Sano dwaalt met zijn vriend Miyata doorheen de straten rondom een hotel in het zuiden van Japan, op zoek naar herinneringen aan zijn overleden vrouw die hij vijf jaar eerder op die plek leerde kennen. Een flashback neemt ons vervolgens mee naar die tijd en vult niet alleen ontbrekende elementen in, maar nuanceert ook bepaalde zaken.
Deze Frans-Japanse co-productie met enkel een internationale Engelse titel van de nog vrij nieuwbakken regisseur Kohei Igarashi werd verrassend – en eigenlijk onterecht – bedacht met de grote prijs op het Film Fest Gent 2024 door de jury onder leiding van fotografieleider Robbie Ryan. Met de nodige maanden vertraging is de laureaat van het grootste filmfestival van het land nu ook in de Belgische zalen te zien.
Super Happy Forever wil gevoelens van rouw en verlies tastbaar maken, maar slaagt daar echt maar heel gedeeltelijk in. Heel soms weet de film echt door te dringen tot de vervreemding en wanhoop die gepaard gaan met dergelijke emoties, helaas blijft het allemaal even vaak steken in doorzichtige poëtisch bedoelde beelden die uiteindelijk bijzonder leeg blijken te zijn. Igarashi kan het ook niet laten om de weinige keren dat zijn beeldtaal toch werkt, zichzelf in de voet te schieten door heel nadrukkelijk zaken te gaan herhalen. Een enkele keer legt hij zichzelf de discipline op dit niet te doen – een cruciaal narratief element dat slechts vluchtig te zien is zonder onnodig de aandacht op zichzelf te trekken – en dan toont Super Happy Forever dat hier een oneindig veel subtielere benadering had ingezeten die veel in veel mindere mate de toeschouwer alles voorkauwde. Dit minimalistische drama wil zich vooral presenteren als gedurfd en origineel maar blijft eigenlijk toch vooral steken in platgetreden strategieën van de art-house film.
Alle elementen in Super Happy Forever – verhaalstructuur, beeldtaal en acteerprestaties – hadden subtieler gemogen en wat minder dik in de verf gezet.



