3 x Akira Sakata :: Sakata, Berthling & Nilssen-Love / Nacka Forum & Sakata / Sakata, Lonberg-Holm, Gutvik & Nilssen-Love

Alsof Iruman, nog altijd in onze favorietenlijst voor 2014, nog niet volstond, liet de Japanse rietblazer Akira Sakata ook nog eens van zich horen op drie andere, recent verschenen releases. Die bewijzen dat er nog altijd geen maat staat op het spel van de Japanse freejazzlegende. Integendeel, hij drukt z’n stempel op elke plaat met een imponerend gezag.

Natuurlijk is die Sakata ook een boeiende figuur. Een onderwaterbioloog die, sinds hij Coltrane in 1966 op 21-jarige leeftijd zag, werd bekeerd tot de freejazz en sindsdien een onwaarschijnlijk parcours heeft opgebouwd. Zo was hij lid van het befaamde Yosuke Yamashita Trio in de jaren zeventig, dook hij begin jaren tachtig op in een commercial naast Grace Jones, belandde hij regelmatig in het comedy circuit (toch wel), speelde hij het zootje aan flarden met Last Exit en kon je hem horen bij het beruchte Japanse noisegezelschap Hijōkaidan.

In 2002 werd hij geveld door een hersenbloeding, waardoor hij een paar jaar moest zoeken naar z’n oude vormpeil, maar sindsdien speelde hij o.m. aan de zijde van Jim O’Rourke, Chris Corsano (de vlammende band Chikamorachi) en bij collega-veteraan Peter Brötzmann en zijn Chicago Tentet. Deze drie releases, die werden opgenomen in 2013, laten hem horen in het gezelschap van muzikanten van een generatie (of twee) later, maar de tastbare energie en creativiteit zijn die van het grote gebaar. De recente herwaardering en herontdekking van deze buitengewone muzikant zijn dan ook meer dan terecht.

Akira Sakata, Johan Berthling & Paal Nilssen-Love – Arashi (Trost Records)

Juli 2013. Een vlammende performance aan de zijde van twee knallers van de Scandinavische freejazz. Berthling is het anker van bands als Fire! (Orchestra) en Angles 9, terwijl Nilssen-Love met The Thing en vele andere projecten al uitvoerig moderne freejazzgeschiedenis schreef. Arashi is een geweldig goed klinkend album met drie gerekte stukken van ca. 12 minuten en één korter stuk dat meteen een paar verschillende aspecten van Sakata’s universum laat horen. Opener “Arashi (Storm)” is er meteen een die je de adem beneemt: met een drumaanzet van de Noor en Sakata die er, aanvankelijk, ontspannen rond cirkelt. Tot Berthlings bas invalt en het stuk een enorme schok geeft. Sakata steekt een tandje bij, zet het op een nóg expressiever huilen en laat de altsax scheuren met een ontembare energie. Het is puur freejazzgenot, een rollend stuk met een vage rockvibe en een aardige waffel tegen je kop.

In “Ondo Nu Huna-Uta (Rower’s Song Of Ondo)” komt Sakata de ‘zanger’ aan bod. Het vocaliseren is iets dat intussen al decennia meegaat, maar nog altijd de oren doet spitsen. Lijken de uitingen het ene moment geprevelde vloeken en verwensingen, dan spuwt hij even later geanimeerde strijdkreten uit. “Dora” sluit opnieuw aan bij de opener, met misschien een meer gestroomlijnde aanpak, die niettemin de indruk geeft dat de muzikanten voortdurend net onder het kookpunt blijven hangen. Afsluiter “Fukushima No Im (Fukushima Now)” laat Sakata horen op klarinet. Met die titel wordt vermoedelijk verwezen naar het recente verleden en het stuk is aanvankelijk dan ook van een meer ingetogen soort, tot het tempo na een solo van Sakata wordt opgekrikt en het stuk en de plaat worden afgerond met amusant gekeel van Sakata en de belletjes die we al kenden van Iruman.

Akira Sakata, Fred Lonberg-Holm, Ketil Gutvik & Paal Nilssen-Love – The Cliff Of Time (PNL)

Draai deze eerste twee platen na elkaar en je hoort meteen wat een impact een andere productie kan hebben. Klinkt Arashi erg open en ‘breed’, alsof je als luisteraar midden tussen de muzikanten staat, dan heeft The Cliff Of Time een veel compactere productie, waardoor de band als een blok voor je staat en de muziek als een haast ondoordringbare massa op je wordt afgevuurd. Daardoor krijgt de muziek een scherpe kant, een agressie zelfs, die hier en daar wat doet denken aan de producties van sommige Last Exit-platen in de jaren 80. Dat The Cliff of Time de luisteraar in het begin meteen al het gevoel geeft in ademnood te komen, heeft natuurlijk ook te maken met de combinatie van altsax, drums (een ontketende Nilssen-Love), cello/elektronica (Fred Lonberg-Holm) en elektrische gitaar (de jonge Noor Ketil Gutvik, die ook lid is van de Nilssen-Love’s Large Unit).

