The Animen :: ”Als het maar een spannend leven oplevert”

U heeft uw garagerock graag snedig, melodieus en strak in Beatlesk grijs kostuum? Maak dan kennis met The Animen; het meest frisse alternatief voorhanden. Live is het viertal een belevenis, en ook Hi!, het debuut dat deze week ook in België verschijnt, is meer dan alleraardigst. Niet slecht voor een groepje dat zich nog uit de Zwitserse sneeuw moet ontworstelen. “Langzaam maar zeker komen we er wel.”

enola: Zwitserland, jongens. Dat kon ook beter qua rockafstamming, zeker?

Julien/Jool Marty (gitaar): “Gemakkelijk is het niet, want ‘t is in elk geval een kleine scene. Je merkt al snel als je begint te touren dat je voortdurend dezelfde mensen tegen het lijf loopt. Uiteindelijk is het ook een miniem land hé, in België zal het wel niet anders zijn. Het blijven dezelfde programmatoren die de dienst uit maken, die je telkens weer moet overtuigen om je een speelkans te geven. Je bent daar vaak meer mee bezig, dan met effectief op te treden. Het is niet gemakkelijk, maar we zijn er toch in geslaagd om behoorlijk wat te spelen.”
Théo Wyser (zang/gitaar): “In 2013 hebben we toch zo’n 45 concerten gespeeld. Dit jaar is beter; we zitten nu al ongeveer aan dat getal. En we zetten ook gewoon zelf veel kleine optredens op in onze eigen buurt. Je moet immers spelen om métier te krijgen. Een bijkomende moeilijkheid is overigens dat je in Zwitserland twee totaal gescheiden scenes hebt. En het is assez dur om vanuit Genève in de scene van de Duitstalige Zwitsers binnen te raken. Je moet er al heen trekken voor ze je eens zullen boeken. Het vraagt dus alvast dat je de eerste stap zet en de trein pakt naar pakweg Zürich of Basel. “
Marty: “Ach, al bij al hebben wij nog geluk gehad. We zijn vrij snel ook door de Duitstaligen geaccepteerd. Dat gaat niet voor veel andere groepen op.”
enola: En dus richt een mens zich maar op Frankrijk, dat net aan de overkant van de Alpen ligt?
Marty: “Dat zou je denken, maar niet dus. Wij zijn eerder doorgebroken bij de Duitstalige Zwitsers dan in Frankrijk. Daar hebben we nog altijd maar een handvol keer gespeeld. Twee keer Parijs en dat zal het zijn. Je zou denken dat we maar de bergen over te wippen hebben, maar dat sloeg tegen. Binnenkort staan we eens in het Noorden van Frankrijk; daar wel, maar Annecy, dat net aan de Franse kant ligt, net over de grens? Neen. Lyon is hetzelfde verhaal; daar speelden we eind vorige maand ook pas voor het eerst. Nederland, ja; dáár treden we verdorie vaker op. (lachje) Ach, het is geen zorg, zolang we maar optredens versierd krijgen, maakt niet uit waar dan.”

enola: Heb je nooit overwogen om dan maar in het Frans te rocken in de hoop de Fransen zo wel te verleiden?

Wyser: “Neen. Dat leek ons niet bijzonder intelligent. Uiteindelijk bestaat ons soort muziek niet in het Frans.”

enola: Het had een uitdaging kunnen zijn om dat te introduceren.
Wyser: “Ja, maar neen. Er zijn groepen die het doen hoor, maar voor mij was dat geen optie. Ik schrijf mijn teksten in het Engels; ik hou ervan om de codes van het genre te gebruiken, dus ik heb mijn rock het liefst in het Engels. Het universeel kantje daaraan bevalt me wel.”

