Naomi Punk :: Television Man

Waren er maar meer rockgroepen zoals Naomi Punk. Zo rommelig dat het charmant is, zo rauw en lelijk dat je er spastisch van in het rond gaat springen en je buurman op zijn gezicht wil gaan timmeren. Echte rock mag niet te gepolijst zijn en moet af en toe eens frontaal op zijn eigen snuit botsen, en Naomi Punk weet dat.

Naomi Punk zijn steengoed in de indruk te wekken dat ze geen idee hebben wat ze eigenlijk aan het doen zijn. De twee halvelings gestemde gitaren klinken eerder alsof ze in een ravijn denderen dan dat er echte riffs op gespeeld worden, en de drummer lijkt bij elke tel op de dichtstbijzijnde ketel te rossen alsof die net iets lelijk zei over zijn moeder. Maar Naomi Punk weten wel degelijk waar ze mee bezig zijn, of hebben toch alleszins nagedacht over de grote lijnen. Ze mogen dan wel klinken alsof ze elk moment op hun gat dreigen te vallen, de tegendraadse ritmes en de onorthodoxe toestanden waarmee hun nummers zijn volgepropt verraden toch dat de heren meer van muziektheorie snappen dan dat ze zelf willen doen uitschijnen.

Elke noot op Television Man, of die noot nu vals is of niet, wordt gespeeld met een nonchalante energie die doet denken aan die van de notoire bands van de vroege jaren ’90 uit Seattle en omstreken, niet toevallig ook de thuisbasis van Naomi Punk. De invloed van Nirvana en Soundgarden maar ook die van bands uit het nabijgelegen Olympia als Lync en zelfs de vroege Modest Mouse zijn wel te horen. Maar Naomi Punk doet net als deze bands vroeger deden koppig hun eigen zin en kopieert niets. ‘Firehose Place’ is een lelijke brok energie, het soort anti-rock waarop het onmogelijk is stil te staan, maar even onmogelijk ritmisch te bewegen. De zang klinkt alsof ze is opgenomen na een nacht met weinig zelfbeheersing in de alcohol te zijn gedoken en er is geen half woord van te verstaan.

Titelnummer ‘Television Man’ is een van de weinige momenten waarop er een echte melodie te ontwaren is doorheen de rommel, en is zelfs bijna catchy. Maar de band is toch op zijn best wanneer ze flirten met de chaos, en zich minder bezighouden met melodieën en andere overbodige subtiliteiten. Zoals ‘Eleven Inches’, een heerlijke vuilnisbelt van een nummer en ‘Eon of Pain’ dat stampt als een dolle hond. De enige zanglijn op heel het album die goed te verstaan is, is ‘I feel the pain, it is inside my head’, en die zegt dan ook meer dan genoeg. ‘Linoleum Trust #19’ is een perfecte soundtrack voor een dronken caféruzie. Het nummer struikelt voortdurend over zijn eigen plompe voeten en gaat halverwege over in een van de coolste afbraakwerken die het album rijk is. Het is moeilijk te zeggen of de drummer eigenlijk kan drummen of niet, maar hij legt de intensiteit verdorie wel hoog, en dat is ongeveer alles wat deze muziek nodig heeft. Er staan ook drie korte interludes op het album waar een paar crappy keyboards nog een beetje meer vreemd gedoe in het geheel komen strooien. Ze zijn net lang genoeg om stevig op de zenuwen te werken, en dat is waarschijnlijk helemaal de bedoeling van Naomi Punk.

Afsluiter ‘Rodeo Trash Pit’ vlamt acht minuten lang door op dezelfde epileptische groove, en verveelt sterk genoeg geen seconde. Het wringt, het stampt en het kwijlt alles helemaal onder, en toch blijf je ernaar luisteren. Een aangename ontdekking, deze band, en hopelijk een cultgroep in wording. Naomi Punk is zo rock ’n roll dat het extra belast zou moeten worden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × 2 =