James :: ”Niemand had me ooit verteld dat de dood ook mooi kan zijn”

“We hate it when our friends become succesful”, zong Morrissey ooit toen de kameraden van James ergens rond 1990 met “Sit Down” dan toch doorbraken. Het zou hun enige hitje worden, maar door lief en leed rondde de groep twee jaar geleden toch maar mooi de kaap van de dertig jaar. La Petite Mort, hun twaalfde alweer, is opnieuw een erg puike plaat en noopt ons tot de enige daad die we dan zinvol vinden: de telefoon nemen en frontman Tim Booth opbellen in het Californië waar hij al enige jaren verblijft.

enola: Hallo Tim, vind je zelf niet dat zes jaar sinds Hey Ma nogal lang is om te wachten met een nieuwe plaat?
Tim Booth: (protesteert) “Ja maar, we hebben tussendoor wél de EP’s The Night Before en The Morning After uitgebracht — een beetje ons echte twaalfde album dus we zitten aan nummer dertien! Misschien zijn die bij jullie niet verschenen? Dan snap ik het wel. Tja, da’s de pech met het internet hé; iedereen kan dan wel een plaat maken in zijn slaapkamer, dat wil niet zeggen dat de wereld die ook hoort. Daarvoor heb je toch nog altijd een verdeler nodig en iemand die promotie maakt. En dat hadden we toen niet wat betreft Europa.”
“Dus: neen, ik vind niet dat we er erg lang over gedaan hebben. We hebben veel getourd de laatste jaren, ik woon al jaren in de VS en de rest verspreid over Groot Brittannië, dus het duurt nu eenmaal even voor we weer eens een moment vinden om samen te schrijven. Maar kijk; we hebben vorig jaar dan toch gaatjes in de agenda gevonden voor schrijfsessies in Engeland, Portugal, Athene en Spanje en we zijn blijven werken tot we de juiste songs hadden. Toen pas waren we ready to go. Ach, weet je: het vraagt bij ons altijd wat langer voor we er zijn, zo zitten we in elkaar.

enola: La Petite Mort is zwaar beïnvloed door de dood van je moeder en een vriendin. Toch werd het geen intriest plaatje.
Booth: “Klopt. Ze zijn op een paar maand tijd van elkaar gestorven en het contrast kon niet groter zijn. De dood van mijn moeder was ongelofelijk mooi; ze stierf in de kliniek, omringd door wie haar lief had en dat was op een vreemde manier erg uplifting. Daar was ik helemaal niet op voorbereid; niemand vertelt je ooit dat dood zo mooi kan zijn, bijna als een geboorte. Het sterven van mijn beste vriendin was bijna volledig het tegendeel. Ik heb geen afscheid kunnen nemen. Het was extreem anders en die beide ervaringen hebben La Petite Mort heel erg getekend. Er zijn misschien maar twee songs die rechtstreeks gaan over die twee sterfgevallen, maar het heeft alles wel gekleurd; op de plaat gaat het veel over dood en wedergeboorte.”

enola: Hoe kom je dan bij die postcoïtale status als titel?
Booth: “Het is natuurlijk een woordspeling; de dood als postorgasme. Tja, wat voor titel geef je een plaat de zoveel over de dood handelt en niet de indruk wil wekken dat het een depressieve affaire wordt? We hebben veel mogelijkheden overwogen waarin het woord “death” voorkwam, maar het lukte niet zonder het gevoel te geven dat het een vreselijke plaat zou zijn. ‘La Petite Mort’ had een soort humor en lichtheid in zich die klopte, zeker omdat er ook wel een paar songs over seks gaan.”

enola: Deze keer werkten jullie voor de opnames samen met producer Max Vingel. Wat voegde hij toe aan het Jamesgeluid?
Booth:He’s a real sonic obsessive. Hij heeft zijn best gedaan om ons het best mogelijke geluid te bezorgen. James is altijd een goeie, opwindende liveband geweest, maar het is ons niet altijd gelukt om dat ook op plaat te vatten. Max wist wel hoe dat moest doen en hij wist vooral hoe hij de toetsen meer naar voor moest halen. Dit is een keyboardplaat. We hebben Mark (Hunter, mvs) meer naar de voorgrond getrokken, hem gedwongen om actiever betrokken te zijn van bij het begin van de schrijfsessies. Hij is een erg timide gast die zijn toetsen heel voorzichtig toevoegt, en deze keer hebben we al bij de repetities geëist dat hij luid zou spelen, zodat we veel meer op hem konden inspelen. En toen we met Max gingen opnemen, ging die zich ook concentreren op die aspecten van de songs, zodat dat helemaal de aandacht krijgt. Ook de baslijnen zijn helemaal anders dan normaal. Meestal speelt Jim (Glennie, mvs) heel hoge basnoten; Max heeft hem geholpen om een vuilere, meer grungy en sexy klank te vinden.”