enola: Je tekstuele invloeden zijn blijkbaar net zo Angelsaksisch. Waarom moest je met “The Road Taken” een antwoord schrijven op Robert Frosts bekende gedicht “The Road Not Taken”?
Marty: “Amai, dat heeft dus twee jaar geduurd voor iemand in een interview over Robert Frost begon. Werd tijd, begot!” (lacht)
Wyser: “Knap gedicht hé? Ik schreef dat nummer ooit op een moment dat ik echt niet meer wist wat ik wilde doen met mijn leven. Ik besefte dat ik met veel te veel verschillende dingen tegelijk bezig was, en dat ik dringend moest kiezen. Het besluit was dat ik één ding moest kiezen waarvoor ik zou gaan, en me daaraan moest houden. (Wijst naar de concertzaal waar we zitten) Voilà, hier zitten we; het werd de muziek dus. Dat is geen evidente keuze. Om rond te komen, werk ik ondertussen als barman, net als Jool. Het fijne daaraan is dat die optredens iets naast onze job zijn, waardoor we dat ook zonder inhouden kunnen doen. Als we mogen optreden, denken we niet na, maar smijten we ons gewoon.”
Marty: “Het is moeilijk, maar ergens is het tegelijk ook opwindend. We kunnen doen wat we willen, en het geeft ons de handen vrij om alleen dingen te doen waar we zin in hebben. Zo houden we een zekere autonomie, die ik erg belangrijk vind. We moeten niet ingaan op een aanbod dat we niet willen doen, omdat het ons misschien te commercieel zouden maken. Als we alleen maar van onze muziek zouden moeten leven, kwamen we op dat vlak misschien gemakkelijker in de verleiding.”
“Ach, het moet vooral een spannend leven bieden; vooral dat. En zo is het momenteel. Onlangs speelden we twee keer op rij in Brighton en het publiek was enthousiast; sommigen kwamen de volgende dag zelfs terug. Gisteren stonden we in Luxemburg en vandaag in Brussel. Maar of dat ook ergens toe leidt? Dat moeten we nog zien. Er zijn groepen waar we geweldig naar opkijken, zoals General Electric, die ook maar voor driehonderd mensen spelen. Dus geen idee hoe ver wij het hiermee kunnen schoppen. We zien wel. Langzamerhand, gentiment, leidt het wel ergens toe.”

enola: Ligt een echte brief aan de basis van “The French Letter”, zoals bij Amatorski’s “Come Home”?
Wyser: “Neen, wel een flauw mopje. In de negentiende eeuw was ‘A French Letter’ slang voor een condoom, en dat vond ik best wel geinig. Toen ik later brieven las van poilus, soldaten uit de Eerste Wereldoorlog, verzon ik dat verhaal van die gast die vanuit de loopgraven schreef hoe alles oké was, terwijl hij lag te creperen. Nope, geen grootvaderlijke brief hier, maar pure fantasie. Vergeet niet dat wij Zwitsers zijn, hé; allemaal lafbekken.” (hilariteit)
Marty: “Hela, ik had wel een grootvader die in de Tweede Wereldoorlog heeft meegevochten. Maar ik weet er niets van, behalve dat hij er een medaille heeft aan overgehouden. Misschien kunnen we daarover een song schrijven.” (lachje)

enola: Laten we het eens over de muziek hebben. Jullie beginnen de plaat met de enige ballad; dat is een schijnbeweging van jewelste, want niet echt representatief. En ook: een béétje band begint met een knaller?
Wyser:Très justement. En dat wilden wij dus net niet. (lachje) “Harder Than Stone” is een te goed nummer om te verzuipen ergens halverwege de plaat, waar het niet zou worden opgemerkt.”
Marty: “Hé, het is ook niet slecht om te beginnen met een ademtocht, toch? Even ‘is iedereen er klaar voor?’ voor we hen vragen om zich aan de takken van de bomen vast te houden. Maar het is géén pastiche. Dit is ook wat wij zijn, en luister daar ook maar naar voor je opwinding krijgt.”

enola: ‘t Is dan ook een geweldige showcase voor Théo’s soulstrot. Weet je nog wanneer je doorkreeg dat je een geweldige stem hebt, Théo?
Wyser: “Ik weet dat nog altijd niet. Enfin, ik heb pas mal de voix, maar om eerlijk te zijn ben ik beginnen zingen omdat niemand anders dat wilde, en ik ben er niet meer van af geraakt. Voor mij is die scheurende strot niet echt iets bijzonders. Ook omdat ze zo fragiel is, mijn stem. Een beetje kou is al genoeg om haar van slag te brengen. Dus ja, ik zou haar moeten verzorgen maar ik doe het niet. (verlegen lachje) Ik probeer genoeg te slapen en ik drink thee met honing, maar verder gaat het niet. Dat heeft al ongelukken opgeleverd. Ik herinner me een concert in een zaaltje waar het zelfs binnen vroor, en alles vocaal misliep. Ik werd ziek en de volgende dag had ik geen stem meer. Ach, ça fait partie du truc.

