Liz Green :: Haul Away

Liz Green sleurt ons opnieuw een kleine eeuw terug in de tijd, naar rokerige jazzclubs, langs geheimzinnige sprookjesbossen en tot bij het soort personages waar je liever niet mee in een nachtelijk steegje belandt. Een zonnige feelgood plaat is deze mooie tweede niet geworden, al is er wel wat meer plaats voor optimisme.

Toen deze rosse nachtegaal uit Manchester in 2007 de Glastonbury Emerging Talent Competition won — BBC noemde haar destijds een verlegen Nina Simone — vlogen de rooskleurige toekomstvoorspellingen haar om de oren. Die leken enkele jaren later nog uit te komen, toen haar debuut Oh, Devotion! tot ver over het Kanaal bijzonder fraaie reviews kreeg. De unieke retrosound van dat bleke Noord-Engelse meisje blies lang vergeten folk- en bluespioniers nieuw leven in, en voegde er en passant een eigen speelsheid aan toe. Badend in een goed gevulde poel nostalgie, leken de songs van Green zo uit de vroege jaren ’30 geplukt. Ze hoorden dan ook bij voorkeur beluisterd te worden met een gigantische grammofoon, niet met minuscule oortjes of holle docking stations.

Alle complimenten van de critici ten spijt, liep het in de platenwinkel niet echt lekker en werd Oh, Devotion! geen commercieel succes. Toch houdt Green drie jaar later nog steeds vast aan wat haar zo bijzonder maakt; het pure en ongepolijste chanson. Haul Away begint met “Battle” dan ook netjes waar Oh, Devotion! eindigde, maar gaandeweg krijgt deze plaat meer en meer karakter dan dat debuut. Halverwege “Haul Away” (het nummer, welteverstaan) gaat met het tempo de donkere sluier die over de songs van Green hing, langzaam omhoog. De akoestische gitaar die centraal stond, wordt aan de kant geschoven door de piano, blazers komen nadrukkelijker in beeld en de toon wordt een pak optimistischer.

De verhalen die achter de melodieën schuilen, spelen zich nog steeds af in de donkerste hoekjes van Greens brein, daar waar meer weemoed dan romantiek te vinden is, meer dood dan leven en meer louche types dan toffe peren waar je een pint mee zou gaan drinken. Het contrast tussen die donkere sfeer en de opgewekte melodieën, zoals in het schyzofrene “Rybka”, maakt van Haul Away een luchtiger geheel, dat een pak minder claustrofobisch aanvoelt dan Greens debuut uit 2011.

“Into My Arms” is een prachtig pianowalsje waarin verlangen en wanhoop samen rondjes draaien. Andere hoogtepunten zijn het instrumentale “Little I”, waarin frivole pianotoetsen voortdurend op de vlucht moeten voor een dreigende cello, en de intieme slotnoot “Bikya”. Haul Away werd grotendeels analoog opgenomen in de Toe Rag studio van producer Liam Watson, en die authenticiteit past bij de stem van Liz Green als een pastis bij een petanquebaan in Marseille. Maar toch mist die stem net dat tikkeltje sentiment om van Haul Away een écht mooie plaat te maken. Muziek is emotie, ook in de jaren ’30, maar die emotie gaat Liz Green voorlopig wat uit de weg. Als ze wat meer op de gevoelige snaar durft te mikken zonder voluit de kaart van de ballads te trekken, heeft ze echt een prachtplaat opgenomen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien − tien =