Bob Mould :: ”Ik ben dankbaar om zo’n rijk verleden te hebben”

Bob Mould behoort stilaan tot het kransje muzikanten dat zo nu en dan als de elderly statesmen van de rockmuziek omschreven wordt. Protocollaire of andere voordelen komen daar niet bij kijken. Mould werkt nog steeds even hard aan dat ondertussen indrukwekkende oeuvre van hem, een taak waarvoor hij zonder verpinken half Europa afreist om met journalistieke wezens te praten.

“It’s what I do”, lacht Mould in Brussel, waar hij minder dan twaalf uur eerder uit Berlijn geland is en — daar staat een platenfirmamedewerker al zenuwachtig op de klok te kijken — zo dadelijk alweer per trein uit vertrekt, met bestemming Amsterdam. “Het is een deel van de job. Eigenlijk ben ik blij dat er interesse blijkt te zijn. Want de realiteit is dat de aandacht naar jonge artiesten verschuift. De enige manier om daarmee om te gaan, is muziek blijven maken.”

enola: Zoals nu, met Beauty & Ruin, een plaat die heftiger aankomt dan zijn voorganger, Silver Age.
Mould: Silver Age was een laten-we-plezier-hebben-rockplaat. Qua dynamiek gaat deze breder en emotioneel gaat ze dieper. De mechanismen achter de plaat zijn meer zoals we ze live brengen: drie gasten in een kamer die muziek spelen, een benadering die meer in overeenstemming is met hoe we de voorbije jaren onze muziek benaderd hebben. Er is meer ruimte voor Jason en Jon om te doen wat zij willen doen.”
“Bovendien zijn de lyrics nu persoonlijker. Ze geven een goed beeld van wat door mijn hoofd gegaan is tussen oktober 2012 en oktober 2013. Er zijn heel wat dingen in mijn leven gebeurd die op de plaat beland zijn.”
“Tijdens het schrijven van mijn autobiografie enkele jaren geleden, heb ik namelijk een les geleerd. Terwijl ik aan het boek aan het werken was, besefte ik niet dat de verhalen die ik vertelde, mensen zouden raken. Ik had het over mijn kindertijd, de verwarring met mijn seksualiteit, heel persoonlijke dingen. Het feit dat daar achteraf mensen op reageerden, maakte me duidelijk dat het veel voor hen betekende. Dan denk ik: ‘wow’.”

enola: Muziek weekt ook zulke reacties los bij sommige luisteraars, dus ergens viel die reactie toch te verwachten?
Mould: “Yeah. Al had ik tot na het schrijven van het boek, en de tributeshow eind 2011, toen anderen mijn nummers speelden, pas het gevoel dat de stukjes op hun plaats vielen: ah, mensen luisteren écht naar wat ik doe?”

enola: Is er muziek waar je op dit moment naar luistert om een gelijkaardig effect te krijgen?
Mould: “Hmmm. Als ik echt iets in muziek wil vinden, grijp ik gewoonlijk terug naar de pop-7”-singles uit de sixties die ik als kind al had.”

enola: De invloed daarvan is hoorbaar op uw nieuw album in “Nemeses Are Laughing”?
Mould: “Oh yeah. Die 60’s psychedelica, met zijn barbershopvocal in het begin en die grote wall of sound. Ik heb geen idee hoe het gebeurde. (lacht) Het was bijna magie. Technisch gezien had ik sommige van de akkoordenschema’s uit het nummer reeds eerder gebruikt, maar niet met zo’n melodie. Het voelde een beetje als op de speelplaats staan.”