enola: Meer dan welke band ook hebben jullie met topproducer Brian Eno gewerkt; vijf keer, maar liefst. Wat neemt hem zo voor jullie in dat hij er al eens een grotere naam voor laat liggen?
Booth: “Geen idee. We zijn ongelofelijk gezegend dat hij zo veel platen met ons heeft willen maken, want hij had elders meer geld kunnen verdienen. Hij houdt gewoon van onze muziek, denk ik. Ik weet nog hoe we “Sometimes” opnamen en we hem achteraf in de controlekamer van de studio lijkbleek aantroffen. We waren al bang dat er iets verschrikkelijk fout was gelopen, maar hij zei ontdaan dat hij een van de muzikale hoogtepunten van zijn leven had beleefd. Ik denk dat hij ons gewoon begrijpt; hij weet dat we een bizarre band zijn die nooit U2 of Coldplay zal worden, nooit cool zal zijn, maar dat we ongelofelijk gepassioneerd zijn door onze muziek.”

enola: Hij gebruikte jullie bij de opnamesessies van Wah Wah ook als proefkonijn voor zijn oblique strategies — een opnametechniek waarbij hij de muzikanten via kaarten bizarre instructies geeft — dat hij later zou gebruiken voor U2’s Zooropa, niet?
Booth: “Yup. Het waren misschien niet dezelfde kaarten, want hij maakte er almaar nieuwe. Het was wel boeiend ja. Ik heb er geen wenkbrauw over opgetrokken, want we waren ons bewust dat we met hem een aparte producer binnehaalden met een unieke methodologie. We wisten waar we aan begonnen: verwacht het onverwachte, en zo bleek. Mijn favoriete oblique strategy-kaart moet wel die zijn die zegt ‘eer je fout als een verborgen intentie’.”
“Dat krijg je met Brian: gelukkige accidenten. Hij moet een van de meest verstandige mensen zijn die ik ooit ontmoet heb. Hij kan je over alles onderhouden, of het nu pornografie, kunst, metafysica of wat dan ook is. We hebben dus geweldige avondmalen gehad tijdens opnamesessies met hem. The conversation is such a joy; wie zou daar niet bij willen zijn? Dat maakt er ook zo’n hele ervaring van. We gaan nog steeds af en toe een pint pakken en toen ik onlangs in London was, heb ik zelfs meegezongen in zijn a capellagroepje.”

enola: James is ondertussen alweer acht jaar opnieuw in het getouw, na een korte split begin jaren dit millennium. Hoe voelt het om een soort van tweede carrière te beleven?
Booth: “It’s great. Veel beter dan dat eerste leven, eigenlijk. (lacht) We komen nu beter overeen, weten meer te appreciëren wat we doen en zorgen dat we ons vooral ook amuseren. We beseffen dat we een van de weinige groepen zijn die echt een tweede leven gegund is, waarin ze — zo vinden wij toch — betere muziek maken dan ooit.”

enola: Weet je nog waarom jij in 2001 de deur achter je hebt dichtgeslagen?
Booth: “Zelfs al dacht ik dat Pleased To Meet You, ons laatste album voor de split, een erg goeie plaat was, psychologisch waren we een puinhoop van een groep: er waren te veel verslavingen en het was gewoon niet meer leuk om in James te zitten. Ik had het gevoel dat ik niet anders kon dan vertrekken, zelfs al hield het musiceren ons samen. Ik ben uiteindelijk teruggekomen omdat heel veel wonden ondertussen geheeld waren en alle groepsleden ook wilden dat alles weer goed kwam. De communicatie was veel beter, iedereen had schoon schip gemaakt met zijn slechte gewoontes nu ze een gezin hadden, … Het was gezonder, dus zijn we opnieuw beginnen spelen onder de voorwaarde dat het echt samenwerken moest zijn.”

enola: Waarom ben je eigenlijk naar Californië verhuisd?
Booth: “Het weer, het landschap, en vooral: mijn gezondheid. Ik heb een erfelijke leverziekte die me nu en dan in zijn greep krijgt en me dwingt om de zon op te zoeken. Ik heb altijd in California willen leven, dus heb ik dat dan ook maar gedaan. Ik woon nu in een National Park, een wonderlijke wildernis vol bergleeuwen, coyotes, ratelslangen, … Precies waar ik altijd van gedroomd heb.”

enola: Heeft dat je muziek beïnvloed?
Booth: “Ik denk dat het zijn sporen heeft nagelaten op alles wat ik ben en doe. Ik ben opgegroeid als een neurotische Engelsman; nu kan ik me laven aan die Californische relaxheid. Ik ben niet zo laid back als ze hier kunnen zijn, maar toch lichtjes meer ontspannen dan ik vroeger was. En dat wilde ik in mijn botten.”

enola: Je bent door die ziekte min of meer een geheelonthouder, wat behoorlijk rot moet zijn geweest eind jaren tachtig, toen heel muzikaal Engeland op zijn kop stond van de ecstasy.
Booth: “Zeker. Het was niet altijd even gemakkelijk om dan de enige nuchtere mens te zijn, maar het heeft me wel een paar keer het leven gered, denk ik. Ik apprecieer het dus wel. Ik zie de waarde van mijn leverkwaal dus wel in. En ik heb ook zo’n vermoeden dat die soberheid ook de bron van mijn creativiteit is, dus ik heb er geen negatieve verhouding mee.”

