Alvvays :: Alvvays

Gewikt en gewogen, gezocht in alle kieren en gaten en een lakmoesproef op toegepast: neen, geen korreltje originaliteit gevonden op dit plaatje! Voor de rest is er echter geen vuiltje aan de lucht: Alvvays heeft een mooi vaatje puberleed van een goed jaar uit de kelder opgediept en dat wordt nu royaal uitgeschonken.

Met de wind in de haren en onder de arm genomen door producer Chad VanGaalen komt Alvvays, een kwintet uit Toronto, aangereden, zich daarbij netjes tussen Best Coast en The Pains Of Being Pure At Heart in parkerend. Alvvays grossiert immers in spontane indieliedjes waarbij fuzzgitaren de hoofdrol opeisen, liedjes die wegvliegen terwijl je erbij staat. Het is daarbij vooral de stem van zangeres Molly Rankin — afstammeling van The Rankin Family, een bekende folkfamilie — die de muziek van Alvvays een grote duw in de rug geeft.

Met “Adult Diversion” en “Archie, Marry Me” (indiehitje in de maak) heeft de groep in ieder geval een indrukwekkend duo neergepend om zijn debuutplaat mee te openen. Het eerste nummer laat er met zijn los uit de pols geschoten baslijn geen gras over groeien, waarna een jengelende gitaar het plaatje afmaakt. Als Rankin vervolgens haar suikerstem bovenhaalt, is het al zeer moeilijk om niet teruggetransporteerd te worden naar de dagen van jeugd en overmoed. “Archie, Marry Me” schommelt vervolgens op de roes van een fuzzgitaar en het refrein krijgt u gegarandeerd de hele zomer (nu ja, daar kan over gediscussieerd worden) niet meer uit uw hoofd. De licht ironische tragiek druipt ervan af wanneer Rankin eerst “And in the nighttime we go out and scour the streets for trouble” zingt, om vervolgens “Hey hey/Marry me, Archie” uit te roepen.

Wanneer “Ones Who Love You” echter duidelijk niet het niveau kan volhouden van zijn twee voorgangers, stuikt het plaatje een beetje door zijn knieën. Het nummer is gewoon te slepend om lang te boeien, iets wat de groep ook bij het laatste nummer “Red Planet” parten zal spelen. Blijkbaar kan Alvvays de aandacht enkel goed vasthouden als de band zijn nummers een sprintje laat trekken. De opbouw van de plaat helpt wel om de boog toch gespannen te houden: de groep is zo slim geweest om de meest aanstekelijke nummers mooi te verdelen over het album, waardoor je telkens net op tijd weer wakker geschud wordt. Zo deponeert de groep met “Party Police” het beste nummer van de plaat mooi in het midden. Het “allé, nog ene keer opzetten dan”-gevoel ligt verbazingwekkend hoog en wanneer Rankin met haar meest smachtende stem “You don’t have to leave/ You could just stay here with me” smeekt, zijn ook wij weer even jong en vastbesloten om weg te rennen met die Ene. Waarheen maakt niet uit, als de geliefde maar aan onze zijde is. Maar ook hier slaat de liefde op dezelfde manier de fatale hoek om, telkens weer.

Vallen met hun heerlijk jengelende gitaren en voldoende tekstueel verslavende hooks ook nog onder de noemer ‘meer dan degelijk’: “Next Of Kin” en “Atop A Cake”. Laatste pluspunt: het plaatje klokt af op een dik halfuur en dat is geen minuut te veel of te weinig. Alvvays mag dus best wel trots zijn op zijn eerstgeborene en iedereen die van non-pretentieuze rammelende indierock houdt, mag zich aangesproken voelen. Als de groep er op het volgende album in slaagt het gaspedaal een hele plaat lang ingedrukt te houden, komt het allemaal wel goed.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien + veertien =