enola: Werd melodie soms niet over het hoofd gezien in de punk? Ondanks dat ze bij bands als Ramones heel present was, was ze bijna verdwenen in de hardcore van de jaren 80.
Mould: “Yeah. Totaal. Er was veel frustratie en blinde woede in die periode. Bij mij in ieder geval en ik heb een hoop andere bands hetzelfde zien doen. Het maakte de muziek moeilijk, bijna unwelcomming. Met het vorderen van de jaren, heb ik dingen laten varen en ben ik beginnen focussen op storytelling en persoonlijke groei. Daarbij kwam een vertrouwen op melodie om mensen dingen te laten onthouden. Noem het een natuurlijke groei, weg van de shaky punk rock, richting songs en melodieën die je niet kan vergeten. Dat was, voor mij, in het midden van de jaren tachtig het objectief met Hüsker Dü: weggaan van de vernietiging en effectief iets opbouwen.”

enola: Dat zit vandaag ook nog in songs als “Fire in the City” en “The War”.
Mould: “Een song als “The War” kon niet meer als mezelf klinken, hoe hard ik ook zou proberen. Dat is Bob. (lacht). Van “Fire in the City” was ik niet zo zeker. Het is Jason die me gepusht heeft om het nummer af te werken. En het bleek te kloppen. Het is het geluid van de grond die onder je davert, meer bepaald in San Francisco. Ik woon er sinds vijf jaar en het is vreemd. Je weet dat ooit The Big One zal komen, een aardbeving die van de stad niets heel zal laten. Je weet dat het zal gebeuren, maar je vertelt jezelf dat het niet zo is.”

enola: “The War” is nog persoonlijker?
Mould: “Het gaat over enkele zaken. Toen alles goed ging, een tweetal jaar geleden, wanneer we de Copper Blue-tour deden, stierf mijn vader. Andere mensen uit mijn omgeving hadden het toen eveneens moeilijk in hun leven.”
“Op een avond zat ik in de studio een beetje op mezelf gitaar te spelen en dit is wat er uitgekomen is. “The War” is het centrale punt van de plaat, een van de songs die onmiddellijk naar de top van mijn songlijst gegaan is, eentje dat ik zal spelen tot mijn laatste show.”

enola: Gaat “Hey Mr. Grey” over de gevolgen van het overlijden van een vader: de confrontatie met de eigen sterfelijkheid?
Mould:Off course. Hoe gaat je daarmee om? Je schrijf een funny song en je aanvaardt het. Ik vind het niet erg met mezelf te lachen en mensen te laten weten dat het een grap is. We worden allemaal ouder. Ook de punkgeneratie. (lacht) Als je naar Sister luistert, zie je dan de jonge of de huidige Thurston Moore voor je? En welke is jong en welke oud? Dat heb je nu eenmaal als muziekfan: je bevriest de maker in de tijd.

enola: En de muziek? Want hoe komt het dat elektronische muziek sneller veroudert lijkt te klinken dan gitaarmuziek?
Mould: (Maakt het geluid van een jaren negentig beat die opbouwt) Same drop on every record. En computerpower: hoe meer computers aankunnen, hoe beter het klinkt. Waardoor gitaarplaten misschien minder makkelijk vast te pinnen zijn op een jaartal. Nuja, rockplaten uit de jaren tachtig hebben ook allemaal dezelfde snaredrum. Of toch de rockplaten die de hitparade gehaald hebben. The Minutemen daarentegen, dat is tijdloze stuff. Gisteren heb ik naar solowerk van Greg Sage geluisterd: idem. De clou is niet proberen te klinken als iemand anders, maar je eigen geluid te vinden.

enola: Door zelf met elektronica in de weer te gaan, heeft u die zoektocht zeer ernstig genomen, en dat op een moment dat het nog niet evident was en gitaar en elektronica twee gescheiden werelden vormden.
Mould: “Er waren wel al dingen als The Notwist en Styrofoam, interessante hybrids, al waren het over het algemeen wel andere werelden. In de VS is dansmuziek pas beginnen boomen rond 2006, toen Daft Punk op Coachella speelde. Wat een geweldig moment was (mijmert). Wat was de vraag ook alweer?”
“Het was een boeiende leerschool, aan de slag gaan met elektronica. Er was niemand in de buurt om me te helpen en ik kon zien dat mensen in de war raakten, maar ik wist zelf niet wat ik aan het doen was. Met assistentie had Modulate vast heel anders geklonken.”

enola: Na een tijdje is de gitaar echter terug centraal komen te staan. Waarom eigenlijk?

