven: “”Wat me dwarszit op muzikaal vlak is dat alles wat we uitbrengen zo meedogenloos wordt doorgelicht en uitvergroot, dat mijn angst op den duur wel moet doorklinken in onze songs en dat de muziek opeens bombastisch gaat klinken, gewoon omdat ik ze bestand wil maken tegen die overdreven ontleding. Op Vitalogy staan een aantal nummers die je volstrekt niet kunt thuisbrengen, omdat ik ze met opzet ondoorzichtig maak. Het is het een of het ander: of je geeft de anderen wat ze willen, of je wordt cynisch om jezelf te beschermen.” En dat hij de groeiende Pearl Jamhaat ook begreep: “Ik kan er ook niet tegen als ik overal iemands kop zie: op een cover hier, op een hoes daar, in reclamespots, in clips op tv.. Automatisch ga je zo iemand haten, of je nu z’n muziek kent of niet. Dus doe ik alles om dat te vermijden.”

Het resultaat was een plaat die in Vedders hoofd conceptachtige allures kreeg. Zijn eerste plan was om de plaat Life te noemen, als in: “Het leven zoals het is: Pearl Jam”. Wanneer de frontman op een rommelmarkt het vroeg-twintigste-eeuwse medische handboek Vitalogy vindt, verandert dat. Hij neemt de titel over en laat de cd ook verpakken in een gedeeltelijke kopie ervan. Het klopt: met zijn snel en losser opgenomen songs ademt de plaat iets vitaals uit, de gedateerde dokterswijsheden uit het oude geschrift echoën de vluchtigheid van wat elke dag in de media als waar wordt geponeerd.

En dus zingt Vedder over wat hem aanbelangt. “Not For You” is een snerende uithaal naar de muziekindustrie die geen idee heeft waar het voor de band om draait, “Corduroy” – naar het iconische jasje van Vedder dat door de mode-industrie wordt gerecupereerd — windt er geen doekjes om en spreekt tot de fans met woorden als “I don’t want to be held in your debt” en “take my hand, not my picture”. Vrij vertaald: “doe nu eens gewoon en behandel me niet als de God die ik niet ben”. En hij rondt af met “I thought you were a friend, but I guess I hate you”: te veel fans doet een mens geen deugd, besloot hij, en dus moest er maar een deel van het publiek flink weggejaagd worden.

Vitalogy is het geluid van iemand die wanhopig uit zijn dwangbuis probeert te ontsnappen. De sleutels hangen net niet binnen handbereik op zijn rug, en het beeld is dat van een hels gewriemel in alle richtingen, waarvan geen enkele helemaal doet denken aan het oude Pearl Jam. Geen anthems dus. En Mike McCready mag zijn traditionele solo’s op stal laten.

Balorige accordeon-ongein

Om echt zeker te zijn dat Vitalogy voor de “mooiweerfan” een afknapper wordt, staat Vitalogy ook bol van de overbodige experimenten. “We werden wat interlude-gek”, geeft O’Brien vandaag al lang toe. Daarbij wijst hij naar Gossards liefde voor hiphop, waar zo’n tussenstukjes al langer gangbaar waren, en het gelijkaardig opgebouwde Saturation van Urge Overkill. Resultaat: vingeroefeningen in mantra als “Aye Davanita”, het monotone “Pry. To” waarin Vedder enkel zingt “P-r-i-v-a-c-y is priceless to me”, en natuurlijk de balorige accordeon-ongein van “Bugs”. het is vulsel dat bewust tussenin de songs is geplaatst. “Alles kon, als het maar niet zo bombastisch was en niet totaal afweek van de typische Pearl Jam-sound”, aldus Vedder.

Helemaal op het einde volgt nog een laatste probeersel; een last-minute toevoeging om nieuwe drummer Jack Irons toch al even op plaat te laten opduiken. “Hey Foxymophandlemama, That’s Me” is een bevreemdende collage van interviews met psychiatrische patiënten over een losse groove van zijn hand, die ronduit akelig wordt wanneer de interviewer de vraag stelt “Did you ever think you would actually kill yourself?”. Met het einde van Cobain in gedachten komt het droge, eerlijke antwoord onthutsend hard aan. Vedder laat je niet op een vrolijke noot gaan.

Het maakte van Vitalogy geen grootse plaat. Het is een rommeltje, waarop topsong en overbodigheid voortdurend haasje over spelen. Niet dat het uitmaakte: Pearl Jam verkeerde in december 1994 nog steeds in een staat van genade, en zelfs een collectie okselscheten had in de eerste weken nog miljoenen verkocht. De band was echter niet helemaal overtuigd, zegt Gossard: “Ik vond het toen zeker niet ons beste album. Ik was ontgoocheld, voelde me er niet mee verbonden, en heb het zelfs niet helpen afwerken. Ik liet het los. Maar achteraf gezien? Godzijdank dat we een album hebben gemaakt dat zo’n andere energie had. Nu is het één van mijn favoriete platen, met sommige van de belangrijkste songs van onze carrière, en zelfs voor mij.”

Meer dan een klassieker is Vitalogy dan ook de plaat die Pearl Jam gered heeft. De ontsnappingspoging is niet gelukt: na afloop is Eddy Vedder nog evenveel rockster als voorheen en Pearl Jam nog altijd de grootste band van het moment. Maar de groep heeft zichzelf teruggevonden en zal zich niet meer verliezen. “Ik heb geleerd dat je in alle omstandigheden een vuist moet vormen en interne problemen onmiddellijk moet uitpraten. Als je dat niet doet en ze vrolijk onder de mat veegt, komen ze vroeg of laat met dubbele kracht terug en dan is er misschien niets meer aan te doen”, trekt Gossard lessen. Hij besluit: “Ik heb het gevoel dat Pearl Jam eindelijk één grote familie vormt, dat ik echt om de andere jongens geef en dat binnen de groep alles bespreekbaar is, zowel op persoonlijk als op muzikaal vlak. We zitten in hetzelfde schuitje en we gaan – wat er ook moge gebeuren – door, tot het bittere eind.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

9 + 11 =