Swans :: 25 september 2014, AB

Wie Swans de voorbije jaren aan het werk zag, weet dat een optreden van Michael Gira en co meer dan een doorsnee concertje is. In de AB bewees het sextet dat opnieuw met een dikke twee uur durende trance-opwekkende ervaring.

Neen, Swans is tegenwoordig niet meer de bende angstaanjagende geluidsterroristen die in de jaren tachtig en negentig je oren deed bloeden of kokhalzen door het extreme geluidsvolume. In 1997 trok bezieler Michael Gira de stekker uit Swans om met Angels Of Light rustigere en meer ingetogen muzikale paden te bewandelen. Maar in 2010 haalde hij met Swans opnieuw keihard uit. Na My Father Will Guide Me Up A Rope In The Sky volgden nog twee kolossale platen: The Seer in 2012 en het dit jaar verschenen To Be Kind. Ook live blijft Swans dus overdonderen, maar zoekt minder de extremen op. Zijn optredens zijn nog altijd duiveluitdrijvingen die de aandacht volledig opzuigen als een allesvernietigende draaikolk.

Hoewel To Be Kind iets dynamischer en subtieler dan zijn voorganger is, zal na een dik halfuur blijken dat Swans live niets aan oerkracht wil inboeten. Het sonische spektakel wordt zoals de traditie het wil een kwartier lang ingeleid met een waas van noise- en dronegeluiden. Verantwoordelijken daarvoor zijn percussiebeest Thor Harris (de viking is ook bekend van Shearwater), die minutenlang zijn gong molesteert, en Christoph Hahn, die al meteen indruk maakt met zijn lapsteelgitaar.

Vervolgens betreedt drummer Phil Puelo het podium om met extreem repetitief gerammel het gehoor nog meer te teisteren. Daarna is het de beurt aan bassist Chris Pravdica, gitarist en bandveteraan Norman Westburg — net als Hahn constant kauwend op een kauwgom — en sjamaan Gira zelf, die dit jaar 60 (!) jaar werd, om “Frankie M” in te zetten. Terwijl de monsterlijke symfonie verder aanzwelt, houdt Gira als een dirigent voortdurend contact met drummer en bassist om het orkestrale geluid nog dreigender te maken.

Eigenlijk brengt Swans niet echt nummers, noem het gerust composities, die steeds bombastischer gaan klinken. Zoals het pompende “A Little God In My Hands”, het meest groovy nummer van To Be Kind. Een halfuur lang pulseert de band op een repetitief bas- en drumritme terwijl de gitaren en blazers van Harris steeds luider gaan scheuren. Op een gegeven moment zijn we zelfs zo onder indruk dat onze pintje op de grond dondert.

In de meer dan twintig minuten durende sirene “The Apostate” (te vinden op The Seer) komen de lapsteelgitaar van Hahn en het speelgoed (van trompet over klarinet tot cimbalen) van de geniale multi-instrumentalist Horris het best tot hun recht. Een verschroeiend hoogtepunt. Daartegenover is “Just A Little Boy (For Chester Burnett)” een relatief kort nummer maar daarom niet minder indrukwekkend. Een bijzonder energieke Gira zweept zonder gitaar maar met zijn handen in de lucht band én publiek verder op. Wat een vitaliteit, wat een kracht, wat een band.

Wat daarna volgt, blijkt moeilijk te achterhalen omdat de groep wel eens durft te improviseren en zo luid speelt. Maar de setlist is eigenlijk niet zo belangrijk. Wie volledig mee is, komt van de ene in de andere trance terecht. Met “Bring The Sun” (denken we) is het aan het einde van het optreden tijd voor de hoofdbrok die eindigt in percussief geweld. We horen zowel kraut, postpunk als ambient. Maar. Wat. Een. Catharsis. Weer. Swans is de laatste jaren misschien wel een theatrale liveband geworden en de optredens hebben iets weg van een symfonisch gebeuren, maar dat gaat nooit ten koste van de gevaarlijke kracht die Gira en zijn orkest blijven uitstralen. Na het optreden komt de frontman, die de fans nog uitvoerig bedankte in het Frans, zelf cd’s verkopen en hier en daar handtekeningen zetten. Een mooi beeld, dat nog mooier contrasteert met zo’n confronterend en overdonderend optreden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 3 =