Mould: “Ik heb ze nooit helemaal opzij geschoven. Maar in 1998 wou ik uit het concept ‘rockband’ stappen en zeker het constante touren dat erbij komt kijken. Ik wou meer tijd in New York City doorbrengen, in de homogemeenschap, mezelf onderwijzen over gay-life en mijn identiteit in die gemeenschap. En op dat punt was de soundtrack van die gemeenschap dance. Waarop ik zo’n muziek ben beginnen maken.”
“Dat heb ik drie, vier jaar gedaan, ik ben beginnen dj’en, wat het begin was van elf jaar dolle pret. Maar terwijl dat gebeurde, ben ik nummers op gitaar blijven schrijven en is langzaam maar zeker opnieuw een agressiever gitaargeluid naar boven gekomen. Wat misschien ook het gevolg is van de samenwerking met Jason en Jon, waar ik nu al zes jaar mee speel.”

enola: De samenwerking is hechter geworden, in de loop der jaren?
Mould: “Ja. Op den duur weet je wat voor nummers we spelen en welke het beste zullen klinken. Het is alsof je op date gaat. Je hebt al enkele afspraakjes achter de rug, maar plots weet je wat de juiste woorden zijn die je moet zeggen, de woorden die ervoor zorgen dat het een fantastische date wordt.”

enola: Daarstraks haalde u Hüsker Dü aan. Die band zou dit jaar 35 geworden zijn.
Mould: “Fantastisch! Het was een goede band (lacht), maar ik denk er niet veel meer aan. Of ik het erg vind er aldoor op aangesproken te worden? Nah. Het is op zich goed dat mensen zich die band herinneren. Maar het is niet zo dat ik ‘s ochtends wakker word en denk ‘Hüsker Dü’!”

enola: Op die 35 jaar heeft u een behoorlijke muzikale evolutie doorgemaakt.
Mould: “Het houdt allemaal steek voor mij. Ik ben dankbaar om zo’n (zoekt naar een woord) rijk verleden te hebben. Er zijn echte hoogtepunten geweest, heftige dieptepunten evengoed. Maar uit alles kan iets geleerd worden. Je kan altijd een betere plaat maken. Dat is een goede reden om ermee door te gaan. Je vindt altijd een betere manier om dezelfde dingen te zeggen. Al moet je, als je aan een plaat werkt, op een zeker moment kunnen stoppen. Je kan niet eeuwig aan een plaat sleutelen. Fucking finish it! Hoe je weet dat ze klaar is? Ik heb mezelf een tijdschema opgelegd waar ik niet van wou afwijken. “Fix It” was in dit geval de laatste song waar ik de tekst voor geschreven en ingezongen heb. En dat nummer was het stukje dat de puzzel vervolledigde. Het verhaal van de plaat was eigenlijk af, dus ben ik terug gegaan en heb kleine stukjes van het verhaal genomen en er een nieuw mee gemaakt. Als een epiloog, een samenvatting.”

enola: Een beetje zoals uw generatiegenoten van R.E.M. gedaan hebben met hun laatste plaat, die teruggrijpt naar verschillende periodes uit hun verleden.
Mould: “Cool. Back in the day was ik goed bevriend met die gasten. Maar op een bepaald punt ben ik gestopt met luisteren of toch met zo bewust te luisteren als ik ooit gedaan had. Jammer eigenlijk. Heb je Michael Stipes’ induction speech gezien van Nirvana in de Hall of Fame? Goed dat Michael dat gedaan heeft. Nevermind heeft zoveel veranderd.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 + 1 =