Kings Of Convenience :: Declaration Of Dependence

Kings Of Convenience debuteerde met Quiet Is The New Loud toen de nu metal als een hardnekkig ebolavirus rondwaarde. Na enkele jaren stilte brengt het Noorse duo nu zijn derde plaat uit, terwijl de discussies over de loudness wars blijven oplaaien. Men heeft al voor minder woorden als "statement" van stal gehaald, bijvoorbeeld al onterecht voor die eerste albumtitel. Of erger nog: "verademing".

Maar die doen niets ter zake, net als het hokje waar Kings Of Convenience geforceerd in werd geduwd aan het begin van dit decennium: de vaandeldrager van de "New Acoustic Movement" waren ze, samen met onder andere Turin Brakes en I Am Kloot. Lichtjes van de pot gerukt. Het deed allemaal de indruk opwekken dat Erlend øye en Eirik Glambek Bøe heel beredeneerd te werk gaan. Niets is minder waar. Bedachtzaam zijn ze daarentegen wel, dat blijkt niet alleen uit hun zeldzame interviews, maar nog meer dan ooit op hun derde plaat, Declaration Of Dependence.

Het hiaat van vijf jaren is ook allerminst beredeneerd: de songs zijn al drie jaar geleden geschreven, alleen zorgden een gebroken hand, het vaderschap van Bøe en enkele uit de hand gelopen zijprojecten ervoor dat de songs niet werden opgenomen. Een heuse stijlbreuk is deze derde plaat dus alleszins niet. Geen dance-invloeden van øyes nevenprojecten, geen kruisbestuiving met zijn andere band The Whitest Boy Alive. "Meer van hetzelfde dus", kan u opmerken om deze plaat af te serveren. Ja en nee. Kings Of Convenience maakt alleen platen voor wie die genuanceerde verschillen hoort, en die zijn er weer in overvloed. En trouwens, Kings Of Convenience is een van die bands waarvoor "meer van hetzelfde" al een pak minder pejoratief mag klinken.

Declaration Of Dependence is wel heel wat onderkoelder dan voorganger Riot On An Empty Street. Geen drums deze keer, geen fagot, geen Feist die komt meezingen en ook de piano en de hinkelende strijkers die Kings Of Convenience zo waren gaan kenmerken (als in "Misread") zijn flink teruggedrongen. Gewoon twee goede vrienden die alleen elkaar nodig hebben om bloedmooie muziek te maken, hence de titel en de hoes — de eerste keer dat er dan ook geen meisje op staat dat aan de haal gaat met de aandacht van het duo voor de muziek en voor elkaar.

Declaration Of Dependence werd een beetje misleidend gegangmaakt door single "Boat Behind". Strijkers tillen weer sierlijk hun hoepelrokken op in een als huppelkutje vermomde brok melancholie waarin øye en Bøe samen schijnbaar onachtzaam "I Could Never Belong To You" zingen. Songs als "Rule My World" en vooral "Mrs. Cold" drijven ook op een rotaanstekelijk ritme zonder dat er nog maar pakweg een snaartrommel in de buurt van de studio heeft gestaan.

Naar een "Toxic Girl" van op het debuut of een "I’d Rather Dance With You" is het verder echter vruchteloos zoeken. Het gros van Declaration Of Dependence laat zich luisteren als een afstandelijkere, koelere en vooral zelfs dromerige plaat, met "My Ship Isn’t Pretty", "Renegade" en "Power Of Not Knowing" die het hart van de plaat uitmaken. Maar van een stijlbreuk is geen sprake, noem het eerder een (nog verder) uitpuren van hun meest intimistische songs van op de voorgangers. Het doet de vergelijkingen met Nick Drake alleen nog maar aandikken, de wat flauwe vergelijkingen met Simon and Garfunkel verbleken nog wat meer.

Terwijl de "New Acoustic Movement" tegenwoordig als een ferm parachronisme klinkt, zorgt Declaration Of Dependence ervoor dat Kings Of Convenience voorlopig niet hetzelfde lot beschoren is. De tijd dat øye en Bøe superlatieven en loftrompetten naar hun hoofd gesmeten kregen zoals Bon Iver en Fleet Foxes tegenwoordig, ligt ver achter ons. Daar zal niemand echter over mekkeren zolang de Noren platen als deze blijven maken, zijzelf nog het minst.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 + negentien =