“The Woman In the Dunes” is een knoert van een blok, een beweeglijke en voluptueuze massa waarin gitaar en cello soms amper van elkaar te onderscheiden zijn en soms zelfs de gierende frequenties van de altsax lijken te imiteren. Een maalstroom van klanken die al meer aansluit bij hun stijl van lawaaierige vrije improvisatie In “The Dancing Girl Of Izu” is het één en al gekrabbel en gescheur, met nerveus kletterende percussie die de neurose compleet maakt. “Face Of Another” start traag en sloom, wordt uiteengereten door bezopen effecten en zwalpende gitaarklanken, explosief en verwarrend tegelijk. Sluitstuk “When A Woman Ascends The Staircase” lijkt haast een muzikale tegenhanger voor Duchamps beeld van de naakte vrouw die de trap af komt: een heen en weer en over elkaar schuiven van klanken, een beweging op alle fronten die uiteindelijk culmineert in kabaal dat herinnert aan het trio Ballister (Nilssen-Love en Lonberg-Holm met Dave Rempis), met skronkwerk van Gutvik uit Thurston Moore-regionen, en een ziedende, tandenknarsende energie. Heftig.

Nacka Forum & Akira Sakata – Live In Tokyo (Moserobie)

De derde release uit het lijstje laat Sakata horen in het midden van het forse Zweedse kwartet Nacka Forum, dat bestaat uit rietblazer Jonas Kullhammar, kornettist Goran Kajfeš, opnieuw bassist Johan Berthling en drummer Kresten Osgood. De opname vond plaats in oktober 2013 te Tokyo. Het album verscheen enkel op vinyl en biedt per kant één stuk aan. Kullhammars “Buss 446” gaat meteen van start als een soort free-for-all, die een knetterend festijn belooft. Aanvankelijk is dat het geval: er wordt gejammerd en geschetterd, in een traditioneel én een ontregeld register, waarbij de tenorsax loeit als een verminkte sirene, de drie blazers even later over elkaar tollen met een kleurrijke gretigheid en de energie van de plaat spat. Een bassolo zorgt dan voor een kentering, met een samenspel dat inzet op melancholie, innig rond elkaar verstrengelde blazers en als uitsmijter een prachtig klarinetstuk dat de eerste helft onverwacht afrondt. Verrassend toegankelijk en eigenlijk echt mooie muziek.

De tweede albumhelft laat een heel andere stijl horen in een versie van Sun Ra’s “We Travel The Spaceways”, met in de eerste paar minuten een speelse carrousel van klanken, met spacey elektronica (Kajfeš), aanvalskreten van Sakata en galopperende ritmes. Allemaal slechts van korte duur, grillig en onvoorspelbaar. Dan wordt er een lijn in gebracht door een herhaald saxmotiefje dat langzaam wat houvast biedt. Vervolgens ben je getuige van hoe een stuk langzaam meer gedaante en substantie krijgt. Is freejazz doorgaans een proces van ontmanteling, dan lijkt het proces hier in de omgekeerde richting plaats te vinden, met een puzzel waarbij de stukjes gaandeweg in elkaar vallen, blazers elkaar vinden en de chaos een eenheid krijgt. En dan volgt het meest sensuele verschijnsel uit de muziek: een repetitief kronkelende baslijn die de blues op gang trekt en de motor van het geheel wordt. De saxen geven stokjes aan elkaar door, de kornet krijgt breed uitgesmeerde trombone-allurres en Kullhammar haalt zelfs z’n fluit boven. Een malende groove die aanhoudt tot het einde van de plaat, wanneer de muziek weer met het ontzeggen van een climax aan z’n einde komt.

Samengevat: drie keer prijs. Is Live In Tokyo de plaat die voor degenen die minder vertrouwd zijn met de freejazz een ideale instapplaat, dan is Arashi uitgelezen kost voor zij die zich verder willen verdiepen in de wereld van Sakata. The Cliff Of Time is dan weer bestemd voor wie ook als luisteraar aan tandje bij wil steken. Samen laten de releases alleszins horen dat Sakata niet enkel een onvergelijkbare muzikant van formaat is, maar zich ook omringt met uitmuntende muzikanten die de vele gedaanten van de vrije jazz en aanverwante zones verkennen.

De eerste release verscheen op cd en vinyl, de tweede op cd, de derde enkel op vinyl, in een gelimiteerde, rode oplage van 300 stuks. Een adres: Instant Jazz.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien + 5 =