enola: Klopt het verhaal dat je Kurt Cobain in die tijd ooit een keelmassage hebt aangeboden?
Booth: “Jawel, dat was bij de opnames van Top Of The Pops. Hij was zijn stem kwijt en ik ben nu eenmaal een goeie masseur, dus ik bood hem aan te helpen. Helaas durfde hij het niet aan, en heeft hij toen die legendarische performance gegeven waarbij hij het nummer helemaal anders zong. Het werd een heel cool optreden, waar het publiek iets anders in las dan de bedoeling was. Iedereen dacht dat het een bewuste fuck off aan het adres was van de hitparade, maar het was pure noodzaak omdat hij niet anders kon. Ach, zo gaat het vaak: ik heb het ook al bij andere grote zangers gezien, hoe er zoveel wordt geprojecteerd op wat eigenlijk toevalligheden zijn. Het was een goeie les op dat vlak. Dat, én dat het loont om een massage van mij af te slaan, blijkbaar.” (lacht)

enola: Jullie waren toen met “Sit Down” héél even populairder dan ooit en vier jaar later barstte in 1994 de Britpopgekte los, maar dat lieten jullie passeren. Beetje zonde, niet, want jullie waren met jullie euforische popsongs toch wel een van de grote muzikale voorlopers van dat tijdperk?
Booth: “De meeste van die bands hebben ons toen wel geciteerd als grote invloed, van Blur tot Oasis. Noel Gallagher moet ooit gezegd hebben dat hij Oasis heeft opgericht nadat hij James zag spelen. Maar goed, we waren toen al te oud om nog op die trein te willen springen, al was Whiplash, het eerste album dat we na de doorbraak van Britpop uitbrachten, er vooral pas in 1997 omdat ik eerst een plaat met Angelo Badalamenti (Booth And The Bad Angel, mvs) opnam en Larry Gott ondertussen uit de band was gestapt. Eigenlijk heeft het alleen daarmee te maken, net omdat we bewust het feestje wilden laten voorbij gaan. Zoveel voorbedachte rade hebben we ook nooit gehad; wij handelen instinctief, op ons eigen tempo, en we hebben nooit het gevoel gehad dat we ons moesten haasten.”
“Ach Britpop; het bestond uit goeie en slechte groepen, maar eigenlijk kan dat soort bewegingen me nooit echt boeien. Ze hebben ons begin jaren negentig ook willen coöpteren in de baggy-stijl, maar dat is ook maar half gelukt. Uiteindelijk weet je van zo’n muzikale momenten dat ze na een paar jaar altijd op de klippen zullen lopen en de meeste bands weer zullen verdwijnen. Het leek me dus niet zo interessant om deel uit te maken van een golf. En we waren sowieso ook te eigenzinnig en apart om daar in op te gaan, dus we hebben zo’n gedoe altijd op afstand gehouden.”

enola: Niettemin, of net daardoor, zijn jullie toch een soort instituut geworden dat er al decennia is. Geeft dat een soort zekerheid, dat je die volatiele mainstream ook gewoon niet nodig hebt?
Booth: “We zijn institutional mavericks; het soort paradox waar ik wel van hou. Maar neen. Ik zou absoluut graag een groter publiek bereiken dan we nu hebben. En ik ben er van overtuigd dat dat zal komen. Heb je de video voor “Moving On” al gezien? Die is zo mooi dat mensen niet anders kunnen dan het nummer beluisteren. Het is het beste dat we ooit gedaan hebben; het laat beter zien wat James is dan alles wat we voorheen hebben gedaan. Ik heb echt het gevoel dat die clip ons een nieuw stuk publiek kan opleveren. We willen dus graag groeien, maar dan zonder onszelf te veranderen. We volgen ons proces en als dat ons dichter bij de mainstream brengt, dan is dat zo, maar we gaan geen moeite doen om ons aan te passen. The Voice, Pop Idol en al die andere wansmakelijke shows interesseren ons niet.”

enola: Laatste vraag: zien we jullie ooit nog op een Belgisch podium?
Booth:I’d love to. Ik weet nog hoe we ons in het Belgisch bier hebben verloren, de laatste keer dat we bij jullie speelden. Zo geheelonthouder ben ik dus niet dat ik jullie godenvocht laat passeren. (lacht) We missen het touren in Europa wel. Ooit hadden we een goeie status in Frankrijk, tot ik ruzie kreeg met de baas van onze platenfirma en zij zwoor dat we er nooit nog een plaat zouden verkopen. Dat was het einde voor ons daar, en toen bleek dat de grote baas van ons Duits label goed met haar bevriend was, was het daar ook gedaan. Dat soort dingen gebeurt, maar we zouden graag terugkeren, zelfs al is het niet gemakkelijk want we zijn met veel, zodat het veel vraagt om te kunnen toeren. ‘t Zijn eigenlijk niet meer dan pure economische bekommernissen die ons grotendeels in Engeland houden. Dus hopelijk verandert dat nog eens!”

enola: We branden een kaarsje!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × twee =