Dead Neanderthals :: Prime

Als … And It Ended Badly nog een vrij soulvol en traditioneel (nu ja) evenwicht liet horen tussen de twee van Dead Neanderthals en hun Britse kompaan Colin Webster, dan veegt Prime die balans bruut van tafel. Dit is een van de meest fysieke kopstoten van de voorbije jaren, een oerkreet die verwachtingen en conventies aan gruzelementen schopt. Veertig minuten lang.

Een afmattend marathonstuk, en daarmee zet de band zich nog maar eens in een traditie van muzikaal extremisme van bijna een halve eeuw. Dit is de furie en opwinding van het legendarische Brötzmann Octet, van geweldenaars als Mats Gustafsson en John Dikeman, van brullende veteranen als Pharoah Sanders en Willem Breuker. Het is de manische donderkracht van Full Blast, Hairy Bones en Painkiller, maar ook de heftigheid en efficiënte rechtlijnigheid van Lightning Bolt, Slayer, Discharge en Borbetomagus. Gekmakend, bijna onbeschrijflijk intens. En vooral: er komen geen versterkers en laptops aan te pas. Twee baritonsaxen, een drumkit en bloedrauwe passie.

De eenheid is ook hier die van de ademstoot. Soms staccato hakkend en kappend, dan weer als door vikings gehanteerde misthoorns. Die saxen contrasteren vaak, met de ene zwaar ronkend en de andere uitzinnig scheurend of stotterend. Dan wisselen de rollen, of benaderen ze elkaar in iets dat je een middenregister, een bijna neutrale zone zou kunnen noemen. Dan glijden ze even over en in elkaar, krijg je een eeneiige tweeling van schor geblaat en geraas, verbasterde bluesstoten, ontploffende spiritualiteit. Het spreekt voor zich dat dit getier niet voor iedereen is, maar binnen die vrij nauwe parameters wordt wel gezorgd voor een verbluffend resultaat.

En we weten allemaal dat jazz en geïmproviseerde muziek wel een eeltige schop onder de roze reet verdienen. Als de heisa over satirische stukjes van de hand van Sonny Rollins (maar toch weer niet) en ‘schandalige’ kopieën van Kind Of Blue iets hebben opgeleverd, dan is het wel het besef dat het genre hoogdringend van z’n paard af moet komen of aan herbronning toe is. Te veel claims over eigenaarschap, exclusiviteit en laatste woorden hebben de pret bedorven. Ook daar kan een plaat als Prime aan bijdragen. Ook al gebeurt dat dan vanuit duister, onherbergzaam gebied.

Hier wordt al dat politiek correcte gewauwel van antwoord gediend met het mes tussen de tanden en een knalrode dynamiek. Het beweegt tussen overstuur en compleet door elkaar gerammeld. Saxen balken en grommen als finale doodsreutels die zich steeds met hernieuwde moed herpakken als maximaal uitvergroot ganzengegaggel. Vellen en cimbalen ruisen, donderen en zinderen als een onophoudelijke stroom bulderdrang. Het wuft gesticulerende individu en z’n schaamlapjes doen er even niet toe. De collectieve aanval vindt plaats met een moordende eensgezindheid. Daarom staat er ook niet ‘Dead Neanderthals & Colin Webster’. Die laatste zit in de band.

Prime is de hardste, meest viscerale plaat in tijden, een fysieke sensatie zoals je er weinig kan vinden. En toch is er ook het besef dat dit meer is dan hondsdolle agressie, en, is die gezamenlijke focus tastbaar in de manier waarop die verheffende trance wordt opgebouwd én aangehouden, passeert langs passages die zo intens zijn dat ze beelden opdringen die herinneren aan de meest memorabele scene uit Cronenbergs Scanners (NSFW) en voortdenderen richting explosieve extase, om na veertig minuten de nek omgewrongen te krijgen door een laatste salvo en een resonerend cimbaal. Het enige dat er nog aan ontbreekt is minutenlang nagehijg. Man, wat een adrenalineshot.

Digitaal en op vinyl verkrijgbaar. HIER. De band speelt op 6 november in Magasin 4 (Brussel).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × drie =