enola: Jullie bestaan sinds 2009, Hi! dateert van begin 2013. Heeft het zolang geduurd om een eigen geluid te vinden?
Wyser: “Als ik het me goed herinner, was dat er ook min of meer meteen, niet? (kijkt naar Marty) We zijn geen studiobuffs die daar nog veel aan het prullen gaan. We beheersten onze instrumenten, zijn beginnen spelen, en dit was het resultaat. Dat is de magie van een groepje ook, niet? En dan was er natuurlijk ook de strot van Théo die het meteen een smoel gaf. Het zorgt ervoor dat je niet meteen een etiket op ons kunt plakken: we doen trage songs, soulnummers, rock, zelfs rockabilly, maar alles klikt in elkaar.”
Marty: “Het heeft wat tijd gekost, dat klopt, maar we waren dan ook niet gehaast. We wilden het vooral goed doen en we hadden de tijd. We hebben op het gemak twee EP’s gemaakt, en daarna pas was er sprake van een plaat; toen we een solide basis hadden. Maar toen we voelden dat we klaar waren, zijn we zo snel mogelijk de studio ingekropen. Eigenlijk is het allemaal nogal natuurlijk gegroeid, zonder forceren, en dan duurt dat wel. En zo hebben we van Hi! een coherent plaatje kunnen maken, dat als een roetsjbaan van pieken naar dalen gaat. Daarvoor hebben we alleen de best bij elkaar passende songs uit al die jaren overgehouden. Sommige van de songs gaan al mee van in onze beginjaren, andere zijn geschreven net voor de opnames.”

enola: Théo, jij bent naar verluidt meer de man van de liedjes, Jool die van de rammelrock à la Ty Segal. Zorgt dat bij het schrijven voor een interessante spanning?
(collectief gelach)
Marty: “Da’s niet per se de muziek die ik wil maken hoor, maar het werkritme van Ty Segal imponeert me wel. Dus: spanning? Vooral in het busje onderweg, als mijn cd’s bijna het venster uitvliegen. (lacht) Ik breng het dus niet mee naar de schrijfsessies voor The Animen; dan stel ik me graag in dienst van Théo’s songs.”
enola: De garagerockinvloeden liggen er bij jullie dik op, net als de rockabilly en wat nieuwe dingen als Arctic Monkeys en The Libertines. Maar er is ook een stevige dot soul. Kwam die er bij door Théo’s stem of maakt het integraal deel uit van jullie DNA?
Wyser: “Toch wel dat laatste. We luisteren veel naar soul, maar daarom zijn we nog geen soulband; dat hebben we nu ook weer niet in de vingers.”
Marty: “Ik hou wel van soul; het is uitgepuurd, eenvoudig. En dan liefst Stax, niet Motown, want met die platen van mijn ouders ben ik opgegroeid. Het mooie eraan is dat het niet ingewikkeld is, maar dat het niet gemakkelijk is om te doen werken. ‘t Is knap hoe die songs werken en dat is ook wat ons boeit aan muziek. We willen ons niet verbergen achter allerlei effecten en zo. Ik weet dus niet zo goed wat ik met je vergelijking met The Libertines aanmoet, want ik ben niet gek op hoe ze hun platen maakten, maar je hebt op zich gelijk: ook daar is er weinig feu d’artifice, effectbejag.”

enola: Zijn jullie het eigenlijk niet beu om die oude songs te blijven spelen?
Wyser: “Heb ik geen last van. Ik geniet er nog altijd van om die geweldige knallers te mogen brengen en met deze groep, mijn maten, te mogen samenspelen. Het is geen job, geen sleur.”
Marty: “Weet je, zelfs al is de plaat voor ons alweer twee jaar oud, hij is pas sinds januari in Nederland te krijgen, komt nu pas in Duitsland en België uit, … Het zou dus zonde zijn om ze te snel aan de kant te schuiven. We stellen een tweede plaat dus nog even uit, maar dat is oké: zo kunnen de nieuwe songs live goed ingewerkt worden, zodat ze op punt staan als we aan de opnames beginnen.”

enola: Nog één ding voor we afronden, maar: Hi! is wel een erg cheesy titel, niet?
Wyser: (lacht)”Dat is zo. We hadden zoveel ideeën voor een albumtitel; zotte concepten, songtitels, … Het werd gewoon ingewikkeld, en een week voor de cover moest beslist worden, heb ik al lachend gezegd ‘Kom, we zetten gewoon Robins smoel op de cover’. Beter vonden we niet. (Bassist Samuel Pinget trekt de grijns die u ook op de hoesafbeelding ziet) Zie je? Dat is dus echt; zo lacht hij altijd! Hij is ons zonnetje, en daar paste de titel Hi! gewoon bij. Uiteindelijk is het een introductie, niet? Ons laatste album wordt ongetwijfeld Bye!. En wie weet ons volgende …”
enola: How Do You Do?.
Wyser: “Of Are We There Yet?!”

enola: Goed onderweg zijn jullie in elk geval. Bedankt voor het gesprek!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 + drie =