Pink Floyd :: The Endless River

Vergelijkt u even de toon van volgende uitspraken.
Roger Waters twintig jaar geleden over The Division Bell: “It’s just rubbish. Nonsense from beginning to end.”
Roger Waters tien weken geleden over The Endless River: “David Gilmour and Nick Mason have an album coming out. It’s called Endless River. David and Nick constitute the group Pink Floyd. I left Pink Floyd in 1985, that’s 29 years ago. This is not rocket science people, get a grip.”
Daarmee is het punt rond Pink Floyds vijftiende meteen samengevat: tijd slijt.

Als een van die uiterst zeldzame bands die pas echt tijdloosheid waarmaakte tijdens hun piekperiode, kon Pink Floyd moeilijk omgaan met haar eindigheid. The Division Bell verzoop in de rancune rond het vertrek van Waters tien jaar eerder. Gilmour en zijn vrouw Polly Samson deelden olijk sneren uit in de teksten, Waters maakte de plaat overal waar hij kon met de grond gelijk. Diezelfde grond waarover ruziemakende Pink Floyd-fans lagen te rollen “of dit nu nog echt Pink Floyd was”. Een fantastische, achteraf gezien laatste tour, maakte nog veel goed, maar eender welke plaat had de jaren nadien in dezelfde toxische sfeer gebaden.

En dat ligt exact twintig jaar later wel even anders. De strijdbijlen tussen Waters en Gilmour liggen op de grond (begraven is veel gezegd). Een verrassingsperformance van Gilmour en Mason tijdens een concert van Waters’ The Wall verdringt het houterige klamme-handjes-afscheid tijdens Live 8 in 2005 (toen nog wel met Richard Wright). Er vloog wat spijt heen en weer en door de nodige herdenkingen, reissues en voorts pertinente afwezigheid (de heilige drievuldigheid van mythevorming) is de focus eindelijk weer op het oeuvre en de nalatenschap van Pink Floyd komen te liggen. Dat was de eerste jaren na The Division Bell ondenkbaar. In dit klimaat gedijt The Endless River perfect.

Het doet allemaal wat denken aan de perfecte comeback van David Bowie vorig jaar. The Next Day was een gewone, goede plaat die een paar jaar na Reality ongetwijfeld was afgebrand als irrelevant, maar in de slipstream van eenzelfde mythevorming tien jaar later plots een nieuw meesterwerk waarop hij teruggreep naar zijn gouden jaren. Bwa. Zo’n zelfde sfeertje hangt er nu rond The Endless River (zij het gemengder), en dat voor een plaat die gebaseerd is op restmateriaal tijdens de opnamesessies van het soms verguisde The Division Bell. Tijd slijt, dus.

Maar eerlijk: ze is meer dan dat. Waar The Division Bell vaak wat te pompeus en geforceerd overkwam in een belegen mix van progrock en poprefreinen (al blijven “Marooned” en vooral “High Hopes” classics, punt), klinkt The Endless River alvast een pak scherper. Slim ook van Gilmour om uit dat materiaal niet mordicus songs te puren. Door de vier “suites” voornamelijk instrumentaal te houden, wordt dit een terugkijkende Floyd-plaat in plaats van een derde Gilmour-plaat, wat de discussies van twintig jaar geleden toch weer had doen oplaaien. Nee, wie z’n Pink Floyd liever pre-The Wall heeft, komt hier duchtig aan zijn trekken. In die zin is dit wel degelijk een (terechte) hommage aan Wright: het eerste van de vier delen is een herdenkingsfeest van Wish You Were Here. De laconieke titel van het kernnummer daaruit, “It’s What We Do”, zegt alles. Dit is thuiskomen voor de Floyd-fan.

Gilmour en Mason gebruiken de geluidstapijten van Wright om ook hun kunstjes voor een laatste keer te tonen. Er hangt dan ook een “Kijk Roger, zonder handen!”-sfeertje over deze plaat. Zeker wanneer Mason Gilmour dirigeert op “Sum” (knipoog naar “One Of These Days”?) en het op “Skins” op een soleren zet à la “Time” van op The Dark Side Of The Moon. Gilmour zelf is met enkele splijtende solo’s in betere doen dan op “zijn” twee vorige Floyd-platen. Hij speelde enkele partijen opnieuw in de afgelopen twee jaar en het klinkt alsof hij zich er terdege van bewust was dat het zijn laatste muzikale dialogen met de synthpartijen van Wright zouden zijn. Het maakt van het onfortuinlijk getitelde “Talkin’ Hawkin’” en “Surfacing” bijvoorbeeld juweeltjes.

Voorts is dit vijftiende album een perfecte Pink Floyd-muziekquiz. “Autumn ‘68” is met een improvisatie van Wright op het orgel van de Albert Hall destijds een passend coda voor “Summer ‘68” van op Atom Heart Mother. Tijdens het tweeluik “Allons-Y” drukt Gilmour op de The Wall-knop (“Run Like Hell”) van de teletijdmachine. Compleet foutloos loopt dat allemaal echter niet: “Anisina” is de perfecte soundtrack bij de eindgeneriek van “Safety First” en lijkt met zijn saxpartij een parodie op “Us And Them”. Wél mooi is het enige vocale nummer “Louder Than Words”, dat met weliswaar krampachtige lyrics van Samson een van de voornaamste thema’s in het oeuvre van Pink Floyd (miscommunicatie) matcht met deze instrumentale plaat én met een zalvende toon over de bijwijlen turbulente verhouding tussen de (ex-)bandleden. Ja, tijd slijt.

The Endless River heet een Pink Floyd-plaat voor de 21ste eeuw te zijn. Dat is ze niet. Geen enkele muzikale trend of hype van de afgelopen twintig jaar heeft z’n weg gevonden in Floyds tijdloze sound. Integendeel, dit is meer een tegenbeweging in de muziekbeleving en -beluistering vandaag, waar er niet meer geluisterd wordt naar albums zoals naar Floyd-platen destijds. Ook niet door al wie met de hoofdtelefoon naar de nieuwe Alt-J luistert. Dit is nostalgie met een laag vernis. The Endless River is een verse kwak cement in de mythevorming van Pink Floyd, net op de plek waar die begin jaren negentig wat was afgebrokkeld. Een even mooi, authentiek als slim slotakkoord. Toch, Roger?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

10 + 17 =